ECLI:NL:GHAMS:2026:1304
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging beëindiging gezamenlijk gezag en toewijzing eenhoofdig gezag aan moeder
De zaak betreft het gezag over een minderjarige geboren in 2016. De rechtbank Amsterdam had op 21 juli 2025 het verzoek van de moeder toegewezen om het gezamenlijk gezag te beëindigen en haar het eenhoofdig gezag toe te wijzen. De vader ging hiertegen in hoger beroep.
In hoger beroep heeft het hof het verzoek van de vader afgewezen en de bestreden beschikking bekrachtigd. Het hof oordeelde dat de ouders al geruime tijd geen contact hebben en dat de vader mentale problemen heeft, waardoor het onwaarschijnlijk is dat zij binnen afzienbare tijd gezamenlijk het gezag adequaat kunnen uitoefenen.
De vader heeft geen fysiek contact met de minderjarige sinds meer dan vijf jaar en heeft meerdere keren zijn toestemming voor gezagsbeslissingen geweigerd, wat de moeder dwong vervangende toestemming te vragen. De moeder onderhoudt de vader wel via periodieke informatievoorziening.
De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde eveneens de beschikking te bekrachtigen, omdat het belang van het kind voorspelbaarheid, continuïteit en emotionele veiligheid vereist. Het hof benadrukte dat de beëindiging van het gezag losstaat van het contactrecht van de vader.
Ten aanzien van de proceskosten wees het hof het verzoek van de moeder af om de vader te veroordelen, omdat het recht op hoger beroep vrijstaat en compensatie van kosten in familierechtelijke procedures gebruikelijk is.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het gezamenlijk gezag en wijst het eenhoofdig gezag toe aan de moeder.