ECLI:NL:GHAMS:2026:1522
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging machtiging uithuisplaatsing van drie minderjarige kinderen in het belang van hun verzorging en opvoeding
De zaak betreft de uithuisplaatsing van drie minderjarige kinderen, waarbij de moeder in hoger beroep ging tegen de machtiging verleend door de kinderrechter. De GI steunde de machtiging en de Raad voor de Kinderbescherming adviseerde eveneens tot bekrachtiging.
De moeder betwistte de noodzaak van uithuisplaatsing en stelde dat de situatie thuis stabiel was en dat de kinderen voldoende verzorgd werden. De GI stelde dat de samenwerking met de moeder moeizaam verliep, er sprake was van ernstige zorgen over de veiligheid en verzorging van de kinderen, en dat vrijwillige hulp onvoldoende was.
Het hof oordeelde dat de machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk was in het belang van de kinderen, mede gelet op de complexe gezinssituatie, het gedrag van de kinderen en de moeizame samenwerking met de moeder. De inbreuk op het gezinsleven was wettelijk voorzien, noodzakelijk en proportioneel. De machtiging werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de machtiging tot uithuisplaatsing van de drie minderjarige kinderen in het belang van hun verzorging en opvoeding.