Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2026:1641

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
18 juni 2026
Publicatiedatum
18 juni 2026
Zaaknummer
23-001710-25
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 116 lid 1 Wegenverkeerswet 1994
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak rijden zonder rijbewijs wegens onvoldoende bewijs

De verdachte werd ten laste gelegd dat hij op 24 december 2023 in [plaats 2] zonder geldig rijbewijs een bromfiets bestuurde. In eerste aanleg werd hij veroordeeld, maar hij ging in hoger beroep tegen dit vonnis.

Tijdens de terechtzitting in hoger beroep op 4 juni 2026 heeft het hof het proces-verbaal en het verhoor van de verbalisant beoordeeld. Het proces-verbaal bleek summier en bevatte te veel onduidelijkheden, waardoor het hof niet met de vereiste mate van zekerheid kon vaststellen dat de verdachte daadwerkelijk de bromfiets bestuurde.

De verdediging ontkende het rijden en het hof vond dat het bewijs onvoldoende was om tot een bewezenverklaring te komen. Daarom vernietigde het hof het vonnis van de kantonrechter en sprak de verdachte vrij van het tenlastegelegde feit.

Het arrest werd uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 18 juni 2026.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van rijden zonder rijbewijs wegens onvoldoende bewijs.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001710-25
datum uitspraak: 18 juni 2026
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Holland (locatie Haarlem) van 30 juni 2025 in de strafzaak onder parketnummer 96-111095-24 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2006,
adres: Kruisstraat 16, 1561 PJ [plaats 2] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 4 juni 2026.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij, op of omstreeks 24 december 2023 te [plaats 2] , gemeente [plaats] als bestuurder van een motorrijtuig (tweewielige bromfiets) heeft gereden op de weg, de [straat] , zonder dat aan hem door de daartoe bevoegde autoriteit, als bedoeld in artikel 116 lid 1 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 een rijbewijs was afgegeven voor de categorie van motorrijtuigen, waartoe dat motorrijtuig behoorde.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het vonnis niet is uitgewerkt en omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de kantonrechter.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

Vrijspraak

Namens de verdachte is ter terechtzitting in hoger beroep vrijspraak bepleit omdat hij ontkent dat hij op 24 december 2023 als bestuurder heeft gereden op een bromfiets in de [straat] in [plaats 2] .
Uit het proces-verbaal van overtreding opgemaakt door verbalisant [naam] volgt dat de verbalisant de voor hem ambtshalve bekende verdachte als bestuurder zag rijden op een bromfiets. Naar het oordeel van het hof is dit proces-verbaal summier opgemaakt en bevat het te veel onduidelijkheden zodat het vragen oproept over hoe een en ander is verlopen. Evenmin heeft het verhoor van de verbalisant bij de raadsheer-commissaris op 20 mei 2026 verduidelijking gebracht. Bij deze stand van zaken kan het hof niet met een voor een bewezenverklaring vereiste mate van zekerheid vaststellen dat het de verdachte is geweest die de bromfiets heeft bestuurd op de tenlastegelegde datum, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.E. Kleene-Krom, mr. C.J. van der Wilt, en mr. N.R.A. Meerbeek, in tegenwoordigheid van mr. L.M. Steur, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 18 juni 2026.
=========================================================================
proces-verbaal uitspraak
_______________________________________________________________ _ _
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001710-25
Proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van dit gerechtshof, op 18 juni 2026.
Tegenwoordig zijn:
mr. P.J. van Eekeren, raadsheer,
B. Batman, griffier.
Het openbaar ministerie wordt vertegenwoordigd door mr. R.C. Tdlohreg, advocaat-generaal.
De raadsheer doet de zaak tegen de verdachte [verdachte] uitroepen.
De verdachte is
wel / nietin de zaal van de terechtzitting aanwezig.
Raadsman/raadsvrouw is
wel / nietaanwezig.
(zo ja:) naam raadsman/raadsvrouw en plaats:
Tolk is
wel / nietaanwezig. (zo ja:) naam tolk en taal:
De raadsheer spreekt het arrest uit.
De raadsheer geeft de verdachte kennis, dat daartegen binnen 14 dagen na heden beroep in cassatie kan worden ingesteld.
(indien de VTE is verschenen)
De verdachte heeft
wel / geenafstand gedaan van het recht aanwezig te zijn bij de uitspraak.
(indien VTEin deze zaakis gedetineerd)
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de raadsheer en de griffier is vastgesteld en ondertekend.