ECLI:NL:GHAMS:2026:1397
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging ontslag vader als mede-mentor wegens verstoorde verstandhouding en gewichtige redenen
De zaak betreft het hoger beroep van de vader tegen de beschikking van de kantonrechter die hem ontsloeg als mede-mentor van zijn zoon, een jongvolwassene met een verstandelijke beperking en ASS-stoornis. De vader betwistte het ontslag en stelde dat er geen gewichtige redenen waren om hem te ontslaan en dat de moeder en bewindvoerder hem buiten spel zetten.
Het hof oordeelde dat het gezamenlijke mentorschap niet langer in het belang van de zoon is vanwege een ernstig verstoorde verstandhouding tussen de ouders. De moeder en bewindvoerder stelden dat de vader de financiële belangen van de zoon niet goed behartigde, wat de vader betwistte. De verstoorde relatie leidt tot stagnatie in besluitvorming over de verzorging en begeleiding van de zoon, die intensieve zorg nodig heeft.
Het hof vond dat de moeder, bij wie de zoon woont en die het meest betrokken is bij zijn zorg, het mentorschap alleen moet voortzetten. De vader behoudt een rol in de zorg, zodat het contact met de zoon niet wordt belemmerd. De beschikking van de kantonrechter wordt bekrachtigd en het hoger beroep van de vader wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het ontslag van de vader als mede-mentor en stelt vast dat de moeder voortaan alleen als mentor optreedt.