Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
3.Feiten
– samengevat – verklaard dat zij zeer regelmatig stankoverlast ervaart, vooral door een sterke hennepgeur, dat er veel geschreeuwd wordt in de woning en dat er veel aanloop is naar de woning, met name in de avonduren voor korte bezoekjes en dat er dan auto’s af en aan rijden met daarin “bijzondere” types.
4.Procedure bij de kantonrechter
5.Vordering in hoger beroep
6.Beoordeling
grief 10, die zich richt tegen de uitvoerbaar bij voorraad verklaring van het bestreden vonnis, intrekt. Deze grief behoeft dus geen bespreking meer.
grief 1betoogt [appellant] dat de kantonrechter ten onrechte spoedeisend belang heeft aangenomen. Deze grief slaagt niet. Met de kantonrechter is het hof van oordeel dat [geïntimeerde] spoedeisend belang heeft bij haar vorderingen. In deze zaak gaat het om de aanwezigheid van een aanzienlijke hoeveelheid drugs in een sociale huurwoning. [geïntimeerde] heeft er als toegelaten instelling van volkshuisvesting een spoedeisend belang bij te bewerkstelligen dat haar - schaarse - sociale huurwoningen op een rechtmatige manier worden bewoond. Het door [geïntimeerde] met betrekking tot drugs gevoerde
zerotolerancebeleidwint aanmerkelijk aan slagkracht én, naar mag worden aangenomen, aan afschrikwekkende werking als daarbij gebruik kan worden gemaakt van het instrument van de vordering tot ontruiming in kort geding.
grieven 2 tot en met 5lenen zich voor een gezamenlijke behandeling. De grieven zijn gericht tegen het oordeel van de kantonrechter dat op grond van de grote hoeveelheid hennep in combinatie met de aangetroffen weegschaal en tumbletrimmer en de (anonieme) verklaringen van twee buren voldoende aannemelijk is geworden dat [appellant] vanuit de woning in drugs heeft gehandeld. [appellant] erkent dat hij te veel softdrugs in zijn woning had, maar dit was voor eigen gebruik en niet bestemd voor de handel. De kantonrechter heeft volgens [appellant] voorts ten onrechte aangenomen dat sprake is van een negatieve invloed van druggerelateerde activiteiten van [appellant] op de woonomgeving, die zich zou hebben gemanifesteerd doordat de politie is binnengetreden. Voor zover [appellant] al is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst, is er geen sprake van een ernstige tekortkoming en in elk geval niet zo ernstig dat dit ontbinding en/of ontruiming zou rechtvaardigen, aldus nog steeds [appellant] .
grieven 6 tot en met 8lenen zich eveneens voor gezamenlijke behandeling, omdat deze zich in de kern richten tegen het oordeel van de kantonrechter dat het belang van [geïntimeerde] bij de gevorderde ontruiming zwaarder weegt dan het belang van [appellant] en zijn minderjarige zoon bij het behoud van de woning.
Grief 9van [appellant] (over de ontruimingstermijn) behoeft geen bespreking omdat het hof de vordering van [geïntimeerde] tot ontruiming zal afwijzen. Het bestreden vonnis wordt vernietigd. [geïntimeerde] is in het hoger beroep voornamelijk in het ongelijk gesteld en zal daarom worden veroordeeld in de proceskosten in beide instanties. Dit betekent dat ook
grief 11slaagt. Het hof stelt de proceskosten als volgt vast: