Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
3.Feiten
4.Procedure bij de rechtbank
5.Vordering in hoger beroep
6.Beoordeling
=> hiervoor, 3.4-3.5, hof). Het staat vast dat ten aanzien van deze overboeking aangifte is gedaan van Hulpvraagfraude en dat daarbij het rekeningnummer van [appellant] is genoemd (er is zelfs nog een tweede aangifte over Hulpvraagfraude waarbij het rekeningnummer van [appellant] is genoemd). Vijf minuten na de overboeking is € 1.800 contant opgenomen met de betaalpas van [appellant] , waarbij in één keer de juiste pincode is ingevoerd. [appellant] heeft ook niet betwist dat hij het geld heeft opgenomen.
=> hiervoor, 3.8, hof). Vervolgens heeft hij gezegd dat de betaling gedaan was naar aanleiding van zijn online verkoopactiviteiten via Snapchat, waar hij foto’s verkocht (zie 2.7
=> hiervoor, 3.8, hof) en dat hij niet heeft kunnen vaststellen van wie het geld afkomstig was. Daarna gaf hij aan dat hij € 1.850 had ontvangen van een persoon genaamd [naam 1] , die hij via Snapchat had leren kennen en dat zij had voorgesteld om hem geld te sturen in ruil voor pikante foto’s (zie 2.8
=> hiervoor, 3.9, hof). Tot slot heeft [appellant] in de dagvaarding vermeld dat hij is benaderd door een vriend, [naam 2] . [naam 2] zou niet hebben gewild dat de gelden die hij via Snapchat had gegenereerd op zijn eigen bankrekening werden bijgeschreven, waarna [appellant] zijn Convenantrekening ter beschikking zou hebben gesteld.
€ 2.580,-(tarief II, 2 punten)