Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2026:1397

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
26 mei 2026
Publicatiedatum
26 mei 2026
Zaaknummer
200.360.432/01
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:461 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bekrachtiging ontslag vader als mede-mentor wegens verstoorde verstandhouding en gewichtige redenen

De zaak betreft het hoger beroep van de vader tegen de beschikking van de kantonrechter die hem ontsloeg als mede-mentor van zijn zoon, een jongvolwassene met een verstandelijke beperking en ASS-stoornis. De vader betwistte het ontslag en stelde dat er geen gewichtige redenen waren om hem te ontslaan en dat de moeder en bewindvoerder hem buiten spel zetten.

Het hof oordeelde dat het gezamenlijke mentorschap niet langer in het belang van de zoon is vanwege een ernstig verstoorde verstandhouding tussen de ouders. De moeder en bewindvoerder stelden dat de vader de financiële belangen van de zoon niet goed behartigde, wat de vader betwistte. De verstoorde relatie leidt tot stagnatie in besluitvorming over de verzorging en begeleiding van de zoon, die intensieve zorg nodig heeft.

Het hof vond dat de moeder, bij wie de zoon woont en die het meest betrokken is bij zijn zorg, het mentorschap alleen moet voortzetten. De vader behoudt een rol in de zorg, zodat het contact met de zoon niet wordt belemmerd. De beschikking van de kantonrechter wordt bekrachtigd en het hoger beroep van de vader wordt afgewezen.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt het ontslag van de vader als mede-mentor en stelt vast dat de moeder voortaan alleen als mentor optreedt.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Afdeling civiel recht en belastingrecht
Team III (familie- en jeugdrecht)
zaaknummer: 200.360.432/01
zaaknummer rechtbank: 11321517 MB VERZ 24-810 MVH
beschikking van de meervoudige kamer van 26 mei 2026 in de zaak van
[de vader] ,
wonende te [plaats A] , gemeente [gemeente] ,
verzoeker in hoger beroep,
hierna: de vader,
advocaat: mr. M. van der Weide te Heerhugowaard.
Het hof heeft daarnaast als belanghebbenden aangemerkt:
- [betrokkene] (betrokkene, hierna: [betrokkene] );
- [de moeder] (hierna: de moeder), bijgestaan door mr. T.J.E. op de Weegh te Heiloo;
- Heerhugowaard Bewindvoering B.V. (hierna: de bewindvoerder), bijgestaan door mr. J.G. Burgers te Alkmaar.

1.De zaak in het kort

1.1
De zaak gaat over het ontslag van de vader als mede-mentor van [betrokkene] .
1.2
De kantonrechter heeft op 17 juli 2025 de vader ontslagen als mede-mentor van [betrokkene] en heeft vastgesteld dat de moeder voortaan alleen zal optreden als mentor. De vader is het niet eens met deze beslissing en wil dat het inleidende verzoek van de bewindvoerder om de vader te ontslaan als mede-mentor, alsnog wordt afgewezen.

2.De procedure in hoger beroep

2.1
De vader is op 17 oktober 2025 in hoger beroep gekomen van de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar (hierna: de kantonrechter) van 17 juli 2025 (hierna: de bestreden beschikking).
2.2
De bewindvoerder heeft op 4 december 2025 een verweerschrift ingediend.
2.3
De zitting heeft op 9 april 2026 plaatsgevonden. Daarbij waren aanwezig:
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- mr. J.G. Burgers namens de bewindvoerder;
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat.
2.4
[betrokkene] is eveneens ter zitting verschenen, maar heeft kort na aanvang de zittingszaal verlaten omdat zijn aanwezigheid vanwege zijn problematiek en beperkingen te belastend voor hem is en overigens ook niet zinvol wordt geacht.

3.De feiten

3.1
[betrokkene] is geboren [in] 2002.
3.2
[betrokkene] heeft een verstandelijke beperking, een ASS-stoornis en geen spraakvermogen. Hij is een kwetsbare jongen, die functioneert op het niveau van ongeveer een 5-jarige. [betrokkene] heeft blijvend 24 uur per dag intensieve begeleiding en verzorging nodig. Vanaf zijn geboorte heeft [betrokkene] in gezinsverband met zijn ouders gewoond en sinds zijn ouders uit elkaar zijn gegaan, woont hij bij zijn moeder. Hij gaat vijf dagen per week naar dagbesteding.
3.3
De vader en de moeder hebben vanaf 2001 een affectieve relatie met elkaar gehad en waren van 19 maart 2021 tot 1 augustus 2024 gehuwd, welk huwelijk inmiddels door echtscheiding is beëindigd.
3.4
Bij beschikking van 26 mei 2020 zijn de goederen die (zullen) toebehoren aan [betrokkene] onder bewind gesteld vanwege zijn geestelijke of lichamelijke toestand. De vader en de moeder zijn tot bewindvoerders benoemd. Daarnaast is bij deze beschikking een mentorschap ingesteld ten behoeve van [betrokkene] . De vader en de moeder zijn benoemd tot mentoren.
3.5
Bij beschikking van 11 februari 2022 zijn de vader en de moeder door de kantonrechter
ambtshalve ontslagen als bewindvoerders wegens gewichtige redenen en is Heerhugowaard Bewindvoering B.V. benoemd tot opvolgend bewindvoerder.
3.6
Bij beschikking van 29 juni 2022 heeft de kantonrechter, ondanks het voortduren van de grond voor de onderbewindstelling, het ingestelde bewind over de goederen die toebehoren aan [betrokkene] opgeheven. Dit vanwege het gebrek aan medewerking door de vader en de moeder aan de taakuitoefening van de bewindvoerder.
3.7
Bij beschikking van 2 juli 2024 is, op het verzoek van de moeder, (opnieuw) een bewind ingesteld over de goederen die (zullen) toebehoren aan [betrokkene] wegens zijn lichamelijke of geestelijke toestand. Bij diezelfde beschikking is Heerhugowaard Bewindvoering B.V. benoemd tot bewindvoerder. Bij beschikking van dit hof van 13 mei 2025 is deze beslissing van de kantonrechter bekrachtigd. [1]

4.De omvang van het hoger beroep

4.1
De kantonrechter heeft in de bestreden beschikking, op het verzoek van de bewindvoerder, de vader ontslagen als mede-mentor van [betrokkene] en vastgesteld dat de moeder alleen zal optreden als mentor van [betrokkene] .
4.2
De vader verzoekt de bestreden beschikking te vernietigen en het inleidende verzoek van de bewindvoerder om de vader te ontslaan als mede-mentor alsnog af te wijzen.
4.3
De bewindvoerder verzoekt de vader niet-ontvankelijk te verklaren in zijn verzoek in hoger beroep dan wel het verzoek van de vader in hoger beroep af te wijzen.

5.De motivering van de beslissing

Het wettelijk kader
5.1
In artikel 1:461, eerste lid aanhef en sub e van het Burgerlijk Wetboek (BW) is bepaald dat de taak van de mentor eindigt door ontslag dat hem/haar wordt verleend door de kantonrechter met ingang van een door de kantonrechter te bepalen dag. In het tweede lid van voornoemd artikel is bepaald dat het ontslag aan de mentor wordt verleend hetzij op eigen verzoek, hetzij wegens gewichtige redenen of omdat de mentor niet meer voldoet aan de eisen om mentor te kunnen worden. Dit verzoek kan ook door de bewindvoerder worden gedaan.
De standpunten
5.2
De vader stelt dat de kantonrechter hem ten onrechte als mede-mentor van [betrokkene] heeft ontslagen en heeft bepaald dat de moeder voortaan alleen zal optreden als mentor. De vader is het niet eens met het oordeel van de kantonrechter dat de vader niet langer geschikt kan worden geacht om de niet-vermogensrechtelijke belangen van [betrokkene] te behartigen. Op geen enkele manier is onderbouwd wat de vader in de taken van mentor niet goed heeft gedaan. Daarnaast is nog geen uitspraak gedaan in de civiele procedure die de bewindvoerder is gestart. Bovendien zien de aantijgingen van de bewindvoerder op de behartiging van de financiële belangen van [betrokkene] en heeft dit niets te maken met het uitvoeren van het (mede)mentorschap door de vader. De vader wordt door de moeder en de bewindvoerder buiten spel gezet en hij maakt zich zorgen over de gevolgen daarvan voor [betrokkene] . Er zijn geen gewichtige redenen die het ontslag van de vader als mentor van [betrokkene] rechtvaardigen.
5.3
Namens de bewindvoerder is aangevoerd dat de beslissing van de kantonrechter op goede gronden berust. De voornaamste reden waarom het mentorschap niet langer gezamenlijk door de ouders kan worden uitgevoerd is het feit dat de ouders niet met elkaar door één deur kunnen en een verschillende visie hebben, hetgeen ter zitting is bevestigd.
5.4
De moeder voert aan dat de ouders op dit moment niet in staat zijn om met elkaar samen te werken en het mentorschap gezamenlijk uit te voeren. Het vertrouwen van de moeder in de vader is volledig verstoord door alle gebeurtenissen in het verleden. In tegenstelling tot de vader is de moeder van mening dat de samenwerking tussen de ouders niet goed verliep. De vader heeft handelingen verricht die niet in het belang van [betrokkene] waren en hij heeft afspraken gemaakt waarbij hij de moeder niet betrokken heeft. Hiermee heeft de vader laten zien dat hij niet in staat is om belangrijke beslissingen te nemen over [betrokkene] . Tot op heden heeft de vader niet erkend dat hij door zijn handelen het vertrouwen van de moeder heeft geschaad.
De beoordeling door het hof
5.5
Het hof is van oordeel dat voortzetting van de gezamenlijke uitoefening van het mentorschap door de ouders niet in het belang is van [betrokkene] . Het hof licht dit als volgt toe.
5.6
Het hof stelt voorop dat een mentor kan worden ontslagen indien sprake is van gewichtige redenen. [2] Van dergelijke gewichtige redenen is in het bijzonder sprake indien de mentor niet langer in staat is de belangen van betrokkene naar behoren te behartigen, dan wel indien de uitvoering van het mentorschap zodanig wordt belemmerd dat de verzorging, behandeling of begeleiding van betrokkene in het gedrang komt. In gevallen waarin sprake is van een gezamenlijk mentorschap geldt dat van mentoren mag worden verwacht dat zij in staat zijn tot een zodanige mate van overleg en afstemming, dat de belangenbehartiging van de betrokkene daaronder niet lijdt. Stagnatie in de besluitvorming of anderszins nadelige gevolgen van spanningen of een gebrekkige communicatie tussen mentoren moeten zoveel mogelijk voorkomen worden.
5.7
Naar het oordeel van het hof is voldoende aannemelijk geworden dat de verstandhouding tussen de ouders ernstig verstoord is geraakt. De moeder en de bewindvoerder stellen onder meer dat de vader gelden heeft onttrokken aan het vermogen van [betrokkene] en de financiële belangen van [betrokkene] niet goed heeft behartigd. De vader heeft dit betwist. De bewindvoerder is hiervoor een procedure gestart, die thans is verwezen naar mediation. Wat hier verder ook over te zeggen valt, vaststaat dat de moeder ieder vertrouwen in de vader heeft verloren. Hoewel de vader bereid en in staat is het mentorschap voort te zetten, is het hof van oordeel dat de verstoorde verhouding tussen hem en de moeder teveel in de weg staat aan de gezamenlijke uitoefening van de mentorschapstaken en daarmee de effectiviteit van het mentorschap. De ouders zijn niet langer in staat om samen beslissingen te nemen over de verzorging, behandeling en begeleiding van [betrokkene] . Partijen verschillen van inzicht over de wijze waarop bepaalde delen van de zorg ingevuld moet worden. De vader is het op veel punten niet eens met beslissingen van de moeder en het lukt de ouders niet om op constructieve wijze met elkaar tot oplossingen te komen. Het risico is groot dat het gebrek aan communicatie tussen de ouders en hun slechte verstandhouding zullen leiden tot een slechte belangenbehartiging en stagnatie van beslissingen ten behoeve van [betrokkene] . Te verwachten is dat dat [betrokkene] hiervan nadeel zal ondervinden. Het hof neemt hierbij in overweging dat [betrokkene] , gelet op zijn handicap en zorgbehoefte, in het bijzonder is aangewezen op tijdige, duidelijke en consistente besluitvorming met betrekking tot zijn verzorging, behandeling en begeleiding. Juist in een dergelijke situatie is het van groot belang dat beslissingen zonder onnodige vertraging kunnen worden genomen. Dit maakt dat naar het oordeel van het hof sprake is van gewichtige redenen die het ontslag van een van beide ouders als mentor van [betrokkene] rechtvaardigen.
5.8
De voortzetting van het mentorschap door een van beide ouders is het meeste in het belang van [betrokkene] . Omdat [betrokkene] bij de moeder woont en de moeder feitelijk het meest betrokken is bij de zorg voor [betrokkene] , is het wenselijk dat de moeder de belangen van [betrokkene] kan blijven behartigen en het mentorschap alleen zal voortzetten. Het hof acht voldoende aannemelijk dat de moeder de belangen van [betrokkene] goed behartigt. Dit wordt door de bewindvoerder onderschreven en de vader heeft niet onderbouwd dat de moeder niet goed voor [betrokkene] zou zorgen. Verder neemt het hof mede in overweging dat de vader een rol heeft behouden in de zorg voor [betrokkene] en de moeder dat niet in de weg staat, waardoor het contact tussen de vader en [betrokkene] niet lijdt onder de wijziging van het mentorschap.
5.9
Dit leidt tot de volgende beslissing.

6.De beslissing

Het hof:
bekrachtigt de beschikking waarvan beroep;
wijst af het in hoger beroep meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. J. Schoemaker, mr. A.N. van de Beek en mr. J.M. van Baardewijk, in tegenwoordigheid van mr. M. Hermans als griffier en is op 26 mei 2026 in het openbaar uitgesproken door de voorzitter.

Voetnoten

2.Artikel 1:461 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW).