In hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter heeft het gerechtshof Amsterdam vastgesteld dat de verdachte als houder van diverse dieren onvoldoende zorg heeft verleend. De NVWA constateerde onder meer te lange klauwen en hoeven, onvoldoende schuilmogelijkheden, en gevaarlijke scherpe randen in de behuizing.
Het hof achtte deze feiten wettig en overtuigend bewezen, maar sprak de verdachte vrij voor enkele tenlastegelegde punten die niet bewezen konden worden. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde werd bevestigd, maar het hof besloot geen straf of maatregel op te leggen. Dit vanwege het ontbreken van kwalijke intenties, de goede algemene verzorging van de dieren, en het feit dat bestuursdwangmaatregelen al waren opgelegd en opgevolgd.
Het arrest benadrukt de verantwoordelijkheid van de houder voor het welzijn en de leefomgeving van dieren, maar kiest in dit bijzondere geval voor toepassing van artikel 9a Sr, waardoor geen straf wordt opgelegd. Het vonnis van de politierechter wordt vernietigd en het arrest van het hof geldt als einduitspraak.