Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
3.Feiten
4.Eerste aanleg
5.Hoger beroep
grieven 1 tot en met 3strekken tot betoog dat wel degelijk is bewezen dat [appellant] meer dan € 10.000 heeft gegeven. Daarmee vragen de grieven om een nieuwe waardering van het door [appellant] bijgebrachte bewijs. De appeldagvaarding dateert van na 1 januari 2025, zodat daarop het per die datum in werking getreden nieuwe bewijsrecht van toepassing is. Dat betekent voor deze zaak dat het hof in de waardering van de getuigenverklaring van [appellant] net zo vrij is als in de waardering van de verklaringen van de andere getuigen.
“Hij[ [appellant] ]
vroeg mij 40.000 euro naar Iran te sturen en mijn antwoord is dat dit niet kan. Dit bericht gaat over porties van 10. Ik heb dit wel gezegd.”Dat levert bewijs op voor de door [appellant] gestelde bedragen en is bovendien een aanwijzing voor de rol van [geïntimeerde 1] in de Iraanse gemeenschap die [appellant] kennelijk ertoe heeft gebracht om haar geld te geven. Die rol vindt bovendien steun in de eerdere rechterlijke veroordelingen van [geïntimeerde 1] in soortgelijke zaken, waaruit een patroon van handelen blijkt als waar het hier om gaat.
€ 10.000 aan [geïntimeerde 1] . Dat [appellant] meer geld aan [geïntimeerde 1] en/of [geïntimeerde 2] heeft gegeven wordt ook in hoger beroep niet bewezen geoordeeld.
6.Beslissing
10 juli 2024;