Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.De procedure in hoger beroep
3.De feiten
4.De omvang van het hoger beroep
5.De motivering van de beslissing
b. afwijzing anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Amsterdam
De man verzocht het hof om vervangende toestemming te verlenen voor de erkenning van zijn twee minderjarige kinderen, gezamenlijk gezag met de moeder, een omgangsregeling en een informatie-/consultatieregeling. De rechtbank had deze verzoeken reeds afgewezen en de man niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot gezag.
Het hof bevestigde dat de man de biologische vader is, maar oordeelde dat erkenning niet in het belang van de kinderen is vanwege een reëel risico op eergerelateerd geweld, gelet op de Jezidische achtergrond van de ouders en de complexe gezinssituatie met eerdere huiselijk geweldsincidenten. De moeder en kinderen verblijven op een geheim adres uit veiligheidsoverwegingen.
De minderjarige kinderen, met name de oudste van vijftien jaar, hebben ernstige bezwaren tegen erkenning en omgang met de man. De bijzondere curator en de Raad voor de Kinderbescherming adviseerden afwijzing van de verzoeken. Het hof achtte het belang van de kinderen en de moeder bij rust en veiligheid zwaarder dan het belang van de man bij erkenning en omgang.
Het verzoek tot gezamenlijk gezag werd afgewezen omdat de man niet als juridisch ouder kan worden beschouwd zonder erkenning. Ook de omgangsregeling en informatie-/consultatieregeling werden afgewezen vanwege het ontbreken van een nauwe persoonlijke betrekking en het risico op onrust en spanning binnen het gezin. De werkzaamheden van de bijzondere curator werden als beëindigd beschouwd.
Uitkomst: Verzoeken van de man tot erkenning, gezag, omgang en informatie-/consultatieregeling worden afgewezen vanwege zwaarwegende belangen van de kinderen en risico op eergerelateerd geweld.