Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2026:1357

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
19 mei 2026
Publicatiedatum
19 mei 2026
Zaaknummer
200.361.990/01
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:378 BWArt. 1:389 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot opheffing curatele wegens voortdurende kwetsbaarheid en beïnvloeding

Betrokkene verzocht om opheffing van de curatele die in februari 2022 was ingesteld vanwege zijn lichamelijke en geestelijke toestand en de invloed van zijn ex-partner, die betrokken was bij drugshandel en prostitutie vanuit zijn woning. Betrokkene stelde dat de omstandigheden verbeterd zijn, hij geen schulden meer heeft en dat de curatele onnodig en disproportioneel is. Hij verzocht subsidiair om omzetting van de curatele in bewind.

De curator betoogde dat de curatele noodzakelijk blijft omdat betrokkene nog steeds kwetsbaar is voor de invloed van zijn ex-partner, die nog contact zoekt en druk uitoefent. De curator wees op het risico van financieel misbruik en de eerdere problematische situatie met inschrijving van de ex-partner op het adres van betrokkene.

Het hof oordeelde dat ondanks het ontbreken van schulden en de afwezigheid van de ex-partner in Nederland, de kwetsbaarheid en beïnvloeding van betrokkene nog steeds aanwezig zijn. De lichtere maatregel van bewind biedt onvoldoende bescherming. Het contact tussen betrokkene en de curator verloopt goed, maar betrokkene is niet in staat zijn belangen zelfstandig behoorlijk waar te nemen. Daarom werd de bestreden beschikking bekrachtigd en het verzoek tot opheffing afgewezen.

Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot opheffing van de curatele af en bekrachtigt de bestreden beschikking.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Afdeling civiel recht en belastingrecht
Team III (familie- en jeugdrecht)
zaaknummer: 200.361.990/01
zaaknummer rechtbank: 11730085 EB VERZ 25-5149
beschikking van de meervoudige kamer van 19 mei 2026 in de zaak van
[betrokkene] ,
wonende te [plaats A] ,
verzoeker in hoger beroep,
hierna: betrokkene,
advocaat: mr. M.H. Schmidt te Amsterdam,
Het hof heeft daarnaast als belanghebbende aangemerkt:
- [X] B.V., hierna ook: de curator.

1.De zaak in het kort

De zaak gaat over de vraag of de beschermingsmaatregel van curatele voor betrokkene nog langer nodig is. De kantonrechter heeft het verzoek van betrokkene tot opheffing van de curatele afgewezen. Betrokkene is het daar niet mee eens en wil dat de curatele alsnog wordt opgeheven. De curator is het eens met de bestreden beschikking.

2.De procedure in hoger beroep

2.1
Betrokkene is op 26 november 2025 in hoger beroep gekomen van een beschikking van
28 augustus 2025 (hierna: de bestreden beschikking) van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam (hierna: de kantonrechter).
2.2
De curator heeft ter zitting verweer gevoerd.
2.3
Het hof heeft daarnaast het volgende stuk ontvangen;
- een bericht van betrokkene van 2 december 2025 met bijlage.
2.4
De zitting heeft op 10 april 2026 plaatsgevonden. Daarbij waren aanwezig:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat, en
- de curator, vertegenwoordigd door [naam 1] en [naam 2] .

3.De feiten

3.1
Betrokkene is geboren [in] 1945 te [plaats A] .
3.2
Bij beschikking van 24 juni 2021 heeft de kantonrechter een bewind ingesteld over de goederen die (zullen) toebehoren aan betrokkene. Bij beschikking van 21 februari 2022 heeft de kantonrechter de onderbewindstelling opgeheven en betrokkene onder curatele gesteld als gevolg van zijn lichamelijke/geestelijke toestand, met benoeming van [X] B.V. tot curator.

4.De omvang van het hoger beroep

4.1
De kantonrechter heeft in de bestreden beschikking het verzoek van betrokkene tot opheffing van de curatele afgewezen.
4.2
Betrokkene verzoekt, met vernietiging van de bestreden beschikking, de curatele op te heffen. Subsidiair verzoekt betrokkene de curatele om te zetten in bewind.
4.3
De curator verzoekt de verzoeken van betrokkene af te wijzen en de bestreden beschikking te bekrachtigen.

5.De motivering van de beslissing

Het wettelijk kader
5.1
Uit artikel 1:378, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) volgt dat een meerderjarige door de rechter onder curatele kan worden gesteld wanneer hij tijdelijk of duurzaam zijn belangen niet behoorlijk waarneemt of zijn veiligheid of die van anderen in gevaar brengt, als gevolg van:
a. zijn lichamelijke of geestelijke toestand, dan wel
b. gewoonte van drank- of drugsmisbruik,
en een voldoende behartiging van die belangen niet met een meer passende en minder verstrekkende voorziening kan worden bewerkstelligd.
Uit artikel 1:389, tweede lid, BW volgt dat de rechter de curatele kan opheffen, indien de noodzaak daartoe niet meer bestaat of voortzetting van de curatele niet zinvol is gebleken.
De standpunten
5.2
Betrokkene stelt zich op het standpunt dat de gronden voor ondercuratelestelling niet langer aanwezig zijn. Aan de curatele, en daarvoor het bewind, lag ten grondslag dat in 2021 een problematische situatie was ontstaan door de toenmalige partner van betrokkene, waardoor overlast werd veroorzaakt en ontruiming van de woning dreigde. Sindsdien hebben zich echter geen problemen meer voorgedaan en de ex-partner van betrokkene, [naam 3] (hierna: [naam 3] ). [naam 3] woont nu niet meer in Nederland, waardoor de beschermingsmaatregel niet langer nodig is. Bovendien heeft betrokkene alle schulden afbetaald. Alle vaste lasten worden betaald via automatische incasso’s. Betrokkene is enigszins kwetsbaar, maar hij heeft geen lichamelijke of geestelijke gebreken. Betrokkene kan nu goed voor zichzelf zorgen met hulp van maatschappelijk werk (het Leger des Heils). Door de curatele wordt betrokkene dan ook onnodig en buitenproportioneel in zijn vrijheid beperkt. Een minder ingrijpende vorm van hulp dan curatele volstaat dan ook, zoals hij nu al krijgt van het Leger des Heils. Als uiterste maatregel zou bewind een mogelijkheid zijn.
5.3
De curator is het eens met de bestreden beschikking. Destijds is een bewind ingesteld omdat betrokkene een hoge schuld had en er een vermoeden van financieel misbruik was. Er waren zorgen over de situatie met [naam 3] , die zijn mantelzorger was. Zij was betrokken bij drugshandel en prostitutie vanuit de woning van betrokkene. Betrokkene dreigde daardoor zijn woning te verliezen. Door toename van de zorgen is het bewind omgezet in curatele. Betrokkene had een nieuwe woning gekregen en [naam 3] had zich ingeschreven op zijn nieuwe adres. Eerder stortte betrokkene zijn leefgeld door naar [naam 3] , waardoor hij zelf weinig overhield. Daartoe heeft de curator inmiddels de mogelijkheden geblokkeerd. De ondercuratelestelling is echter nog altijd noodzakelijk. Ondanks dat [naam 3] niet meer in Nederland woont, is zij nog steeds in beeld en oefent zij nog altijd druk uit op betrokkene. [naam 3] neemt vaak contact op met de curator en vraagt dan om geld. Ook neemt zij contact op met het Leger des Heils en de huisarts, omdat het niet goed met betrokkene zou gaan, terwijl er dan niets aan de hand is. Betrokkene is beïnvloedbaar en de eerdere risico’s van financieel misbruik en inschrijving van [naam 3] op het adres van betrokkene zijn nog altijd aanwezig.
De beoordeling door het hof
5.4
Het hof is van oordeel dat de ondercuratelestelling nog altijd noodzakelijk is en overweegt daartoe als volgt. In juni 2021 is betrokkene onder bewind gesteld, omdat er zorgen waren rondom financieel misbruik van betrokkene door [naam 3] . Daarnaast bestonden er zorgen over drugshandel en prostitutie door [naam 3] in de woning van betrokkene, waardoor hij zijn woning dreigde te verliezen. In februari 2022 is het bewind omgezet in curatele, omdat de zorgen rondom de weerbaarheid van betrokkene tegen [naam 3] waren toegenomen als gevolg van haar inschrijving op zijn nieuwe adres. Het hof ziet dat betrokkene nog altijd kwetsbaar is voor de invloed van [naam 3] en financieel misbruik door haar. De curator heeft verklaard dat betrokkene tot voor kort een groot gedeelte van zijn leefgeld aan [naam 3] gaf. Volgens de curator kan betrokkene niet langer geld aan [naam 3] geven, omdat de mogelijkheden om geld op te nemen of over te maken inmiddels zijn geblokkeerd. Ter zitting heeft betrokkene desondanks verteld dat [naam 3] hem nu wekelijks belt en hij per keer dat zij belt € 40,- naar haar overmaakt. Het hof ziet dat [naam 3] daarnaast nog altijd intervenieert in het leven van betrokkene. Zo belt zij regelmatig naar de curator, het Leger des Heils en de huisarts van betrokkene en probeert zij invloed uit te oefenen op zijn leven. Zonder een maatregel van curatele ontstaat dan ook opnieuw het risico dat [naam 3] zich inschrijft op het adres van betrokkene en dat de problemen die er eerder waren zich weer zullen voordoen. Weliswaar is geen sprake meer van de onveilige situatie waarin betrokkene eerder verkeerde en heeft hij geen schulden meer, maar gezien hetgeen hiervoor is overwogen, is de bescherming van curatele nog nodig. De lichtere maatregel van onderbewindstelling is onvoldoende omdat die maatregel niet de vereiste en noodzakelijke bescherming zal bieden voor betrokkene. Dat blijkt uit de gebeurtenissen tot nu toe, de druk die [naam 3] nog altijd uitoefent op betrokkene en omdat betrokkene beïnvloedbaar is gebleken, hetgeen hem onvoldoende weerbaar maakt. Het hof acht het verder positief dat het contact tussen betrokkene en de curator goed verloopt. De curator helpt betrokkene naast financiële zaken ook met praktische zaken als boodschappen. Het voorgaande leidt ertoe dat het hof van oordeel is dat betrokkene op dit moment niet in staat is om, als gevolg van zijn geestelijke toestand, zelf zijn belangen behoorlijk waar te nemen. Het hof zal de bestreden beschikking dan ook bekrachtigen.
5.5
Dit leidt tot de volgende beslissing.

6.De beslissing

Het hof:
bekrachtigt de bestreden beschikking;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. D.H. Steenmetser-Bakker, mr. J.F. Miedema en
mr. L.M. Mons, in tegenwoordigheid van mr. B.F. Beijderwellen als griffier en is op
19 mei 2026 in het openbaar uitgesproken door de oudste raadsheer.