Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2026:1326

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
12 mei 2026
Publicatiedatum
12 mei 2026
Zaaknummer
23-000145-22
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 OpiumwetArt. 11 OpiumwetArt. 9 SrArt. 22c SrArt. 22d Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep wegens hennepteelt en diefstal elektriciteit in Amstelveen

Op 12 oktober 2017 werd in een woning te Amstelveen een hennepkwekerij met 157 planten aangetroffen. De woning stond op naam van de verdachte, die tevens brieven en identiteitskaarten in de woning had. De verdachte verklaarde de woning te hebben onderverhuurd aan een Roemeen, maar deze verklaring werd door het hof ongeloofwaardig bevonden.

Daarnaast werd vastgesteld dat de elektriciteit illegaal werd afgetapt door het verbreken van zegels van de hoofdaansluitkast, wat de verdachte eveneens ten laste werd gelegd. Het hof achtte het wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zowel de hennepteelt als de diefstal van elektriciteit heeft gepleegd.

De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot een taakstraf van 50 uur, subsidiair 25 dagen hechtenis, en een voorwaardelijke gevangenisstraf. In hoger beroep stelde de advocaat-generaal een taakstraf van 44 uur en 22 dagen hechtenis voor, welke het hof passend achtte. Het hof constateerde een overschrijding van de redelijke termijn van berechting, maar vond dit gelet op de straf passend.

Het hof vernietigde het eerdere vonnis en deed opnieuw recht, waarbij het bewezenverklaarde werd bevestigd en de verdachte werd veroordeeld tot de taakstraf en hechtenis zoals gevorderd door de advocaat-generaal.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 44 uur taakstraf en 22 dagen hechtenis voor hennepteelt en diefstal van elektriciteit.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000145-22
datum uitspraak: 12 mei 2026
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 2 juli 2021 in de strafzaak onder parketnummer
13-128463-19 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1988,
adres: [adres 1] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 21 april en 12 mei 2026.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
1.
hij, op of omstreeks 12 oktober 2017 te Amstelveen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk heeft geteeld, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een woning aan de [adres 2] ), een hoeveelheid van in totaal (ongeveer) 157 hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet,
2.
hij, op of omstreeks 12 oktober 2017 te Amstelveen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Liander N.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen elektriciteit onder zijn/haar/hun bereik hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd omdat het hof tot andere overwegingen komt met betrekking tot het bewijs en de strafoplegging.

Bewijsoverweging

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder 1 en 2 tenlastegelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen. De woning stond op naam van de verdachte, er zijn brieven van de verdachte aangetroffen en de broer van de verdachte heeft verklaard dat de hennepkwekerij van de verdachte is geweest.
De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat niet vaststaat dat het de verdachte was die al die tijd in de woning aanwezig is geweest. De verdachte heeft verklaard de woning te hebben verhuurd aan een Roemeen. Ook kan niet worden vastgesteld dat de verdachte de post heeft neergelegd in de woning waar de hennepkwekerij is aangetroffen.
Het hof overweegt als volgt.
Hennepteelt (feit 1)
Uit het procesdossier volgt dat op 12 oktober 2017 een hennepkwekerij wordt aangetroffen in de woning aan de [adres 2] . Het gaat om 157 hennepplanten. In dezelfde woning worden twee identiteitskaarten en administratie aangetroffen. De identiteitskaarten zijn van de verdachte en van de broer van de verdachte. De verdachte is de tenaamgestelde van verschillende aangetroffen brieven, onder andere een brief gedateerd op 30 september 2017 en een brief bezorgd op het adres [adres 3] (zijnde het adres van de ouders van de verdachte) in [plaats] . De verdachte staat ingeschreven op het adres van de woning en er is een huurovereenkomst (p. 127 van het digitale procesdossier), waarin de verdachte als huurder wordt bestempeld.
De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep herhaald dat hij de woning heeft onderverhuurd aan een Roemeen die hij heeft ontmoet tijdens zijn werkzaamheden als taxichauffeur. De verdachte heeft geen nadere informatie of gegevens verstrekt over deze Roemeen, ook ter terechtzitting niet. De verklaring van de verdachte is dan ook op geen enkele wijze onderbouwd of verifieerbaar, en strookt niet met de bewijsmiddelen. Het hof acht de verklaring mede in dat licht ongeloofwaardig en gaat voorbij aan dit verweer.
Diefstal elektriciteit (feit 2)
Uit het dossier blijkt dat in de woning de zegels van de hoofdaansluitkast waren verbroken en dat op
12 oktober 2017 de stroom ten behoeve van de hennepkwekerij, die op dat moment in werking was, illegaal werd afgenomen.
Het hof is – gelet op wat hiervoor is overwogen ten aanzien van de betrokkenheid van de verdachte bij de hennepkwekerij – van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat de verdachte zich tevens schuldig heeft gemaakt aan de diefstal van elektriciteit ten behoeve van zijn hennepkwekerij.
Gelet op het voorgaande acht het hof het onder 1 en 2 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
1.
hij op 12 oktober 2017 te Amstelveen opzettelijk heeft geteeld in een woning aan de [adres 2] een hoeveelheid van in totaal (ongeveer) 157 hennepplanten,
2.
hij op 12 oktober 2017 te Amstelveen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, toebehorende aan Liander N.V., waarbij verdachte die weg te nemen elektriciteit onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.
Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:
opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod.
Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:
diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van verbreking.

Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit.

Oplegging van straf

De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 1 en 2 bewezenverklaarde veroordeeld tot een taakstraf van 50 uren, subsidiair 25 dagen hechtenis, en een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken met een proeftijd van twee jaren.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1 en 2 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 44 uren, subsidiair 22 dagen, met aftrek van voorarrest.
De raadsvrouw heeft het hof verzocht bij een bewezenverklaring de vordering van de advocaat-generaal te volgen.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het telen van 157 hennepplanten. De verdachte heeft daarbij kennelijk gehandeld uit financieel gewin. Verdovende middelen zijn schadelijk voor de volksgezondheid en leiden vaak tot verschillende vormen van criminaliteit. Tevens heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan diefstal van elektriciteit ten behoeve van de hennepkwekerij. De verdachte heeft op illegale wijze stroom afgetapt, zonder dat dit werd geregistreerd en zonder dat hiervoor door de verdachte werd betaald, waardoor de energiebedrijven schade hebben geleden.
In artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) is gewaarborgd het recht van iedere verdachte om binnen een redelijke termijn te worden berecht. Volgens vaste rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) kan de verdachte aanspraak maken op een berechting binnen een redelijke termijn vanaf het moment waarop sprake is van een ‘criminal charge’.
Het hof stelt vast dat op 20 januari 2022 hoger beroep is ingesteld en dat het hof uitspraak doet op 12 mei 2026. In hoger beroep is de redelijke termijn derhalve met ongeveer twee jaren en vier maanden overschreden. Gelet op de omstandigheid dat aan de verdachte een taakstraf van minder dan 100 uren wordt opgelegd, zal het hof evenwel volstaan met de vaststelling dat inbreuk is gemaakt op artikel 6, eerste lid, EVRM.
Het hof acht, alles afwegende, de door de advocaat-generaal gevorderde taakstraf passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet en de artikelen 9, 22c, 22d, 57 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1 en 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
44 (vierenveertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
22 (tweeëntwintig) dagen hechtenis.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.J.A. Plaisier, mr. H.A. Stalenhoef en mr. A.J. van Es, in tegenwoordigheid van
mr. C. van der Laan, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
12 mei 2026.
Mr. A.J. van Es is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[…]