Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
3.Feiten
3.4 Aan de man worden toebedeeld de navolgende baten: (…)
5: [appellant] buys off the house from [geïntimeerde] , if he could get the mortgage from the bank (…) [appellant] will pay [geïntimeerde] € 80.000 on divorce and pay the rest € 25.000 later.
4.Procedure bij de kantonrechter
terme de grâce). De gevorderde veroordeling tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten (vermeerderd met wettelijke rente) is toegewezen. De proceskosten zijn gecompenseerd.
5.De procedure in hoger beroep
6.Beoordeling
huren”, een
“(huur)bedrag zal betalen” en partijen een seperate huurovereenkomst zullen opstellen, leidt voorshands niet tot een ander oordeel.
[appellant] is obliged to rent the house to You for up to 3 years as the divorce agreement (ECHTSCHEIDINGSCONVENANT) mentioned (…) [geïntimeerde] is obliged to leave the house after 3 years living after divorce”, van de Supplemental Agreement, dient in dat licht te worden bezien. Voor zover de Supplemental Agreement niet door een jurist is opgesteld, doet dat naar het voorlopige oordeel van het hof aan het voorgaande niet af. De bewoordingen zijn immers op zichzelf duidelijk. Daaruit was voor [geïntimeerde] evident dat zij maximaal drie jaar na de scheiding in de woning mocht verblijven tegen betaling van een vergoeding en dat zij na die termijn verplicht was de woning te verlaten, waarna zij geen recht meer zou hebben op gebruik daarvan. Dat geldt te meer nu [geïntimeerde] kennelijk het initiatief heeft genomen tot vastlegging van de afspraken zoals deze in de Supplemental Agreement zijn opgenomen.