Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.De procedure in hoger beroep
3.De feiten
4.De omvang van het hoger beroep
5.De motivering van de beslissing
Het zijn ontzettend veel correcties om na te kijken. Dit is vrijwel niet te doen zonder dat de klant hier dikke facturen voor krijgt. Ik ga ervanuit dat u uw werk goed heeft gedaan en zie de gecorrigeerde aanslagen wel tegemoet.” De man heeft de samenwerking met zijn financieel adviseur naar aanleiding van het boekenonderzoek per direct beëindigd en heeft aangegeven dat hij de financieel adviseur aansprakelijk zal stellen. Gelet op deze omstandigheden is het hof van oordeel dat onvoldoende gebleken is van zodanige verwijtbaarheid aan de zijde van de man dat de schuld buiten beschouwing moet blijven. Het hof zal bij de berekening van de kinderalimentatie dan ook rekening houden met deze schuld. Hoewel nog geen betalingsregeling is afgesproken met de belastingdienst, is het hof van oordeel dat de schuld van de man aan de belastingdienst dermate hoog is dat voldoende is onderbouwd dat de man met ingang van 17 juni 2025 een minimale draagkracht heeft van € 50,- per maand, die over vier kinderen verdeeld moet worden. Dat de man ook niet over deze minimale draagkracht zou beschikken, is door hem onvoldoende onderbouwd. Het hof zal voor periode III daarom uitgaan van een beschikbare draagkracht voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] van € 25,- per maand.