Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
31 maart 2026 en 21 april 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
2.Vonnis waarvan beroep
3.Oplegging van straf
- de LOVS-oriëntatiepunten zijn het resultaat van een zorgvuldig landelijk proces met als doel: gelijkheid, voorspelbaarheid en eenheid in de strafoplegging, en zij vormen een essentieel referentiekader voor de rechter bij het bepalen van proportionele en rechtvaardige straffen;
- drugszaken lenen zich bij uitstek voor een afdoening middels landelijke oriëntatiepunten, er kan immers worden aangeknoopt bij de hoeveelheid verdovende middelen, het soort verdovende middel en de rol die een verdachte binnen de criminele keten heeft;
- drugskoeriers komen niet alleen via Schiphol het land in en dienen bij alle rechtbanken en hoven op dezelfde wijze bestraft te worden;
- de rechtbank legt nu, zonder aanziens des persoons, standaard lagere straffen op aan drugskoeriers, terwijl het de rechter al vrijstaat vanwege strafverzwarende of -verminderende omstandigheden van de LOVS-oriëntatiepunten af te wijken en dus maatwerk toe te passen;
- de door de rechtbank genoemde scheefgroei tussen de bestraffing van drugskoeriers en straffen die in grote drugszaken worden opgelegd is niet concreet gemaakt;
- procesafspraken zijn individueel van aard en toegespitst op de zaak en op de verdachte en kunnen niet als algemeen argument worden gebruikt om oriëntatiepunten voor alle zaken te verlagen;
- buitenlandse koeriers komen in aanmerking voor strafonderbreking, onder de voorwaarde dat zij niet meer naar Nederland terugkeren, waardoor zij slechts de helft van de opgelegde gevangenisstraf uit hoeven te zitten, hetgeen een matigende werking op de straf heeft;
- de wetgever heeft, gelet op de strafbedreiging, de invoer van drugs als een ernstig strafbaar feit gekwalificeerd, dat gepaard gaat met veel andere vormen van criminaliteit en grote gevolgen heeft voor de volksgezondheid. In de samenleving leeft de opvatting dat drugscriminaliteit zwaarder moet worden aangepakt, niet lichter. Zo is een wetsvoorstel ingediend om het strafmaximum voor drugssmokkel nog verder te verhogen;
- Nederland heeft de internationaalrechtelijke verplichting (genoemd in o.a. het VN-drugsverdrag en het kaderbesluit van de Europese Unie (EU) 2004/757/AZ) om zich in te spannen drugssmokkel tegen te gaan, onder andere door straffen op te leggen die evenredig zijn aan de ernst van de strafbare feiten. Daarbij komt dat Nederland minder zwaar straft voor de in- en uitvoer van harddrugs dan een aantal andere EU-landen.
- in de kolom ‘standaard’ in de LOVS-oriëntatiepunten wordt uitgegaan van personen die zich inlaten met drugssmokkel zonder dat zij daadwerkelijk een begrijpelijk financieel motief hadden en dit deden uit zelfverrijking, terwijl de verdachte een heel ander type is;
- het is feitelijk lastig om vanwege persoonlijke omstandigheden van de LOVS-oriëntatiepunten af te wijken, rechters voelen zich daar in de praktijk behoorlijk aan gebonden;
- er is sprake van scheefgroei tussen (ten eerste) de personen bedoeld in de ‘standaardcategorie’ en de personen die vanwege een schrijnende situatie dergelijke feiten plegen, (ten tweede) personen die verdacht worden van feiten als het onderhavige en uithalers van honderden kilo’s cocaïne en (ten derde) personen die verdacht worden van feiten als het onderhavige en verdachten die procesafspraken maken met het openbaar ministerie;
- drugskoeriers die aangetroffen worden op Schiphol zijn niet te vergelijken met gevallen die elders in het land worden aangetroffen, nu op Schiphol koeriers komen met bepaalde kenmerken: zij nemen vaak kleinere hoeveelheden verdovende middelen mee en worden vaak vanwege financiële problemen gedwongen om dergelijke feiten te plegen.
voor dit delict kan verder nog gedacht worden aan de volgende specifieke omstandigheden:
er is aantoonbaar sprake van bijzondere armoedige omstandigheden
er is sprake van een dader die duidelijk is misbruikt door de organisatie (te denken valt bijvoorbeeld aan daders met een beperkte intelligentie/grote naïviteit)
het betrekken van anderen bij de smokkel (vrienden, familie)
gebruikmaken van een dekmantel (bijvoorbeeld veinzen deel uit te maken van muziek-/dansgezelschap).
zie de algemene oriëntatiepunten
voor dit delict kan verder nog gedacht worden aan de volgende specifieke omstandigheden:
plaats in de smokkelorganisatie
omvang van de partij(en)
betrokkenheid bij de productie
het betrekken van anderen bij de smokkel (vrienden, familie)
hebzucht is de voornaamste beweegreden
4.Toepasselijke wettelijke voorschriften
5.BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
24 (vierentwintig) maanden.
mr. C.H. Sillen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
21 april 2026.