ECLI:NL:GHAMS:2026:1012
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging veroordeling voor voorwaardelijk opzet invoer cocabladeren met cocaïne-alkaloïden
Het gerechtshof Amsterdam heeft op 17 april 2026 het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de politierechter van 8 juli 2025. De verdachte werd verdacht van het invoeren van ruim 60 kilo vermalen cocabladeren die cocaïne-alkaloïden bevatten. De verdachte erkende kennis te hebben van het verbod op invoer van dergelijke stoffen.
De verdediging voerde aan dat er geen sprake was van (voorwaardelijk) opzet en overhandigde stukken die zouden aantonen dat de cocabladeren vrij waren van cocaïne-alkaloïden. Het hof stelde echter vast dat deze stukken betrekking hadden op andere partijen dan de partij waarop de tenlastelegging zag. Voor de tenlastegelegde partij was geen bewijs geleverd dat deze vrij was van cocaïne-alkaloïden.
Het hof oordeelde dat de verdachte, gezien zijn professionele betrokkenheid bij de import en verkoop, had moeten controleren of de partij vrij was van verboden stoffen. Door dit na te laten en bewust de aanmerkelijke kans te aanvaarden dat de partij cocaïne-alkaloïden bevatte, was sprake van voorwaardelijk opzet. Het hof bevestigde het vonnis van de politierechter en verwierp het verweer van de verdachte.
Uitkomst: Het hof bevestigt de veroordeling van verdachte wegens voorwaardelijk opzet op invoer van cocabladeren met cocaïne-alkaloïden.