Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2026:1598

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
9 juni 2026
Publicatiedatum
9 juni 2026
Zaaknummer
23-002275-24
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vonnis mishandeling ex-partner met discussie over levensgezelbegrip

In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de politierechter bevestigd in een zaak van mishandeling van de ex-partner. Het hof heeft het standpunt van de advocaat-generaal over het bestanddeel 'levensgezel' besproken en geoordeeld dat onvoldoende bewijs bestaat dat het slachtoffer als levensgezel kan worden aangemerkt. De liefdesrelatie was voorafgaand aan het tenlastegelegde feit beëindigd en de verdachte woonde niet meer bij het gezin.

Het hof heeft de bewijsmiddelen aangevuld en benadrukt dat de getuigenverklaringen bij de raadsheer-commissaris geen nieuw licht op het bewijs hebben geworpen. De straf bestaat uit een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken en een taakstraf van 60 uur, met een subsidiaire hechtenis van 30 dagen.

De uitspraak bevestigt het vonnis van de politierechter, waarbij het strafverzwarende bestanddeel 'levensgezel' terecht is verworpen. Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 9 juni 2026.

Uitkomst: Het hof bevestigt het vonnis van mishandeling met een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken en een taakstraf van 60 uur, en wijst het strafverzwarende bestanddeel 'levensgezel' af.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002275-24
datum uitspraak: 9 juni 2026
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 1 oktober 2024 in de strafzaak onder parketnummer 15-231574-24 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1988,
adres: [adres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
26 mei 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en zijn raadsman naar voren hebben gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien
verstande dat:
  • de door de politierechter opgesomde bewijsmiddelen in geval van cassatie zullen worden uitgewerkt in een aanvulling op dit verkort arrest en zullen worden aangevuld;
  • het hof zal reageren op het standpunt van de advocaat-generaal met betrekking tot het bestanddeel “levensgezel”;
  • het hof aanvullend overweegt dat de in hoger beroep bij de raadsheer-commissaris afgelegde getuigenverklaringen geen ander licht op het bewijs hebben doen werpen.

Bespreking standpunt advocaat-generaal

Anders dan de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat niet voldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig is om te oordelen dat mevrouw [slachtoffer] ten tijde van het tenlastegelegde feit de levensgezel van de verdachte was, in de zin dat zij – beoordeeld naar aard en hechtheid – met de verdachte een nauwe persoonlijke betrekking onderhield die vergelijkbaar is met die tussen echtgenoten of geregistreerde partners.
Uit het procesdossier volgt dat de liefdesrelatie tussen mevrouw [slachtoffer] en de verdachte voorafgaand aan het tenlastegelegde feit reeds was beëindigd. De verdachte heeft dit ter terechtzitting in hoger beroep ook bevestigd. De verdachte woonde ten tijde van het tenlastegelegde feit niet meer bij het gezin, maar kwam hier (uitsluitend) omwille van de zorg voor de kinderen nog regelmatig over de vloer.
Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat de verhouding tussen de verdachte en mevrouw [slachtoffer] niet van dien aard is geweest dat mevrouw [slachtoffer] kan worden aangemerkt als de levensgezel van de verdachte, zodat de politierechter verdachte van dit strafverzwarende onderdeel van de tenlastelegging terecht heeft vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.A. Stalenhoef, mr. T. de Bont en mr. A. Dantuma-Hieronymus, in tegenwoordigheid van mr. L.C. de Groot, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
9 juni 2026.
Mrs. De Bont en Dantuma-Hieronymus zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[…]