ECLI:NL:GHAMS:2026:122

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
20 januari 2026
Publicatiedatum
20 januari 2026
Zaaknummer
200.355.687/01
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Benoeming van curator in curatelezaak met betrekking tot minderjarige

In deze zaak, behandeld door het Gerechtshof Amsterdam, staat de benoeming van een curator voor de betrokkene centraal. De betrokkene, geboren in 2005, is onder curatele gesteld vanwege zijn lichamelijke en geestelijke toestand. De kantonrechter had eerder de ouders van de betrokkene als curatoren benoemd, maar heeft hen in een latere beschikking ontslagen en een externe curator, [X], aangesteld. De moeder van de betrokkene is het niet eens met deze beslissing en verzoekt om haar alleen of samen met haar broer als curator te worden benoemd. De vader van de betrokkene verzet zich tegen de verzoeken van de moeder en pleit voor de aanstelling van een professionele curator. Tijdens de zitting is gebleken dat de betrokkene niet in staat is om zijn voorkeur voor een curator duidelijk te maken, wat de rechter heeft doen besluiten dat de benoeming van de moeder niet in het belang van de betrokkene is. Het hof heeft de beschikking van de kantonrechter bekrachtigd, waarbij het belang van de betrokkene voorop staat en de noodzaak van een onafhankelijke curator wordt benadrukt.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Afdeling civiel recht en belastingrecht
Team III (familie- en jeugdrecht)
zaaknummer: 200.355.687/01
zaaknummer rechtbank: 11238347 BZ VERZ 24-4310 SZ
beschikking van de meervoudige kamer van 20 januari 2026 in de zaak van
[de moeder],
wonende te [plaats A] , gemeente [gemeente] ,
verzoekster in hoger beroep,
hierna: de moeder,
advocaat: mr. H. Loonstein te Amsterdam,
en
[de vader],
wonende te [plaats B] , gemeente [gemeente] ,
verweerder in hoger beroep,
hierna: de vader,
advocaat: mr. A.M. Koopman te Alkmaar.
Het hof heeft daarnaast als belanghebbenden aangemerkt:
- [betrokkene] (hierna: de betrokkene),
- [broer] (hierna: (broer) [broer] ), en
- [X] BV, gevestigd te [vestigingsplaats] (hierna: de opvolgend curator of [X] ).

1.De zaak in het kort

1.1
De zaak gaat over de vraag wie als curator(en) van de betrokkene moet(en) worden benoemd.
1.2
De kantonrechter in de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar (hierna: de kantonrechter) heeft in een beschikking van 13 maart 2025 (hierna: de bestreden beschikking) de moeder en de vader als curatoren ontslagen en [X] tot (opvolgend) curator benoemd.
De moeder is het daarmee niet eens en wil dat zij alleen als curator wordt benoemd, of dat zij en broer [broer] samen als curator worden benoemd.

2.De procedure in hoger beroep

2.1
De moeder is op 13 juni 2025 in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking.
2.2
De vader heeft op 18 augustus 2025 een verweerschrift ingediend.
2.3
[X] heeft op 27 augustus 2025 een schriftelijke reactie ingediend.
2.4
Het hof heeft daarnaast de volgende stukken ontvangen:
- een bericht van de moeder van 7 november 2025, met bijlagen;
- een bericht van de moeder van 11 november 2025.
2.5
De zitting heeft op 19 november 2025 plaatsgevonden. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder, bijgestaan door mr. J.R. Núñez Casanova, als waarnemer voor mr. Loonstein;
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- de betrokkene;
- broer [broer] ;
- [X] , vertegenwoordigd door [naam] .
Mr. Núñez Casanova heeft de zaak toegelicht aan de hand van overgelegde spreekaantekeningen.

3.De feiten

3.1
De betrokkene is geboren [in] 2005 te [betrokkene] de [plaats C] , Colombia. Hij is de zoon van [de moeder] en [de vader] . Hij is de broer van [broer] , geboren [in] 2002.
3.2
Bij beschikking van de kantonrechter van 8 maart 2023 is de betrokkene onder curatele gesteld als gevolg van zijn lichamelijke of geestelijke toestand, met benoeming van de moeder en de vader, zowel tezamen als ieder afzonderlijk bevoegd, tot curatoren.

4.De omvang van het hoger beroep

4.1
Bij de bestreden beschikking zijn de vader en de moeder door de kantonrechter ontslagen als curatoren en is [X] tot opvolgend curator benoemd.
4.2
De moeder verzoekt primair, met vernietiging van de bestreden beschikking, haar (alsnog) te benoemen als curator van de betrokkene. Subsidiair verzoekt de moeder haar samen met broer [broer] te benoemen als curator.
4.3
De vader verzoekt, naar het hof begrijpt, de verzoeken van de moeder af te wijzen en de bestreden beschikking te bekrachtigen.

5.De motivering van de beslissing

Standpunten van partijen
5.1
De moeder is van mening dat de kantonrechter ten onrechte voorbij is gegaan aan de uitdrukkelijke voorkeur van [betrokkene] om de moeder tot curator te benoemen. De betrokkene is voldoende in staat zijn uitdrukkelijke voorkeur kenbaar te maken. Dit blijkt onder meer uit de verklaring van broer [broer] , waarin duidelijk wordt dat het de voorkeur van de betrokkene is om zijn moeder als curator te laten benoemen. De moeder is van mening dat de gediagnostiseerde stoornissen van de betrokkene niet betekenen dat hij niet in staat zou kunnen zijn om zijn voorkeur expliciet uit te drukken. De moeder wijst er voorts (subsidiair) op dat ten onrechte de wettelijke voorkeursregeling van artikel 1:383 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek niet is gevolgd. Wat betreft de afhankelijkheidsrelatie tussen haar en de betrokkene, wijst de moeder erop dat zij en de betrokkene een lange en intensieve voorgeschiedenis hebben, waarbij de aanwezigheid van haar en broer [broer] voor de nodige stabiliteit en juist voor progressie in de ontwikkeling van de betrokkene heeft gezorgd. Door de langdurende betrokkenheid van verschillende betrokken partijen gaat het naar omstandigheden goed met de betrokkene en is er geen stagnatie in zijn ontwikkeling geweest, aldus de moeder. Zorgtrajecten zijn ingezet en kunnen de komende tijd mogelijk worden uitgebreid. Van enige financiële afhankelijkheid is geen sprake; bovendien is sprake van onafhankelijke controle. Voor het geval de moeder, gelet op de beweerde afhankelijkheidsrelatie met de betrokkene, niet alleen als curator zou kunnen worden aangesteld zou zij dit tezamen met [broer] kunnen doen.
5.2
De vader voert verweer en stelt dat de uitdrukkelijke voorkeur van de betrokkene niet duidelijk blijkt en dat de betrokkene onvoldoende begrijpt wat de benoeming van een curator inhoudt. De vader erkent de afhankelijkheidsrelatie tussen de moeder en de betrokkene, evenals de invloed die dit heeft op de stagnerende ontwikkeling en hulpverlening van de betrokkene. Een externe professionele curator heeft een brede en onafhankelijke kijk op de mogelijkheden die er in de regio zijn en in het belang van de verdere ontwikkeling van de betrokkene gerealiseerd kunnen worden. Daarnaast kan een professionele curator helpen met contactherstel tussen hem en de betrokkene, aldus de vader. Verder acht de vader het, gelet op jonge leeftijd van [broer] , niet in zijn belang om mede belast te worden met het curatorschap over zijn broer. Voorts wijst de vader op de financiële afhankelijkheid van de moeder die een optimale inzet van het PGB in de weg zou kunnen staan.
5.3
Broer [broer] voert ter zitting (kort samengevat) het volgende aan. Hij is van mening dat de moeder goed in staat is het curatorschap op zich te nemen. Mocht het nodig zijn, dan is hij bereid om samen met de moeder het curatorschap uit te oefenen. Verder beschouwt hij de benoeming van een externe professionele curator als een onnodige stap, die alleen maar voor onrust zou zorgen bij de betrokkene.
5.4
[X] voert (kort samengevat) het volgende aan. Het curatorschap dient in handen van een onafhankelijke, professionele curator te blijven. Daarmee wordt gewaarborgd dat er geen loyaliteitsconflict ontstaat voor de betrokkene en dat zijn belangen ook op langere termijn evenwichtig worden behartigd.
De beoordeling
5.5
Het hof overweegt als volgt. Niet ter discussie staat dat de betrokkene op juiste gronden onder curatele staat. Het verzoek in hoger beroep ziet op de vraag wie tot (opvolgend) curator moet worden benoemd.
5.6
Op grond van artikel 1:383 lid 1 BW benoemt de rechter bij het instellen van de curatele of zo spoedig mogelijk daarna een curator. Hij vergewist zich van de bereidheid en vormt zich een oordeel over de geschiktheid van de te benoemen persoon. Ingevolge lid 2 volgt de rechter bij de benoeming van de curator de uitdrukkelijke wens van de betrokkene, tenzij gegronde redenen zich tegen zodanige benoeming verzetten. Lid 3 van dit artikel bepaalt dat, bij afwezigheid van een echtgenoot, geregistreerd partner of anderszins een levensgezel, bij voorkeur een van de ouders, kinderen, broers of zusters tot curator wordt benoemd.
Op grond van art. 1:385, lid 1 en onder d BW – voor zover hier van belang – kan de curator te allen tijde hetzij op eigen verzoek, hetzij wegens gewichtige redenen door de rechter worden ontslagen, zulks op verzoek van de medecurator of degene die gerechtigd is de curatele te verzoeken, dan wel ambtshalve.
5.7
Uit de overgelegde stukken en hetgeen tijdens de zitting in hoger beroep naar voren is gekomen, is het volgende gebleken. Bij beschikking van 8 maart 2023 heeft de kantonrechter betrokkene onder curatele gesteld wegens zijn lichamelijke of geestelijke toestand, met benoeming van zijn ouders tot curator. Voorop staat dat het voldoende duidelijk is geworden dat de betrokkene veel zorg behoeft. De betrokkene is gediagnosticeerd met een autismespectrumstoornis, een neurocognitieve ontwikkelingsstoornis, een verstandelijke beperking en een ontwikkelingsachterstand. Blijkens de medische verklaring van 6 mei 2025 is de betrokkene wegens zijn gediagnosticeerde stoornissen op vele levensterreinen, zowel in financieel als medisch opzicht, wilsonbekwaam. Ook tijdens de zitting was betrokkene niet voldoende in staat om adequaat antwoord te geven op de door het hof gestelde vragen. Het hof heeft gelet op het voorgaande niet kunnen vaststellen dat de betrokkene zelfstandig in staat is zijn standpunt over en zijn uitdrukkelijke voorkeur voor de persoon van de curator kenbaar te maken en hiervan de mogelijke consequenties te overzien. Het door de moeder gedane beroep op het in artikel 1:383 BW lid 2 gestelde wordt dan ook gepasseerd.
5.8
Ten aanzien van de wettelijke voorkeur om de moeder tot curator te benoemen overweegt het hof als volgt.
Hoewel het hof progressie ziet in de zoektocht van de moeder naar hulpverlening en dagbesteding voor de betrokkene en het hof voorts ziet dat de moeder zich hiervoor ten volle inzet, is het hof van oordeel dat passende hulpverlening nog steeds ontbreekt en daardoor onvoldoende effectief aan de ontwikkeling van de betrokkene wordt gewerkt. Daarnaast is sprake van een sterke afhankelijkheidsrelatie tussen de moeder en de betrokkene, die structureel van invloed is op de stagnerende ontwikkeling van zijn zelfstandigheid en zelfredzaamheid. Deze intensieve verwevenheid -hoe begrijpelijk ook- en de wijze waarop de moeder betrokken is bij de dagelijkse zorg, maken dat de rol als moeder en die als curator onvoldoende gescheiden kunnen worden. Voor een effectieve en evenwichtige belangenbehartiging is het noodzakelijk dat beslissingen over zorg, dagbesteding en toekomstperspectief in voldoende onafhankelijkheid worden genomen, waarbij het van belang is dat de curator een brede, objectieve blik behoudt op alle relevante ontwikkelings- en begeleidingsmogelijkheden.
5.9.
Daarnaast geldt dat sprake is van een verstoorde verstandhouding tussen de ouders onderling. De ouders zijn niet in staat om constructief met elkaar te communiceren. Bovendien is vast komen te staan dat de vader en de betrokkene elkaar al lange tijd niet hebben gezien. De vader is niet op de hoogte van de recente ontwikkelingen van het afgelopen anderhalf jaar. Aannemelijk is dat, gelet op deze verstoorde verstandhouding, de vader bij de benoeming van de moeder als curator (verder) uit beeld zal raken. Voor een goede ontwikkeling van de betrokkene is het van belang dat hij contact heeft met beide ouders en dat zij allebei bij beslissingen over de betrokkene worden betrokken. De benoeming van de moeder als curator staat ook ten aanzien van deze problematiek een goede uitoefening van het curatorschap in de weg. Op grond van al het voorgaande acht het hof gegronde redenen aanwezig die zich tegen de benoeming van de moeder tot curator van de betrokkene verzetten. Het hof zal het verzoek van de moeder om haar tot curator van betrokkene te benoemen daarom afwijzen.
Het hof acht om voormelde redenen ook het subsidiaire verzoek van de moeder, inhoudende om haar samen met broer [broer] te benoemen als curator, niet in het belang van de betrokkene. In dit verband geldt nog dat ook [broer] een verstoorde verhouding met de vader heeft.
Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat sprake is van gewichtige redenen op grond waarvan de kantonrechter terecht heeft geoordeeld dat de vader en de moeder als curatoren dienen te worden ontslagen en de belangen van de betrokkene het best gediend worden met de benoeming van een onafhankelijke en professionele curator. Naar het oordeel van het hof is gebleken dat [X] de curatele naar behoren uitvoert. Nu verder ook niet is gebleken van inhoudelijke bezwaren tegen deze professionele curator, zal het hof de bestreden beschikking bekrachtigen.

6.De beslissing

Het hof:
bekrachtigt de beschikking waarvan beroep;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.N. van de Beek, mr. M.T. Hoogland en mr. M.E. Burger, in tegenwoordigheid van de griffier en is op 20 januari 2026 in het openbaar uitgesproken door de voorzitter.