ECLI:NL:GHAMS:2026:1650
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging hoofdverblijfplaats vader en vervangende toestemming onderwijs minderjarige
De rechtbank had de hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij de vader vastgesteld en vervangende toestemming verleend voor inschrijving op een school en GGZ-behandeling. De moeder ging hiertegen in hoger beroep en verzocht onder meer om terugplaatsing bij haar en voortzetting van een therapeutisch traject gericht op contactherstel.
Het hof overwoog dat de langdurige strijd tussen de ouders en de daaruit voortvloeiende spanningen schadelijk zijn voor de kinderen. De minderjarige, inmiddels veertien jaar, heeft consequent aangegeven geen contact met de moeder te willen vanwege een diepgewortelde weerstand en boosheid. Het hof acht het niet in het belang van het kind om hem tegen zijn wil bij de moeder te plaatsen, gezien het risico op emotionele schade.
De vader wordt opgeroepen actief ruimte te houden voor toekomstig contactherstel en zich te onthouden van gedragingen die het negatieve beeld van de moeder versterken. De moeder blijft een belangrijke persoon voor het kind. Het hof bekrachtigt ook de vervangende toestemming voor de schoolkeuze en wijst het verzoek tot voortzetting van het therapeutisch traject bij iHub af, omdat het huidige traject bij Youth Care positieve resultaten laat zien.
Een zorgregeling of omgang onder begeleiding wordt niet vastgesteld omdat de minderjarige bij de vader blijft wonen. Ook het subsidiaire verzoek tot plaatsing op een neutrale plek wordt afgewezen vanwege het belang van continuïteit en stabiliteit voor het kind. De beschikking van de rechtbank wordt daarmee bekrachtigd.
Uitkomst: De hoofdverblijfplaats van de minderjarige blijft bij de vader en de bestreden beschikking wordt bekrachtigd.