Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
3.Feiten
private banking) maakt deel uit van ABN AMRO.
Fijn dat je alsnog je best wil doen om bij [bank] te kijken naar de mogelijkheden. Ik ben wel bereid om over te stappen. (…) Mijn voorstel is 1,4 miljoen waarvan ik € 700.000 wil aflossen in 120 maanden! (…) Als ik zelf als ex erkend hypotheekplanner mijn mogelijkheden doorreken kom ik makkelijk (net als [bedrijf] ) aan het gevraagde bedrag. Laten we kijken wat er mogelijk is. Ik hoor het graag.”
4.Procedure bij de rechtbank
5.Beoordeling
“gevraagde bedrag”mogelijk was. De e-mails van 26 januari en 9 maart 2022 bevatten, zoals ABN AMRO terecht heeft betoogd, ook geen aanknopingspunten dat al in januari 2022 tussen [appellant] en ABN AMRO is gesproken over een financiering van € 950.000. Dat al vóór 9 maart 2022 is gesproken over een financiering van € 950.000 volgt verder ook niet uit de berekeningen van de leencapaciteit die [naam 2] in augustus 2022 op verzoek van [appellant] heeft gemaakt. Zoals ook blijkt uit de tekst van de e-mail van 18 augustus 2022, heeft [naam 2] zijn berekeningen pas op dat moment gemaakt aan de hand van door [appellant] aangeleverde informatie, waaronder het rentetarief uit een door [appellant] zelf in internetbankieren gemaakte berekening van januari 2022 (op dat moment 1,54%). Dat [appellant] daarnaast zelf in augustus 2022 op basis van de toenmalige rentestand van 3,91% een leencapaciteit van € 945.505 euro heeft berekend zegt niets over de inhoud van de gesprekken tussen ABN AMRO en [appellant] in januari 2022. Daarbij komt dat [appellant] pas in zijn e-mail van 9 maart 2022 een alternatieve financieringsbehoefte van € 900.000 of € 950.000 heeft genoemd, nadat hem duidelijk werd dat niet kon worden gerekend met het inkomen uit de lening aan zijn broer. Daaruit volgt dat dit alternatief van een lager leenbedrag kennelijk niet eerder aan de orde is geweest. De hiermee samenhangende grieven slagen niet.
“Ik mag helaas niet rekenen met de inkomsten die jij ontvangt vanuit de lening die [je] aan je broer hebt verstrekt. Ik ben het daar niet mee eens, maar helaas.”Daarna heeft [naam 2] hem verwezen naar [bank] (
“Ik hoop dat zij je verder kunnen helpen met jouw plannen.”). Vervolgens heeft ook [naam 3] van [bank] de gevraagde financiering afgewezen in zijn e-mail van 9 maart 2022: “
De plannen zien er geweldig uit, maar helaas was het inkomen dat door ons vastgesteld is niet toereikend voor de door jou gewenste hypotheek. (…) de bottleneck blijft de aflossing van de lening aan jouw broer. De rente nemen we gedeeltelijk wel mee als inkomen, maar de aflossing niet. Dit wordt echt gezien als interen op vermogen en dat is in ons beleid niet toegestaan. Helaas kan ik je niet anders berichten. Uiteraard wens ik je heel veel succes met het realiseren van jouw plannen!”
“Jammer dat het inlosbedrag niet wordt meegenomen”. Kortom, de gesprekken tussen [appellant] en ABN AMRO over een mogelijke hypothecaire financiering van € 1,3 of € 1,4 miljoen zijn geëindigd met een duidelijke afwijzing van de zijde van ABN AMRO. Anders dan [appellant] stelt, is de e-mail van 24 juni 2022 van [naam 4] slechts een herhaling van de eerdere mededelingen aan [appellant] en een terugblik op het contact met (Floris) [naam 3] en is deze niet te beschouwen als afwijzing van een financiering. De daarmee samenhangende grief faalt om deze reden.
“Ik denk erover om de hypotheek te laten terug betalen door mijn broer. In dat geval zou ik € 350k willen lenen. Kan je kijken of een hypotheek van € 900 of € 950k mogelijk is op mijn inkomen uit loondienst en winst uit onderneming?”Daarnaast blijkt uit dezelfde e-mail dat [appellant] zich bewust was van de stijgende rentes en de mogelijke gevolgen voor zijn leencapaciteit: “
Wat zijn nu de rente percentages bij ABN? Ik heb uiteraard gewacht op jouw antwoord maar ik zie de rente stijgen en dat is niet gunstig maar wel weer voor oversluiten m.b.t. boeterente.”Van hem had daarom verwacht mogen worden dat hij, toen een reactie op de e-mail van 9 maart 2022 uitbleef, actie had ondernomen om ABN AMRO duidelijkheid te verschaffen over de concrete financiering die hij wenste en duidelijkheid te verlangen over de vraag of ABN AMRO bereid was die financiering aan hem te verstrekken. In plaats daarvan heeft hij tot 25 april 2022 gewacht voordat hij ABN AMRO om een reactie vroeg. Gelet op de hiervoor genoemde omstandigheden hoefde ABN AMRO hem niet (tussentijds) te informeren of te waarschuwen voor stijgende rentes, nu [appellant] daarvan kenbaar op de hoogte was en zelf heeft nagelaten actie te ondernemen. Daarbij komt dat [naam 3] ervan uitging dat [appellant] bij [bedrijf] wel zijn hypotheek kon oversluiten en mocht hij het gesprek (over de financieringsbehoefte van € 1,4 miljoen) in zoverre redelijkerwijs als afgerond beschouwen.