Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
e-mail van 9 maart 2026, ontvangen per post op 11 maart 2026 (ter onderbouwing van het zijn van ‘een bijzonder geval’ in de zin van artikel 30a Wet WOZ), en een e-mail van
12 maart 2026, ontvangen per post op 16 maart 2026, met onder meer zeven met behulp van AI gegenereerde grieven.
2.Feiten
3.Geschil in hoger beroep
4.Het oordeel van de rechtbank
Beroep op betalingsonmacht griffierecht
[X] is eigenaar van de appartementen.
De heffingsambtenaar stelt daartegenover dat hij bij de waardering niet afzonderlijk rekening houdt met balkons van geringe omvang, te weten minder dan 9 m², zoals in dit geval bij de vergelijkingsobjecten aan de orde is.
23 november 2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:3540]
5.Beoordeling van het geschil in hoger beroep
20 januari 2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:310) is iWOZ-informatie geen op de zaak betrekking hebbend stuk indien, zoals in deze zaak, deze iWOZ-informatie niet is gebruikt bij de waardering. Hetzelfde heeft te gelden voor de door belanghebbende verzochte bouwtekeningen.
3 maart 2026 voor het eerst (in deze procedure) een beroep gedaan op de uitspraak van gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 3 juni 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:3430. De betreffende passage bevat geen concrete grond of klacht, maar plaatst enkele algemene opmerkingen over de opbrengstlimiet. Onduidelijk is daarom of belanghebbende met het opnemen van deze passage poogt het geschil in hoger beroep uit te breiden tot de aanslagen rioolheffing (welke eveneens op het aanslagbiljet waren vermeld). Voor zover dit inderdaad de bedoeling van belanghebbende is gaat het Hof daarin niet mee. Tegen de aanslagen rioolheffing is namelijk geen bezwaar gemaakt en deze waren geen onderwerp van het geschil in beroep. De wet biedt niet de mogelijkheid voor het eerst in hoger beroep op te komen tegen die aanslagen. Het Hof kan de klachten van belanghebbenden over de aanslagen rioolheffing daarom niet tot het geschil rekenen en zal deze onbehandeld laten (vgl. Hof Amsterdam 16 december 2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:3469).
€ 2.000 =) € 476 te vergoeden en de Staat (16/ x € 2.000 =) € 1.524.
6.Kosten
17 januari 2025, ECLI:NL:HR:2025:46. Nu de bestreden besluiten (d.w.z. de WOZ-beschikkingen, zie HR 28 maart 2025, ECLI:NL:HR:2025:465, r.o. 2.2) in stand blijven, dient het bedrag van € 700,50 aldus met een factor 0,10 vermenigvuldigd te worden. Dit leidt tot een kostenvergoeding in hoger beroep van afgerond € 70.
7.Beslissing
€ 279,50.
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.