ECLI:NL:GHAMS:2026:1177
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verdachte niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens intrekking
In deze strafzaak heeft de verdachte hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 12 september 2025. Tijdens de zitting van 14 april 2026 heeft de advocaat van de verdachte per e-mail en ter zitting bevestigd dat de verdachte het hoger beroep niet wenst te handhaven, waarmee de eerder opgegeven bezwaren zijn ingetrokken.
Het gerechtshof heeft vervolgens overwogen dat er geen rechtens te respecteren belang bestaat bij verdere behandeling van het hoger beroep. Op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering is de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.
Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, bestaande uit drie rechters, en uitgesproken op 14 april 2026. Een van de rechters was niet in staat het arrest mede te ondertekenen.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens intrekking.