Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2026:1127

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
28 april 2026
Publicatiedatum
28 april 2026
Zaaknummer
200.357.898/01 OK
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 187 RvArt. 5.1 Leidraad deskundigenArt. 5.2 Leidraad deskundigenArt. 5.3 Leidraad deskundigenArt. 5.5 Leidraad deskundigen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking Ondernemingskamer over aanvullend voorschot en geheimhouding deskundigenonderzoek

De Ondernemingskamer Amsterdam behandelt een geschil tussen certificaathouders en Enora Media Holding B.V. over de waardering van certificaten van aandelen. Een deskundige is benoemd om onderzoek te verrichten, waarvoor een voorschot van €20.000 was bepaald. Nu wordt een aanvullend voorschot van €160.284 vastgesteld, te betalen door Enora.

De deskundige heeft een plan van aanpak ingediend, waarin ook een verzoek is opgenomen om bedrijfs- of concurrentiegevoelige informatie niet met de certificaathouders te delen. Partijen hebben hierop gereageerd met voorstellen voor een werkwijze omtrent geheimhouding en het beginsel van hoor- en wederhoor.

De Ondernemingskamer stelt een procedure vast waarbij de deskundige bepaalt welke informatie noodzakelijk is en welke vertrouwelijk kan worden gehouden, met mogelijkheid voor partijen om gemotiveerd bezwaar te maken bij de Kamer. Tevens wordt bepaald dat de deskundige geen aanvullende instructies krijgt om gespreksverslagen te verspreiden. De datum voor het deskundigenbericht wordt vastgesteld op uiterlijk 1 maart 2027.

Uitkomst: De Ondernemingskamer bepaalt een aanvullend voorschot van €160.284 en stelt een procedure vast voor omgang met vertrouwelijke informatie en hoor- en wederhoor.

Uitspraak

beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.357.898/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 28 april 2026

1.[certificaathouder A] ,

wonende te [plaats] ,
2.
[certificaathouder B],
wonende te [plaats] ,
VERZOEKERS,
advocaten:
mrs. M.P.H. Sandersen
J.S. Mennema, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ENORA MEDIA HOLDING B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER,
advocaten:
mrs. E.A. Buziau,
A.R. Pagano Miranien
L.M. Wolfs, allen kantoorhoudende te Amsterdam,
en tegen
1. de stichting
STICHTING MANAGEMENTPARTICIPATIE BMG,
gevestigd te Amsterdam,
BELANGHEBBENDE,
advocaten:
mrs. Buziau,
Pagano Miranien
Wolfs, voornoemd,
2. de commanditaire vennootschap
PURPLE DISCO MACHINE C.V.,
gevestigd te Amsterdam,
3.
[de uiteindelijke aandeelhouder]
wonende te [plaats] ,
BELANGHEBBENDEN,
advocaat:
mr. J.A. Zee, kantoorhoudende te Amsterdam.
Hierna zullen verzoekers gezamenlijk worden aangeduid als de certificaathouders en verweerster als Enora.

1.Het verloop van het geding

1.1.
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 19 februari 2026 (ECLI:NL:GHAMS:2026:411) en 3 maart 2026 (ECLI:NL:GHAMS:2026:538) in deze zaak.
1.2.
Bij die beschikkingen heeft de Ondernemingskamer – voor zover nu relevant – een onderzoek bevolen naar de waarde van de door de certificaathouders gehouden certificaten van aandelen in Enora, en mr. S.W.H van Wijk MBA RV BI (hierna: de deskundige) benoemd om het onderzoek te verrichten. Voorts heeft de Ondernemingskamer bepaald dat Enora het voorschot op de kosten van de deskundige zal dragen en dat de deskundige niet met zijn werkzaamheden voor het opstellen van het plan van aanpak behoeft te beginnen voordat een bedrag van € 20.000 als voorschot is ontvangen.
1.3.
Bij e-mail van 2 april 2026 heeft de Ondernemingskamer partijen laten weten de deskundige toe te staan het plan van aanpak op 7 april 2026 aan de Ondernemingskamer toe sturen. Dat is vier weken nadat de deskundige het voorschot heeft ontvangen.
1.4.
Bij e-mail van 7 april 2026 heeft de deskundige zijn plan van aanpak inclusief begroting van de kosten met de Ondernemingskamer gedeeld. In het plan van aanpak heeft de deskundige opgenomen dat hij het door de Ondernemingskamer in deze beschikking vast te stellen voorschot rechtstreeks aan Enora zal factureren. Verder heeft de deskundige de Ondernemingskamer verzocht om een instructie met betrekking tot het verzoek van Enora aan de deskundige om bedrijfs- of concurrentiegevoelige informatie niet met de certificaathouders te delen. De deskundige heeft het commentaar van Enora op dit punt opgenomen in zijn van plan van aanpak.
1.5.
Bij e-mail van 9 april 2026 heeft de Ondernemingskamer partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de begroting van de kosten, de door de deskundige voorgestelde wijze van facturering en de passages over de geheimhouding en het beginsel van hoor- en wederhoor.
1.6.
Bij e-mail van 17 april 2026 heeft Enora gereageerd en een werkwijze voorgesteld voor de omgang met (vermeende) vertrouwelijke informatie.
1.7.
Bij e-mail van 17 april 2026 hebben de certificaathouders gereageerd en eveneens een werkwijze voorgesteld. Daarnaast verzoeken zij de Ondernemingskamer in aanvulling op het plan van aanpak te bepalen dat de deskundige aan partijen zakelijk weergegeven gespreksverslagen toestuurt van zijn (afzonderlijke) besprekingen met de betrokken partijen vanwege het door de deskundige in het plan van aanpak opgenomen beginsel van ‘volledige openheid van zaken’.
1.8.
Van de overige partijen is geen reactie ontvangen.

2.De gronden van de beslissing

Aanvullend voorschot
2.1
De deskundige heeft in het plan van aanpak met begroting voldoende toegelicht welke werkzaamheden naar verwachting zullen moeten worden verricht, hoeveel tijd dat in beslag neemt en welke uurtarieven daarbij worden gehanteerd. De deskundige begroot dat het onderzoek in totaal € 180.284, inclusief omzetbelasting, zal kosten.
2.2
Er zijn geen bezwaren aangevoerd tegen begroting van de kosten. De inschatting van de te besteden tijd en de daaraan verbonden kosten komen de Ondernemingskamer ook niet onredelijk voor. In de beschikking van 19 februari 2026 is al een voorschot van € 20.000 bepaald. Daarom zal de Ondernemingskamer het aanvullende voorschot nu bepalen op
€ 160.284, inclusief omzetbelasting en bepalen dat Enora dit binnen zeven dagen na vandaag dient te betalen aan de deskundige.
2.3
Omdat de deskundige in zijn plan van aanpak heeft voorgesteld het voorschot rechtstreeks te factureren aan Enora en zij daartegen geen bezwaar heeft gemaakt, zal de Ondernemingskamer geen uitvoering geven aan het bepaalde in artikel 187 Rv Pro voor zover dit ziet op het storten van het voorschot bij de griffie van de Ondernemingskamer.
Geheimhouding en hoor- en wederhoor
2.4
In haar initiële reactie op het vooraf door de deskundige aan partijen gestuurde (concept) plan van aanpak heeft Enora de deskundige verzocht rekening te houden met situaties waarin verstrekking van bedrijfs- of concurrentiegevoelige informatie aan de certificaathouders onwenselijk is. Dit vanwege de functie van één van de certificaathouders als bestuurder van Harlem Next B.V., de voornaamste zakenpartner van Enora. De deskundige stelt zich daarbij op het standpunt dat het beginsel van hoor- en wederhoor van toepassing is. De deskundige verwijst daarbij naar de artikelen 5.13 tot en met 5.18 van de Leidraad voor deskundigen in de geschillenregeling (hierna: de Leidraad). De deskundige noemt dit ook wel: ‘volledige openheid van zaken’. Voorts merkt de deskundige op dat in deze voorfase van het onderzoek hij nog niet in de positie is om te oordelen welke informatie als vertrouwelijk kan worden gekwalificeerd en daarmee een rechtvaardiging vormt om af te wijken van het beginsel van hoor- en wederhoor.
2.5
Enora heeft in haar reactie een werkwijze voorgesteld die overeenkomt met de werkwijze zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.8 van de uitspraak van de Ondernemingskamer van 30 juni 2025 in een andere zaak (ECLI:NL:GHAMS:2025:1689). Enora heeft daaraan toegevoegd dat zij vertrouwelijkheidsverzoeken zoveel mogelijk zal bundelen zodat het waarderingsproces geen vertraging oploopt.
2.6
De certificaathouders hebben eveneens in hun reactie een werkwijze voorgesteld die overeenkomt met de werkwijze zoals opgenomen in de hiervoor genoemde uitspraak van de Ondernemingskamer van 30 juni 2025.
2.7
De Ondernemingskamer overweegt als volgt. Het deskundigenonderzoek en het deskundigenbericht hebben een vertrouwelijk karakter en de deskundige is niet verplicht om steeds alle gegevens of documenten die aan hem ter beschikking zijn gesteld met alle partijen te delen (vgl. artt. 5.1 en 5.2 van de Leidraad). Het is aan de deskundige om te bepalen welke informatie nodig is voor het deskundigenonderzoek. Partijen zijn verplicht mee te werken aan het deskundigenonderzoek. Indien daaraan niet wordt voldaan, kan de Ondernemingskamer daaruit de gevolgtrekking maken die zij geraden acht (vgl. artt. 5.5 en 5.6 van de Leidraad). De deskundige past, met inachtneming van het vertrouwelijke karakter van het deskundigenonderzoek, het beginsel van hoor en wederhoor toe (vgl. art. 5.13 van de Leidraad). In het belang van hoor en wederhoor geldt daarbij als uitgangspunt dat alle partijen zoveel mogelijk kennis kunnen nemen van de gegevens waarop het deskundigenonderzoek en deskundigenbericht worden gebaseerd. Hiervan kan op door de desbetreffende partij aan te voeren zwaarwegende gronden worden afgeweken. De deskundige beslist vervolgens of de desbetreffende gegevens relevant zijn voor het door hem te verrichten deskundigenonderzoek en, zo ja, of het vertrouwelijk karakter eraan in de weg staat dat deze gegevens met de andere betrokkenen worden gedeeld (vgl. art. 5.14 van de Leidraad).
2.8
Tegen deze achtergrond acht de Ondernemingskamer in dit geval de volgende werkwijze aangewezen.
- De deskundige zal bij Enora (en haar dochtervennootschappen) de informatie opvragen die naar zijn oordeel nodig is voor het door hem te verrichten deskundigenonderzoek.
- Enora kan daarbij ter zake van specifiek te benoemen onderdelen van die informatie concreet aanvoeren dat en waarom er zwaarwegende gronden bestaan daarvan geen afschrift aan de certificaathouders te verstrekken. Enora bundelt daarbij haar bezwaren zo veel als mogelijk om vertraging van het waarderingsproces te voorkomen.
- De deskundige zal vervolgens beoordelen a) of deze specifieke informatie noodzakelijk is voor het opstellen van het deskundigenbericht, b) of kennisneming van deze informatie door alle partijen noodzakelijk is voor een volledig begrip en beoordeling van de inhoud en de uitkomst van het deskundigenbericht en c) of de daartoe aangevoerde gronden voldoende zwaarwegend zijn om – al dan niet onder verband van een daartoe te ondertekenen geheimhoudingsovereenkomst – in afwijking van het uitgangspunt geen afschrift daarvan aan alle partijen te verstrekken.
- De deskundige stelt partijen op de hoogte van voornoemde afwegingen, waarna de meest gerede partij desgewenst binnen veertien dagen de Ondernemingskamer gemotiveerd en concreet kan verzoeken om af te wijken van het oordeel van de deskundige. Daarbij zal deze moeten onderbouwen dat zwaarwegende gronden bestaan die ertoe nopen dat wordt afgeweken van het uitgangspunt dat alle partijen zoveel mogelijk kennis kunnen nemen van de gegevens waarop het deskundigenonderzoek en deskundigenbericht worden gebaseerd.
- De Ondernemingskamer zal vervolgens beslissen en de deskundige dienovereenkomstig instrueren.
2.9
De certificaathouders verzoeken de Ondernemingskamer nog om te bepalen dat de deskundige aan partijen zakelijk weergegeven gespreksverslagen rondstuurt van zijn (afzonderlijke) besprekingen met partijen. De Ondernemingskamer overweegt hierover als volgt. De deskundige verricht zijn werkzaamheden in beginsel zelfstandig en is vrij in de inrichting van het deskundigenonderzoek (vgl. art. 3.6 van de Leidraad). Hij hoort partijen en betrokkenen daarbij in beginsel ook buiten aanwezigheid van de overige partijen (vgl. art. 5.3 van de Leidraad). Dit heeft de deskundige ook opgenomen in zijn plan van aanpak. Daarnaast dienen feitelijke bevindingen en de oordelen, meningen en conclusies van de deskundige voor partijen (en de Ondernemingskamer) voldoende controleerbaar te zijn. De deskundige voegt daarom bij het deskundigenbericht als bijlagen zo veel mogelijk de stukken en gespreksverslagen waaraan wezenlijke bevindingen zijn ontleend. Met betrekking tot de gespreksverslagen kan de deskundige ook volstaan met het weergeven van relevante citaten daaruit (vgl. art. 6.4 van de Leidraad). De betrokken partijen krijgen vervolgens de gelegenheid om te reageren op het concept deskundigenbericht (vgl. artt. 5.13 t/m 5.18 van de Leidraad). In het licht van de Leidraad en het plan van aanpak ziet de Ondernemingskamer geen aanleiding de deskundige aanvullende instructies te geven ten aanzien van het circuleren van gespreksverslagen zoals door de certificaathouders verzocht.
Overige overwegingen
2.1
De Ondernemingskamer zal de datum voor het indienen van het deskundigenbericht bepalen op 1 maart 2027 of zoveel eerder als het gereed is.
2.11
Iedere verdere beslissing zal de Ondernemingskamer aanhouden.

3.De beslissing

De Ondernemingskamer:
bepaalt het door Enora Media Holding B.V. te betalen aanvullende voorschot op € 160.284, inclusief omzetbelasting;
bepaalt dat Enora Media Holding B.V. dit voorschot binnen zeven dagen na vandaag dient te betalen aan de deskundige;
verzoekt de deskundige uiterlijk op 1 maart 2027 – of zoveel eerder als mogelijk – het deskundigenbericht aan de Ondernemingskamer te sturen;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.M. de Jongh, voorzitter, mr. W.A.H. Melissen en mr. E. Loesberg, raadsheren, en mr. drs. G. Boon RA en mr. S.M. Zijderveld, raden, in tegenwoordigheid van mr. L. van Hoof, griffier, en in het openbaar uitgesproken door mr. J.M. de Jongh op 28 april 2026.