ECLI:NL:GHAMS:2026:1596
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schorsingsverzoek gezagsbeëindiging en toekenning eenhoofdig gezag aan moeder
Deze zaak betreft een geschil over het ouderlijk gezag over twee minderjarige kinderen. De rechtbank had het gezamenlijk gezag van de ouders beëindigd en het eenhoofdig gezag aan de moeder toegekend. De vader is tegen deze beslissing in hoger beroep gegaan en verzocht tevens om schorsing van de werking van deze beschikking.
Het hof heeft het schorsingsverzoek van de vader beoordeeld aan de hand van de maatstaven van de Hoge Raad, waarbij het uitgangspunt is dat een beschikking die uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, ook uitvoerbaar blijft tijdens het hoger beroep, tenzij zwaarwegende belangen anders vereisen. De belangen van de moeder en de kinderen bij het behoud van rust en stabiliteit in de situatie werden afgewogen tegen het belang van de vader om als juridisch ouder met gezag deel te nemen aan het hulpverleningstraject.
Het hof concludeerde dat het belang van de moeder en de kinderen bij het handhaven van het eenhoofdig gezag zwaarder weegt dan het belang van de vader bij schorsing. De vader blijft betrokken bij de ondertoezichtstelling en omgangsregeling, waardoor zijn positie niet achtergesteld is. Het schorsingsverzoek werd daarom afgewezen. De kosten van het incident worden ieder door de eigen partij gedragen.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot schorsing van de beschikking die het gezamenlijk gezag beëindigt af en handhaaft het eenhoofdig gezag bij de moeder.