ECLI:NL:GHAMS:2026:1618
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging verlenging ondertoezichtstelling minderjarige kinderen ondanks bezwaar vader
De zaak betreft de verlenging van de ondertoezichtstelling van drie minderjarige kinderen, die sinds 2021 onder toezicht staan van een gecertificeerde instelling (GI). De kinderrechter verlengde deze maatregel met een jaar, wat de vader betwistte en waartegen hij hoger beroep instelde. Hij stelde dat de doelen van de ondertoezichtstelling niet waren behaald en dat de maatregel niet langer noodzakelijk was. Tevens verzocht hij om benoeming van een bijzondere curator.
De GI en de moeder steunden de verlenging en wezen het verzoek van de vader af. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde eveneens dat de ondertoezichtstelling noodzakelijk blijft vanwege ernstige ontwikkelingsbedreiging van de kinderen, veroorzaakt door de gespannen relatie tussen ouders en het gebrek aan samenwerking van de vader.
Het hof oordeelde dat ondanks het feit dat de ondertoezichtstelling niet het gewenste effect had, deze maatregel nog steeds noodzakelijk is om de veiligheid en ontwikkeling van de kinderen te waarborgen. De vader werkt onvoldoende mee en de communicatie tussen ouders is problematisch. De benoeming van een bijzondere curator werd niet zinvol geacht. De inmenging in het familie- en gezinsleven is gerechtvaardigd en proportioneel volgens artikel 8 EVRM Pro.
Het hof bekrachtigde de bestreden beschikking en wees het hoger beroep van de vader af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de ondertoezichtstelling en wijst het hoger beroep van de vader af.