Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2026:1197

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
1 mei 2026
Publicatiedatum
1 mei 2026
Zaaknummer
23-002971-25
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3a OpiumwetArt. 11 Opiumwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van medeplegen invoer hennep

De verdachte werd primair ten laste gelegd dat hij tussen 5 en 6 december 2025 te Schiphol medepleegde bij de invoer van een grote hoeveelheid hennep. Subsidiair werd hem verweten betrokken te zijn bij het voorbereiden, vervoeren en voorhanden hebben van middelen en gegevens gerelateerd aan de hennepinvoer.

Tijdens het hoger beroep heeft het hof het vonnis van de politierechter vernietigd. Het dossier bevatte onder meer een groepsgesprek tussen medeverdachten over de drugsinvoer, maar de verdachte nam hier niet aan deel. De verdachte verklaarde dat hij slechts een oplader naar het hotel bracht, wat werd bevestigd door een taxichauffeur. Hoewel hij een geldbedrag bij zich had, kon het hof niet vaststellen dat dit verband hield met de hennepinvoer.

Het hof oordeelde dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs was dat de verdachte wetenschap had van de invoer van de hennep of dat hij een materiële of intellectuele bijdrage had geleverd aan het medeplegen. De foto’s van marihuana op zijn telefoon waren van een jaar eerder en niet gerelateerd aan het tenlastegelegde feit. Daarom sprak het hof de verdachte vrij en hief het het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van medeplegen invoer hennep.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002971-25
datum uitspraak: 1 mei 2026
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 17 december 2025 in de strafzaak onder parketnummer 15-332323-25 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1993,
domicilie kiezende te: [adres]

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 17 april 2026.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
primair
hij in of omstreeks de periode tussen van 5 december 2025 tot en met 6 december 2025 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, een grote hoeveelheid hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, terwijl dit feit betrekking had op een grote hoeveelheid als bedoeld in artikel 11, vijfde lid, van die wet;
subsidiair
hij in of omstreeks de periode tussen van 5 december 2025 tot en met 6 december 2025 te Gilze Rijen en/of te Schiphol, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen een of meer stoffen en/of voorwerpen heeft bereid, bewerkt, verwerkt, te koop heeft aangeboden, verkocht, afgeleverd, verstrekt, vervoerd, vervaardigd en/of voorhanden heeft gehad, en/of een of meer vervoermiddelen, ruimten, gelden, andere betaalmiddelen en/of gegevens voorhanden heeft gehad, te weten
- een geldbedrag,
- een appgesprek waarin contact is met [persoon 1] waarin afspraken gemaakt zijn over het adres van levering, - een foto van het paspoort van de drugskoerier ( [medeverdachte] ),
- het telefoonnummer en/of de contactgegevens van degene die de koffers aan de drugskoerier heeft gegeven ( [persoon 1] ) en/of
- het adres van het hotel waar de drugskoerier ( [medeverdachte] ) zou verblijven;
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot met betrekking tot de bewijsvraag tot een andere beslissing komt dan de politierechter.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden met aftrek van voorarrest en een geldboete van 6.150 euro te vervangen door 55 dagen hechtenis.

Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte primair en subsidiair is tenlastegelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken. Hiertoe overweegt het hof als volgt.
Op grond van de inhoud van het procesdossier stelt het hof het volgende vast. Op 5 december 2025 is in de koffers van medeverdachte [medeverdachte] 21.929 kilo hennep door de douane op Schiphol onderschept. Het dossier bevat een groepsgesprek tussen [medeverdachte] , [persoon 2] en [persoon 1] . De verdachte neemt geen deel aan dit gesprek. Ook bevat het dossier een gesprek tussen de verdachte en NN7445 op 6 december 2025. NN7445 stuurt daarin het volgende bericht:
“I got your number from [naam] Please go to check on my girl she don’t have a charger Her phone is die”, waarna een foto van het paspoort van [medeverdachte] wordt verstuurd met de tekst
“ [hotel] room [nummer] .”De verdachte heeft verklaard dat hij met een taxi naar het [hotel] is gegaan om een oplader te brengen. Dit wordt ondersteund door de verklaring van de taxichauffeur. Bij aankomst en aanhouding heeft de verdachte een geldbedrag bij zich van in totaal 6.355 euro.
Op grond van de bewijsmiddelen kan het hof niet vaststellen dat de verdachte wetenschap heeft gehad van de invoer van de hennep. De verdachte neemt geen deel aan het groepsgesprek waarin wordt gesproken over de smokkel van de drugs. Ook valt uit het dossier geen direct verband tussen de verdachte en [medeverdachte] vast te stellen, anders dan dat hij een geldbedrag bij zich had wat mogelijk de beloning voor [medeverdachte] zou zijn. Over dit geldbedrag heeft de verdachte verklaard dat hij dit geld niet in het hotel kon achter laten en de 3 briefjes van 500 euro al jaren bij zich draagt voor goed geluk. Hoewel deze verklaring mogelijk vragen oproept, is dit onvoldoende om hiermee aan te tonen dat de verdachte wetenschap van de invoer van de hennep heeft gehad. De aangetroffen foto’s en video’s van marihuana op de telefoon van de verdachte dateren uit december 2024 (een jaar eerder dan het tenlastegelegde feit); op basis van deze foto’s is eveneens geen duidelijke relatie met het tenlastegelegde feit te duiden. Hoewel de reis van de verdachte per taxi naar het hotel en het daarvoor te betalen bedrag enerzijds en het enkel voor een telefoonoplader – die [medeverdachte] immers ook via het hotel zou kunnen verkrijgen – voor de overtuiging grondslagen biedt is een en ander onvoldoende voor voldoende wettig bewijs van zowel de opzet als de mate van betrokkenheid bij het tenlastegelegde medeplegen. Immers, anders dan het kopen en het brengen van een oplader bij het [hotel] kan niet worden vastgesteld dat de verdachte rondom de invoer van de hennep enige concrete handeling heeft verricht, waaruit kan worden afgeleid dat hij een intellectuele en/of materiële bijdrage van voldoende gewicht heeft geleverd bij de invoer van de hennep in Nederland. Het hof merkt op dat op basis van het dossier niet duidelijk is of de oplader ook daadwerkelijk bij de receptie van het [hotel] is gebracht.
Ten overvloede merkt het hof op dat aan een bewezenverklaring van het subsidiair tenlastegelegde in de weg zou staan dat in de tenlastelegging niet is opgenomen dat ‘het bestemd was tot het plegen van de in de Opiumwet strafbaar gestelde feiten’.
Het hof heft op het geschorste bevel voorlopige hechtenis van de verdachte.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair en subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. W.F. Groos, mr. A.R.O. Mooy en mr. M.J.A. Plaisier, in tegenwoordigheid van mr. L.M. Steur, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 1 mei 2026.
=========================================================================
[…]