Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2026:1014

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
3 april 2026
Publicatiedatum
21 april 2026
Zaaknummer
23-002224-25
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verdachte niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens termijnoverschrijding

De verdachte werd in eerste aanleg bij verstek veroordeeld door de politierechter in de rechtbank Noord-Holland. De dagvaarding was op correcte wijze persoonlijk betekend op 26 juli 2025, met een zitting op 8 september 2025. De verdachte was niet aanwezig bij de zitting en stelde het hoger beroep pas in op 25 september 2025, wat buiten de wettelijke termijn van veertien dagen na de uitspraak viel.

Tijdens de terechtzitting in hoger beroep op 3 april 2026 voerde de verdachte aan dat hij zich had vergist in de datum van de zitting en pas op 12 september 2025 via de rechtbank hoorde over de termijn voor hoger beroep. Het hof oordeelde dat de verdachte voldoende was geïnformeerd over de termijn en dat de termijnoverschrijding niet verontschuldigbaar was.

Daarom verklaarde het hof de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Dit arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 3 april 2026.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens overschrijding van de beroepstermijn.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002224-25
datum uitspraak: 3 april 2026
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 8 september 2025 in de strafzaak onder parketnummer 96-136633-25 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1988,
adres: [adres] .

Onderzoek ter terechtzitting

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 3 april 2026.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte niet ontvankelijk zal worden verklaard in het hoger beroep.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De verdachte is in eerste aanleg gedagvaard om op 8 september 2025 te verschijnen ter terechtzitting van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland. De dagvaarding is de verdachte op 26 juli 2025 in persoon betekend.
De verdachte is op 8 september 2025 bij verstek veroordeeld.
Tegen dit vonnis heeft de verdachte niet binnen veertien dagen nadien hoger beroep ingesteld, maar pas op 25 september 2025.
Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte aangevoerd dat hij op de hoogte was van de zitting bij de rechtbank omdat hij de dagvaarding voor de zitting heeft ontvangen. Hij was naar eigen zeggen niet op de zitting aanwezig omdat hij zich een dag had vergist. Op 12 september 2025 heeft de verdachte vervolgens met de administratie van de rechtbank gebeld om een afschrift te krijgen van de uitspraak. Daar heeft hij toen meegekregen dat hij een termijn van 14 dagen had om in hoger beroep te gaan. De verdachte is hierbij van de gedachte uitgegaan dat hij nog 2 weken de tijd had om het hoger beroep in te stellen vanaf het moment dat hij over het afschrift van de uitspraak beschikte.
Nu gebleken is dat de verdachte op de juiste wijze is opgeroepen voor de zitting bij de rechtbank en als bijlage bij de dagvaarding ook de uitleg heeft gekregen dat hij binnen twee weken na de uitspraak in beroep kan gaan tegen de uitspraak, is de termijnoverschrijding niet verontschuldigbaar. Om die reden zal de verdachte niet ontvankelijk worden verklaard in het hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.T.C. de Vries, mr. A.E. Kleene-Krom en mr. N.J.M. de Munnik, in tegenwoordigheid van mr. S.M. Schouten en mr. R.C.E. van Tilburg, griffiers, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 3 april 2026.
Mr. N.J.M. de Munnik is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.