ECLI:NL:GHAMS:2026:1652

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
23 juni 2026
Publicatiedatum
23 juni 2026
Zaaknummer
200.357.011/01
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:389 BWArt. 1:379 BWArt. 1:431 BWArt. 1:432 BWArt. 1:450 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Opheffing ondercuratelestelling en instelling bewind zonder mentorschap wegens zorgmachtiging

De betrokkene verzocht om opheffing van de ondercuratelestelling en omzetting naar bewind, waarbij mentorschap niet nodig zou zijn vanwege een zorgmachtiging. De kantonrechter wees dit verzoek af, waarna betrokkene in hoger beroep ging.

Het hof oordeelde dat de gronden voor ondercuratelestelling niet langer aanwezig zijn, mede omdat de betrokkene stabiel is, medicatietrouw, en sinds kort in een voorziening voor beschermd wonen verblijft met ambulante zorg. De vrees dat betrokkene zonder medicatie naar Marokko zou vertrekken is niet meer actueel.

Hoewel de betrokkene liever van alle beschermingsmaatregelen af zou zijn, acht het hof een bewind passend vanwege zijn vermogensrechtelijke belangen. Mentorschap wordt niet ingesteld omdat de zorgmachtiging tot eind 2026 voldoende bescherming biedt voor niet-vermogensrechtelijke belangen.

Het hof vernietigt de beschikking van de kantonrechter, heft de ondercuratelestelling op, stelt een bewind in onder beheer van BeauFin B.V. en wijst het meer of anders verzochte af.

Uitkomst: De ondercuratelestelling wordt opgeheven en een bewind ingesteld, mentorschap wordt niet ambtshalve ingesteld vanwege een zorgmachtiging.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Afdeling civiel recht en belastingrecht
Team III (familie- en jeugdrecht)
zaaknummer: 200.357.011/01
zaaknummer rechtbank: 11392462 CB VERZ 24-139 JM
beschikking van de meervoudige kamer van 23 juni 2026 in de zaak van
[betrokkene] ,
wonende te [plaats A] ,
verzoeker in hoger beroep,
hierna: de betrokkene,
advocaat: mr. E.G. Al te Nieuw-Vennep.
Het hof heeft daarnaast als belanghebbenden aangemerkt:
- [zus 1] (hierna: zus [zus 1] );
- [zus 2] (hierna: zus [zus 2] );
- [zus 3] (hierna: zus [zus 3] );
- [broer 1] (hierna: broer [broer 1] );
- [broer 2] (hierna: broer [broer 2] );
- [de moeder] (hierna: de moeder);
- [de vader] (hierna: de vader);
- BeauFin B.V. handelend onder de naam BeauFin Bewindvoering & Budgetbeheer (hierna: de curator).

1.De zaak in het kort

1.1
De zaak gaat over de vraag of de beschermingsmaatregel van curatele nog langer nodig is en, zo nee, of in plaats daarvan de beschermingsmaatregelen van bewind en/of mentorschap dienen te worden ingesteld.
1.2
De kantonrechter heeft het verzoek van de betrokkene om de ondercuratelestelling op te heffen, afgewezen. De betrokkene is het daar niet mee eens. Het liefst wil betrokken van alle beschermingsmaatregelen af, maar in ieder geval dient de ondercuratelestelling alsnog te worden omgezet in een onderbewindstelling. Een mentorschap is volgens betrokkene niet nodig gelet op de omstandigheid dat er een zorgmachtiging ten behoeve van hem is verleend. De curator is het eens met opheffing van de ondercuratelestelling en verzoekt omzetting naar bewind en mentorschap.

2.De procedure in hoger beroep

2.1
De betrokkene is op 18 juli 2025 in hoger beroep gekomen van een beschikking van
29 april 2025 (hierna: de bestreden beschikking) van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Holland, locatie: Zaanstad (hierna: de kantonrechter).
2.2
Het hof heeft daarnaast de volgende stukken ontvangen:
- een mailbericht van de zijde van de betrokkene van 6 februari 2026;
- een mailbericht van de zijde van de curator van 16 februari 2026;
- een mailbericht van de zijde van de betrokkene van 11 maart 2026.
2.3
De zitting heeft op 11 mei 2026 plaatsgevonden. Daarbij waren aanwezig:
- de betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- [naam 1] en [naam 2] namens BeauFin B.V.
De vader, moeder, broers en zussen van betrokkene zijn door de griffier op de juiste wijze opgeroepen voor de zitting, zij hebben van deze oproep geen gebruik gemaakt ben zijn niet op de zitting verschenen.
Na de zitting is op verzoek van het hof het volgende stuk ingekomen:
- een e-mailbericht van de zijde van de betrokkene van 11 mei 2026 met als bijlage de beschikking van 30 december 2025 van de rechtbank Amsterdam inzake de verleende zorgmachtiging.

3.De feiten

3.1
De betrokkene is geboren [in] 1985 te [plaats B] , Marokko.
3.2
Bij beschikking van de kantonrechter van 26 augustus 2024 is het op 15 december 2016 ten behoeve van de betrokkene ingestelde bewind en het op 13 januari 2023 ten behoeve van de betrokkene ingestelde mentorschap omgezet in een ondercuratelestelling, met benoeming van BeauFin tot curator.
3.3
Bij beschikking van de rechtbank van 30 december 2025 is een zorgmachtiging verleend ten aanzien van de betrokkene, die geldt tot en met uiterlijk 30 december 2026. De betrokkene woont in een beschermd-wonen-voorziening.

4.De omvang van het hoger beroep

4.1
De kantonrechter heeft in de bestreden beschikking het verzoek van de betrokkene om de ondercuratelestelling op te heffen, afgewezen.
4.2
De betrokkene verzoekt, met vernietiging van de bestreden beschikking, zijn verzoek tot opheffing van de ondercuratelestelling alsnog toe te wijzen.
4.3
De curator verzoekt de ondercuratelestelling op te heffen en een bewind en mentorschap in te stellen met benoeming van BeauFin B.V. tot bewindvoerder en mentor.

5.De motivering van de beslissing

Curatele, bewind en mentorschap
De wettelijke kaders
5.1
Uit artikel 1:389, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) volgt dat de kantonrechter de curatele kan opheffen, indien de noodzaak daartoe niet meer bestaat of voortzetting van de curatele niet zinvol is gebleken, zulk op verzoek van de curator of degene die gerechtigd is de curatele te verzoeken als bedoeld in artikel 379, alsmede ambtshalve.
5.2
Op grond van artikel 1:431 lid 1 BW Pro kan de rechter een bewind instellen over één of meer van de goederen die een meerderjarige als rechthebbende toebehoren of zullen toebehoren, indien de meerderjarige tijdelijk of duurzaam niet in staat is ten volle zijn vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen, als gevolg van - onder andere -
zijn lichamelijke of geestelijke toestand.
De rechter voor wie een verzoek tot opheffing van de curatele aanhangig is, kan op grond van artikel 1: 432 lid 3 BW bij inwilliging van dat verzoek ambtshalve overgaan tot instelling van het bewind.
5.3
Op grond van artikel 1:450 lid 1 BW Pro kan de rechter ten behoeve van een meerderjarige een mentorschap instellen indien de meerderjarige als gevolg van zijn geestelijke of lichamelijke toestand tijdelijk of duurzaam niet in staat is of bemoeilijkt wordt zijn belangen van niet-vermogensrechtelijke aard zelf behoorlijk waar te nemen.
De rechter voor wie een verzoek tot opheffing van de curatele aanhangig is, kan op grond van artikel 1:451 lid 3 BW Pro, bij inwilliging van dat verzoek ambtshalve overgaan tot instelling van het bewind.
De standpunten
5.4
De betrokkene stelt dat de noodzaak tot curatele niet (meer) bestaat en ervaart de curatele als belemmerend. Het blokkeert hem om verdere stappen te zetten op het gebied van werk, financiën en andere persoonlijke mogelijkheden en ontwikkeling. Volgens de betrokkene zou een bewind passender zijn. Het liefst zou betrokkene van alle beschermingsmaatregelen af zijn, maar hij begrijpt dat dit wellicht een te grote stap ineens is. Ten aanzien van een mentorschap stelt de betrokkene dat dit geen toegevoegde waarde heeft, aangezien er ten aanzien van hem een zorgmachtiging is verleend waarin diverse vormen van verplichte zorg zijn opgenomen.
5.5
De curator kan zich vinden in opheffing van de curatele onder gelijktijdige instelling van een bewind en mentorschap. Destijds is de curatele ingesteld omdat de vrees bestond dat de betrokkene wilde vertrekken naar Marokko. Dat is nu niet meer aan de orde, aldus de curator. Het gaat volgens de curator goed met de betrokkene en hij werkt hard aan zijn toekomst en zijn persoonlijke ontwikkeling. Ten aanzien van het mentorschap stelt de curator zich op het standpunt dat het ondanks de zorgmachtiging goed is als een mentor meekijkt met de betrokkene.
De beoordeling door het hof
5.6
Het hof is naar aanleiding van de stukken en hetgeen op de zitting is besproken van oordeel dat de gronden voor een ondercuratelestelling niet langer aanwezig zijn. De zorgen die in 2024 voor de kantonrechter aanleiding waren om het bewind en mentorschap om te zetten in de ondercuratelestelling, zijn niet meer actueel. De noodzaak van de ondercuratelestelling was met name gelegen in de vrees dat de betrokkene, al dan niet zonder medicatie, naar Marokko zou vertrekken. Ook ten tijde van de bestreden beschikking bestond deze vrees nog omdat de betrokkene verklaarde in de zomer van 2025 voor één jaar naar Marokko te willen gaan. In hoger beroep is gebleken dat sinds de bestreden beschikking de omstandigheden voor de betrokkene zodanig ten goede zijn veranderd en dat de curatele niet alleen door de betrokkene maar ook door de professionele curator een te zware maatregel wordt gevonden. Ter zitting in hoger beroep is naar voren gekomen dat het momenteel goed gaat met de betrokkene. Hij woont sinds de zomer van 2025 in een nieuwe voorziening voor beschermd wonen (RIBW) in Amstelveen en hij ontvangt ambulante zorg in de vorm van ondersteuning bij dagstructuur en daginvulling. Daarnaast gebruikt hij antipsychotica. Momenteel zoekt betrokkene naar een geschikte opleiding. Een paar maanden geleden is betrokkene op vakantie gegaan naar Marokko en dat is goed gegaan. De betrokkene heeft ter zitting in hoger beroep duidelijk aangegeven dat het niet goed zou zijn voor zijn gezondheid als hij zomaar naar Marokko zou vertrekken. Het contact tussen de betrokkene en de curator is goed en de betrokkene werkt overal aan mee.
5.7
Het hof is op basis van het voorgaande van oordeel dat de noodzaak voor een ondercuratelestelling niet meer bestaat. In die zin slaagt de grief van de betrokkene dan ook zodat het hof de beslissing van de kantonrechter zal vernietigen en de curatele zal opheffen. Dit betekent echter niet dat de betrokkene geen bescherming meer behoeft.
5.8
De betrokkene heeft zelf ook aangegeven dat het opheffen van alle beschermingsmaatregelen thans een te grote stap zou zijn. Een bewind wordt ook door hemzelf passend geacht. Ook de curator is van mening dat een bewind nodig is. Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting sluit het hof zich daarbij aan. Het hof zal de goederen van de betrokkene dan ook opnieuw onder bewind stellen, omdat betrokkene niet in staat is ten volle zijn vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen als gevolg van zijn lichamelijke en geestelijke toestand. Daarbij zal het hof en BeauFin B.V., handelend onder de naam BeauFin Bewindvoering & Budgetbeheer, benoemen tot bewindvoerder.
5.9
Ten aanzien van een mentorschap overweegt het hof als volgt. De betrokkene is stabiel, medicatietrouw en komt zijn afspraken met behandelaren na. Hij heeft zich vrijwillig aangemeld voor beschermd wonen. Uit de na de zitting door de betrokkene overlegde beschikking van de rechtbank Amsterdam van 30 december 2025 volgt dat de zorgmachtiging is verleend tot 30 december 2026. Het hof is met de betrokkene van oordeel dat met de huidige situatie en het bestaande vangnet in de vorm van een zorgmachtiging die zo nodig verlengd kan worden, de belangen van niet-vermogensrechtelijke aard voldoende worden waargenomen. Het hof zal dan ook niet overgaan tot het (ambtshalve) instellen van een mentorschap over de betrokkene.
5.1
Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

6.De beslissing

Het hof:
vernietigt de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Holland, locatie Zaanstad van 29 april 2025 en opnieuw beschikkende:
heft de ondercuratelestelling over [betrokkene] , geboren [in] 1985 te [plaats B] (Marokko), op met ingang van heden;
bepaalt dat de curator binnen twee maanden na het in kracht van gewijsde gaan van deze uitspraak de eindrekening en -verantwoording aflegt aan de betrokkene en een – zo mogelijk door de betrokkene voor akkoord ondertekend – exemplaar ervan overlegt aan het Bewindsbureau van de rechtbank Noord-Holland, locatie Zaanstad;
bepaalt dat deze uitspraak tot opheffing van de ondercuratelestelling, binnen tien dagen na heden op de voet van artikel 1:390 BW Pro door de griffier bekend wordt gemaakt in de Staatscourant;
stelt de goederen die toebehoren of zullen toebehoren aan [betrokkene] , geboren [in] 1985 te [plaats B] (Marokko), onder bewind;
benoemt tot bewindvoerder BeauFin B.V. handelend onder de naam BeauFin Bewindvoering & Budgetbeheer, correspondentieadres: Postbus 9407 te 1006 AK Amsterdam;
stelt de jaarbeloning van de bewindvoerder vast overeenkomstig artikel 5 jo Pro artikel 2 lid 2 onder Pro a van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren;
draagt de griffier op om op de voet van artikel 1:391 BW Pro een afschrift van deze uitspraak toe te zenden aan de rechtbank Noord-Holland, locatie Zaanstad, in verband met aantekening in het Centraal Curatele- en bewindregister;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. F. Kleefmann, mr. T.M. Subelack en mr. M.J. Vonk, in tegenwoordigheid van mr. V.A.M. Willemsen als griffier en is op 23 juni 2026 in het openbaar uitgesproken door de voorzitter.