Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[verweerder 1] ,
1.Het geding na verwijzing door de Hoge Raad
2.Feiten
3.Beoordeling
De man heeft onverplicht uit inkomen bijgedragen aan de rente en premie spaarpolis die was verschuldigd over de hypothecaire geldleningen die enkel op naam van de vrouw stonden”. In de memorie na verwijzing heeft de man zonder enige toelichting en in tegenstelling tot het voorgaande, gesteld dat zijn bijdrage “
berustte op de afspraak tussen hen[hof: de man en erflaatster]
om de hypotheeklasten van de woning bij helfte te verdelen en dragen”. Het moge duidelijk zijn dat het [eiser] na verwijzing in beginsel niet is toegestaan dergelijke aanpassingen (het bestaan van een afspraak leidt op zichzelf bezien al tot een direct rechtsgevolg en kan ook voor het bestaan van een stilzwijgende afspraak een relevant rechtsgevolg in het leven roepen) te doen in zijn weergave van de feiten en omstandigheden die als onderbouwing van het bestaan van een stilzwijgende afspraak hebben te gelden. Het hof zal dan ook uitgaan van de hieronder geciteerde feiten en omstandigheden, zoals door de man in de memorie van grieven voorgedragen. Wel zal het hof acht slaan op zijn toelichting in de memorie na verwijzing. Het gaat om de volgende feiten en omstandigheden:
1) De man en de vrouw hebben sinds 1979 een affectieve relatie met elkaar gehad. De vrouw was toen 21 jaar oud en de man was toen 26 jaar oud. Zij hebben sinds plm. 1981 samengewoond als waren zij gehuwd.
Uit voornoemde feiten en omstandigheden (alsmede hetgeen verder nog door de man in zijn
Ik heb bemerkt dat je het huis te koop hebt gezet. Dit heeft mij volkomen verrast, omdat ik totaal niet verwachtte dat je daartoe zonder daarover met mij eerst te spreken zou overgaan. (…) Maar vind je niet dat wanneer je wilt verkopen, het fair zou zijn om mij, die altijd aan de verplichtingen hebt meebetaald, eerst enige tijd de gelegenheid te geven te bezien of ik de woning kan kopen? Dat heb ik toch wel verdiend?”.
Het is inderdaad zo dat ik de opbrengst van mijn huis nodig heb om ook een toekomst te hebben of te kunnen opbouwen. Mij is aangeraden eventuele biedingen via Funda af te wachten. Zodra er een mogelijkheid is voor een bod van jouw zijde dan laat ik het je weten”.
Ik vind ook dat als de woning verkocht moet worden (ik heb absoluut geen geld meer om van te leven en heb me al in de schulden moeten steken) jij degene ben die er in mag gaan wonen, mits we het natuurlijk eens worden over de financiële kant ervan”.
Ik realiseer me meer en meer hoe vreselijk het is wat ik jou heb aangedaan en begrijp nog niet hoe ik zo hard kon zijn. Het spijt me zo verschrikkelijk! Dit had nooit mogen gebeuren. We kennen elkaar zo’n veertig jaar en hebben daarvan misschien wel 35 jaar samen geleefd (…). Zoals woensdag(hof: 2 januari 2019)
besproken heb ik bij de makelaar gemeld dat ik het huis uit de verkoop haal en heb de voorgestelde bezichtigingen van het huis afgezegd. Dit heeft helaas ook vervelende gevolgen. Vanwege de geldlening ben ik heel bang dat het huis verkocht zal moeten worden bij uitblijven van terugbetaling van het geleende bedrag omdat er over verpanding wordt geschreven in de overeenkomst die ik heb getekend. Die terugbetaling zou nl. uit de opbrengst van de verkoop van het huis gebeuren. Natuurlijk is dat jouw probleem niet, tenzij je, zoals je eerder liet weten, het huis zou willen hebben. Is er een kans dat je dit weekend opnieuw met me wilt praten?”. De volgende dag heeft [eiser] toegezegd diezelfde dag nog langs te komen.
(voorzover het mijn bezit zou zijn)”.
Dit is crimineel. Het is geen bevlieging geweest, maar ik was hier al jaren mee bezig. Daarna Huub uit dit huis gezet…..en gedaan of alles van mij is. Dit teruglezende ben ik zelf in shock om wat ik gedaan heb”.
Huub ik zet het huis ook op jouw naam heb je daar iets aan?”. [eiser] stelt dat erflaatster deze notitie medio januari 2019 heeft geschreven.