De verdachte was mantelzorger voor een hulpbehoevende man en gebruikte diens bankpassen en pincodes om tussen januari 2014 en januari 2016 ruim €69.600 van zijn rekeningen op te nemen. Hiervan heeft zij ongeveer €33.500 op haar eigen rekening gestort en een deel gebruikt voor eigen levensonderhoud.
De verdachte verklaarde dat zij altijd in het bijzijn van het slachtoffer geld opnam en dit aan hem gaf, maar deze verklaring werd door het hof verworpen op grond van getuigenverklaringen en het feit dat het slachtoffer de laatste maanden niet meer buiten kwam. Ook verklaarde zij dat stortingen op haar rekening afkomstig waren van een erfenis en zwart werk, maar dit werd niet aannemelijk geacht.
Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig maakte aan diefstal met valse sleutels (bankpassen en pincodes) en witwassen. Gelet op het bedrag, de duur van de feiten en het misbruik van vertrouwen werd een taakstraf van 240 uur passend geacht, maar vanwege de overschrijding van de redelijke termijn werd deze verminderd tot 200 uur.
Het vonnis van de rechtbank werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht. De verdachte werd veroordeeld tot een taakstraf van 200 uren, met een bijkomende voorwaardelijke hechtenis van 100 dagen. De verdachte had geen strafblad en gaf geen inzicht in haar handelen tijdens de terechtzitting.