ECLI:NL:GHAMS:2026:1363
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over ontvankelijkheid en benoeming opvolgend bewindvoerder in beschermingsbewind
Betrokkene was onder bewind gesteld vanwege zijn lichamelijke of geestelijke toestand. Hij verzocht de kantonrechter om opheffing van het bewind, wat op 4 juli 2025 werd afgewezen. Tevens werd de voormalige bewindvoerder ontslagen en een nieuwe benoemd. Betrokkene kwam in hoger beroep tegen beide beslissingen.
Het hof oordeelde dat het hoger beroep tegen de afwijzing van de opheffing niet-ontvankelijk was vanwege overschrijding van de termijn. Ten aanzien van de benoeming van de bewindvoerder vernietigde het hof de beschikking voor zover de huidige bewindvoerder ook na 10 juni 2026 was benoemd. Het hof benoemde mevrouw [naam 1], ex-partner en moeder van de kinderen van betrokkene, als opvolgend bewindvoerder.
Het hof motiveerde dat betrokkene zijn voorkeur uitdrukkelijk had uitgesproken en dat er geen gegronde redenen waren die zich tegen haar benoeming verzetten. Mevrouw [naam 1] is geschikt en bereid om de taken kosteloos uit te voeren. De regeling van het bewind biedt voldoende waarborgen voor toezicht op het financiële beheer. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Betrokkene is niet-ontvankelijk in hoger beroep tegen afwijzing opheffing bewind; ex-partner benoemd als opvolgend bewindvoerder en huidige bewindvoerder ontslagen per 10 juni 2026.