ECLI:NL:GHAMS:2026:1662

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
23 juni 2026
Publicatiedatum
23 juni 2026
Zaaknummer
200.314.395/01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 lid 2 BWArt. 843a RvArt. 237 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Schending zorgplicht bank jegens derde slachtoffer van fraude door onvoldoende toezicht op betalingsverkeer

Immo Azureen, een rechtspersoon naar Frans recht, vordert schadevergoeding van ABN AMRO Bank wegens onrechtmatig handelen. Zij was slachtoffer van fraude waarbij haar geld via een bankrekening bij de bank werd weggesluisd. Het hof onderzocht of de bank haar zorgplicht had geschonden door onvoldoende toezicht te houden op het betalingsverkeer van de rekeninghouder LuxQapital.

De bank was op de hoogte van diverse verontrustende signalen, waaronder wisselingen in aandeelhouderschap, adreswijzigingen naar Iran, onduidelijkheid over bedrijfsactiviteiten en het niet voldoen aan identificatieverzoeken. Ondanks lopende onderzoeken en interne waarschuwingen faciliteerde de bank het betalingsverkeer zonder adequate controle, waardoor ruim vier miljoen euro werd doorgeboekt naar andere rekeningen.

Het hof oordeelt dat de bank onzorgvuldig heeft gehandeld en daardoor onrechtmatig jegens Immo Azureen. Er is causaal verband tussen het handelen van de bank en de geleden schade. Tegelijkertijd is vastgesteld dat Immo Azureen eigen schuld heeft aan het ontstaan van de schade door onvoldoende interne controle en het niet herkennen van frauduleuze signalen, wat leidt tot een schadeverdeling van 60% voor de bank en 40% voor Immo Azureen.

De bank wordt veroordeeld tot betaling van € 24.754,12 plus wettelijke rente en € 20.000 aan buitengerechtelijke kosten, eveneens met rente. De kosten van eerste aanleg en hoger beroep worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het hof vernietigt het eerdere vonnis van de rechtbank Amsterdam voor zover het in conventie is gewezen en verklaart het arrest uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De bank wordt veroordeeld tot betaling van een deel van de schade aan Immo Azureen, rekening houdend met 40% eigen schuld van Immo Azureen.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer : 200.314.395/01
zaak-/rolnummer rechtbank Amsterdam : C/13/702082/HA ZA 21-465
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 23 juni 2026
in de zaak van
de rechtspersoon naar Frans recht
IMMO AZUREEN S.à.R.L.,
gevestigd te Cannes, Frankrijk,
appellante,
advocaat: mr. I. A. Hoedemaeker te Amsterdam,
tegen
ABN AMRO BANK N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
geïntimeerde,
advocaat: mr. A.J. Haasjes te Amsterdam.
Partijen worden hierna Immo Azureen en de bank genoemd.

1.Het verdere verloop van de procedure in hoger beroep

1.1
Bij tussenarrest van 24 juni 2025 (hierna: het tussenarrest) heeft het hof overwogen dat het zich onvoldoende voorgelicht achtte over, onder meer, het door de bank verrichte klantonderzoek en over hetgeen de bank wist over haar klant op 21/22 november 2019. Het hof heeft de zaak naar de rol verwezen voor het nemen van een akte door de bank, waarbij haar is opgedragen:
(1) uiteen te zetten waaruit haar klantonderzoek in 2019 concreet heeft bestaan en toe te lichten waarom dat volgens haar aan de daarvoor geldende wet- en regelgeving beantwoordde;
(2) het betalingsverkeer dat op de rekening heeft plaatsgevonden inzichtelijk te maken en
(3) toe te lichten waarom er volgens haar, nadat de statutaire doelomschrijving van haar rekeninghouder was gewijzigd, geen sprake was van een vergunningplichtige activiteit van haar rekeninghouder onder de Wft.
1.2
Nadat de bank de desbetreffende akte had genomen met daarbij als productie een notitie met bijlagen, heeft Immo Azureen een antwoordakte genomen met daarbij als productie een tweede rapport van de door haar geraadpleegde deskundige. Daarbij heeft Immo Azureen ook haar eis verminderd, omdat zij vanuit Portugal in verband met de fraude waarvan zij het slachtoffer is geworden een bedrag van € 323.548,25 heeft ontvangen. Thans vordert zij in hoofdsom nog € 41.256,87 van de bank. Daarnaast vordert zij een bedrag van € 106.943,40 plus rente, waarvan zij in eerste aanleg heeft toegelicht dat zij dit vordert wegens ‘juridische maatregelen’ op grond van 6:96 lid 2 BW. Dit bedrag heeft zij vervolgens bij akte vermeerdering eis van 26 januari 2022 verhoogd met een bedrag van € 14.072,87 plus rente.
1.3
Vervolgens hebben partijen om arrest gevraagd.

2.De verdere beoordeling van het geschil

2.1
Het hof blijft bij hetgeen in het tussenvonnis is overwogen en beslist. Ter beoordeling staat of de bank jegens Immo Azureen – die zelf geen klant bij haar was, maar wier geld via een rekening bij de bank is weggesluisd nadat Immo Azureen door onbekende derden was opgelicht – onrechtmatig heeft gehandeld doordat de bank in haar toezicht op de desbetreffende bankrekening heeft gefaald in de zin van de norm als in het tussenarrest genoemd onder 5.4.
2.2
Tussen partijen is niet in geschil dat het betalingsverkeer op de rekening zowel toen DIELC in haar oorspronkelijke vorm de rekening hield als toen [naam 1] de vennootschap had overgenomen, een regelmatig patroon vertoonde, zonder opvallende afwijkingen. Wel waren er blijkbaar veel contante stortingen tussen 1 november 2018 en 29 april 2019.
2.3
De bank is via een periodieke, automatische vergelijking tussen de gegevens uit de systemen van de bank en die uit de Kamer van Koophandel (KvK) op de hoogte geraakt van de (tweede) adreswijziging naar Iran in juni 2019. Een bankmedewerker heeft daarop met ingang van 8 juli 2019 het adres in het klantdossier veranderd in Iran. Op 10 juli 2019 heeft het IT-systeem van de bank naar aanleiding van de adreswijziging een hit gegeven en vervolgens heeft de bank een
Know Your Customer(KYC)/
Event Driven Review(EDR) in gang gezet. Ondertussen was het adres in Iran in het handelsregister alweer gewijzigd naar een adres in Amstelveen, maar dit is niet aangepast in het klantdossier bij de bank.
2.4
Uit onder andere een interne mail van 26 juli 2019 van een medewerker van het KYC Centre van de bank aan de Sanctions Desk blijkt dat de bank bij haar onderzoek onder andere de gegevens zoals ingeschreven in de KvK tegen het licht heeft gehouden. Uit de KvK-uittreksels van LuxQapital en LuxRoyal kwam een aantal gegevens naar voren die als verontrustend (zogenoemde
red flags) zijn te beschouwen:
­ Swanen bleek niet langer de aandeelhouder en
ubovan DIELC te zijn, de aandelen in DIELC waren in juni 2018 overgedragen aan de vennootschap LuxRoyal, de naam van DIELC werd gewijzigd in LuxQapital;
­ het statutaire doel van LuxQapital zag niet langer op het verrichten van transportwerkzaamheden, maar was gewijzigd in ‘het verstrekken van adviezen en het verlenen van diensten op financieel gebied’;
­ de statutaire zetel van LuxQapital bleek te zijn verplaatst, eerst van Roosendaal naar Uithoorn, waarbij het bezoekadres was verplaatst naar de Kamer van Koophandel in Amsterdam. Daarna (op 5 december 2018) was de vestiging verplaatst naar een adres in Qarchak, Teheran, Iran. Korte tijd later, op 1 januari 2019, werd dit ongedaan gemaakt en werd de vestiging verplaatst naar een adres in Amstelveen, maar op 17 juni 2019 werd de vestiging weer verplaatst naar Qarchak, Teheran, Iran; enkele dagen later veranderde dat weer in Amstelveen;
­ de (identiteit van de) aandeelhouder van LuxQapital was eveneens gewijzigd, van oorspronkelijk Bromo Holding B.V., een in Uithoorn gevestigde beheervennootschap van Brox, naar (uiteindelijk) het afwisselend in Amstelveen en Qarchak, Iran gevestigde LuxRoyal van de in Teheran, Iran woonachtige [naam 1] ;
­ geen van de hiervoor beschreven wijzigingen was aan de bank doorgegeven.
2.5
Dat de bank met deze gegevens bekend is geraakt, volgt onder andere uit de hiervoor bedoelde e-mail, waarin, voor zover relevant, staat:
“Ik ben momenteel bezig met een case van LUXQAPITAL (…) Voorheen was dit bedrijf Dutch Export logistics (…) daarna luxqapital en ook een bestuurswijziging van ene F.N. Swanen naar LUXROYAL B.V. (…)(1) LUXQAPITAL behoort tot LUX ROYAL B.V. (…) en alle bedrijven die daar tot toebehoren zijn gevestigd in IRAN. (…)(2) KVK(…)Bedrijfs activiteiten zoals:het beheren en het beleggen van vermogen en vermogenswaarden
Het verstrekken en aangaan van geld leningen.
Verrichten van management activiteiten ?
(3) TO is niet passen en logisch naar mijn mening want sinds acquisitie is er 36.9k credit omzet gemaakt en 52% daar van zakelijk deposit naar ondernemers rekening.
Zaken partners: relatie doet zaken met 2 bedrijven, (…) die is afgewezen door NCTO, dhr. (…) kan zijn bedrijfs activiteiten niet goed benoemen maar wel op zijn website (branche olie en TMT middenoosten) en een bedrijf dat handeld in tweedehands goederen en 14K in de min staat. Daarnaast zijn er ongeveer 16k aan kasstortingen geweest. (…)Wat zegt de Sanctions beleid over mensen die in IRAN zijn gevestigd maar geen zaken doet?(…)”
2.6
De bank is vervolgens vragen gaan stellen aan haar ‘nieuwe’ klant, in de persoon van [naam 1] die als enig aandeelhouder en bestuurder van de aandeelhouder LuxRoyal stond geregistreerd in het handelsregister. Op 5 augustus 2019 is hem telefonisch verzocht zich bij een bankkantoor te identificeren. Aan dit verzoek heeft [naam 1] geen gevolg gegeven. Wel stuurde hij een foto van zijn paspoort aan de bank, waarna, op 12 augustus 2019, nogmaals telefonisch contact met hem is opgenomen en hem is uitgelegd dat hij met zijn paspoort naar een filiaal moest komen.
2.7
Bij brief van 12 september 2019 heeft de bank [naam 1] nogmaals gevraagd zich te komen identificeren, hem verdere vragen gesteld en hem verzocht om (onder andere) contracten met afnemers in België, Luxemburg en Dubai en “een licentie van de AFM” over te leggen. Ook is hem gevraagd vóór 26 september 2019 een toelichting te geven op contante stortingen tussen 1 november 2018 en 29 april 2019 van in totaal bijna € 25.000,00 en op de wijze waarop LuxQapital tot dan toe werd gefinancierd. Verder is gevraagd om een toelichting op de mededeling dat LuxQapital eind september 2019 operationeel zou worden en is gevraagd de daarmee te verwachten omzet te onderbouwen met facturen en/of met stukken waaruit de interactie met wederpartijen kon blijken. Op deze brief van de bank is geen reactie gekomen.
2.8
Op 17 oktober 2019 hebben de systemen van de bank een betaling naar Italië van € 24.150,00 tegengehouden omdat op dat moment volgens het klantdossier van de bank LuxQapital nog steeds in Iran was gevestigd. Vervolgens is het sanctieteam van de bank een onderzoek gestart, waardoor er zowel een KYC-onderzoek als een sanctieonderzoek naar LuxQapital liep.
2.9
Bij de door de bank overgelegde stukken bevindt zich ook een interne e-mail van het sanctieteam aan het klantcontactteam van 17 oktober 2019. Daaruit blijkt dat het sanctieteam op dat moment onder meer ermee bekend is dat de klant op de vraag wat de bedrijfsactiviteiten zijn, heeft geantwoord dat er
gift cardsen
debit cardsworden verkocht in landen als Dubai, Saoedi Arabië en Armenië, dat de enig aandeelhouder voorheen woonde in Iran maar nu woont in Dubai, dat de tegengehouden betaling zag op een factuur van een Italiaans bedrijf voor een levering van
valves(afsluitingen voor pijpen) en dat op verzoeken om nadere informatie niet (meer) is gereageerd. In de e-mail wordt hierover onder meer opgemerkt:
“(…) Vraag is nu: hoe kan het zijn dat wij een klant in de boeken hebben die gevestigd is in Iran met voorkeursadres in Nederland? En welke acties zijn hierbij genomen om dit inzichtelijk te maken? (…)
Wat is de relatie tussen de klant en SOLUZIOONI ITALIA SAS Dl MAURIZI in italie?
Dit betreft een goed contact van de klant. Het betreft hier een bestelling van (Valve Engels) de
afsluitpunten van pijpen. Het valt mij specifiek op dat de dit niet binnen de activiteiten van de klant passen daarom heb ik nogmaals gevraagd hoe dit past bij zijn normale activiteiten. De klant heeft verklaart dat hij omdat hij de klant goed kent toch de bestelling heeft gedaan om het daarna door te sturen naar Armenie waar hij ook verschillende contacten onderhoud.
Het valt mij ook op dat de klant zichzelf tegenspreekt omdat hij aangeeft de bestelling te hebben
geplaatst bij deze partij omdat hij zeer goed bevriend is met de ubo van SOLUZIOONI ITALIA
SAS DI MAURIZI. Maar ondertussen geeft de klant ook aan dat die partij nu boos op hem is en
wacht op hun geld. (Dit terwijl de bestelling nog niet onderweg is). Hiernaast past deze activiteit
totaal niet binnen de benoemde bedrijfsactiviteiten van de klant.
(…)
Kunt u de onderbouwende documentatie toesturen.
De klant heeft aangeven wel documentatie toe te sturen maar na het eerste gesprek heef hij niks
toegestuurd behalve de verklaring dat hij het op een andere manier heeft geregeld (Via zijn
connecties in Italië), Daarna heb ik de klant nogmaals gebeld met het verzoek van documentatie
hierop begon de klant meteen tegen te stribbelen uiteindelijk heeft de klant aangeven dat hij alles
zou opsturen als hij de mail van ons zou laten zien aan SOLUZIQONI ITALIA SAS DI MAURIZI. (…)”
2.1
Na 17 oktober 2019 heeft een persoon die stelde de gevolmachtigde van LuxQapital te zijn, enkele malen contact opgenomen met de bank over de
on holdgezette betaling naar Italië. De bank heeft over de periode na 17 oktober 2019 verder toegelicht dat een van haar medewerkers de man die zich bij de bank meldde en die zich [naam 2] noemde (vgl. 3.12 in het tussenarrest), telkens had laten weten dat informatie over betalingen alleen aan de rekeninghouder werd gegeven en dat aan hem geen informatie werd verstrekt zolang er geen bestuurswisseling had plaatsgevonden.
2.11
Op 28 oktober 2019 is [naam 2] op een kantoor van de bank verschenen in verband met de tegengehouden betaling en is daar boos geworden omdat de betaling al tien dagen werd tegengehouden en er volgens hem een boete werd geriskeerd als het geld niet bij de begunstigde terecht zou komen. Een medewerker die op die dag contact met [naam 2] had, heeft vervolgens het contactteam van de bank gevraagd contact met [naam 2] op te nemen.
2.12
Op 30 oktober 2019 heeft [naam 2] geprobeerd een bestuurswijziging bij LuxQapital door te geven via de bankapp. Toen dit niet lukte, nam hij contact op met de bank, waarna iemand van het contactteam hem vroeg informatie op te sturen. Die informatie heeft de bank op 31 oktober 2019 ontvangen en doorgestuurd naar haar sanctiedesk met daarbij de mededeling
“(…) Hierbij de antwoorden van de klant (…) Wel moet ik er ook bij toevoegen dat ik bij deze klant een slecht onderbuik gevoel heb en hoe meer ik met hem spreek hoe meer vragen ik eigenlijk krijg”.
2.13
Op 1 november 2019 heeft de bank een brief gestuurd aan [naam 1] met een verzoek om uiterlijk 15 november 2019 aanvullende documentatie te sturen over de betalingsopdracht naar Italië van 17 oktober 2019. Daarop heeft [naam 1] niet gereageerd.
2.14
Op 21 november 2019 heeft Immo Azureen om 11:05 uur het bedrag van € 4.242.175,00 overgemaakt naar de in geding zijnde rekening bij de bank. Daarna is het geld vanaf de rekening bij de bank doorgestort naar andere rekeningen (zie 3.17 van het tussenarrest). Op 22 november 2019 om 16:23 ontving de bank van BNP een fraudemelding, waarna zij om 18:25 uur de bankrekening van LuxQapital en de daaraan gekoppelde spaarrekening heeft geblokkeerd.
2.15
De hiervoor geschetste feiten maken naar het oordeel van het hof dat de bank op 21 en 22 november 2019 alle reden had de nieuwe rekeninghouder (ernstig) te wantrouwen. Niet alleen omdat er na de overname van de oorspronkelijke rekeninghouder DIELC helemaal niets was doorgegeven aan de bank, maar ook omdat voor haar onduidelijk was welke natuurlijke persoon of personen er achter LuxQapital schuilgingen. Zowel de rekeninghouder als haar moedervennootschap hadden een algehele gedaanteverandering ondergaan. Ofschoon [naam 1] in het handelsregister als enig aandeelhouder en bestuurder van de moedervennootschap LuxRoyal stond vermeld, meldde zich bij de bank kennelijk steeds [naam 2] toen de betaling naar Italië werd tegengehouden. [naam 2] beschikte echter niet over een volmacht en [naam 1] had zich tot dan toe, ondanks herhaalde verzoeken daartoe, bij de bank niet geïdentificeerd en gelegitimeerd. Onduidelijk was op dat moment bovendien nog steeds (1) of LuxQapital voor haar statutaire doelomschrijving (kort gezegd: advisering en dienstverlening op financieel gebied) al dan niet over een vergunning van de AFM diende te beschikken en, zo ja, of zij daarover beschikte, terwijl (2) de vennootschap zich volgens eigen zeggen feitelijk bezighield met het verstrekken van d
ebit cardsen
gift cardsin landen in de golfregio en Armenië (zie onder 2.9) terwijl (3) de betaling naar Italië beweerdelijk betrekking had op de levering van pijpen. Een en ander is nauwelijks met elkaar te rijmen en laat geen andere conclusie toe dan dat de bank in het najaar van 2019 geen enkel zicht had op de aard van de activiteiten van haar klant. Dit terwijl zij ook geen goed beeld had van de natuurlijke persoon of personen die achter LuxQapital schuilging(en). In november was er nog geen opheldering voor de
red flags(zie onder 2.2) en was het EDR nog niet afgerond. Zij wist na 4,5 maand in feite nog vrijwel niets over haar rekeninghouder, terwijl zij tegelijkertijd wel vraagtekens plaatste bij diens integriteit en betrouwbaarheid. De bank wist dat de klant (lang) onvoldoende meewerkte aan haar identificatie (de basis van het KYC-principe) en had opgemerkt dat de klant zich tegensprak en tegenstribbelde als om uitleg werd gevraagd. De bank had intern gecommuniceerd ook zelf een slecht gevoel over haar klant te hebben. [naam 1] was nog niet langsgekomen, er bestond geen duidelijkheid over de gevolmachtigde en over aard van de business, etc. Er bestond bij de bank dus op 21/22 november 2019 al alertheid over de klant en het vermoeden dat er iets niet in orde was.
2.16
Vaststaat dat dit niet heeft verhinderd dat, nadat Immo Azureen het bedrag van ruim vier miljoen euro naar deze rekening had overgemaakt op 21 november 2019, diezelfde dag nog het onder 3.17 van het tussenarrest bedoelde bedrag van € 200.000,00 door LuxQapital is doorgeboekt naar een in Turkije gevestigde bank. Vast staat ook dat het transactiefilteringssysteem van de bank op deze betaling naar Turkije een ‘hit’ heeft gegeven. Maar deze melding werd volgens de bank pas ongeveer twee weken na de betaling door het systeem gegenereerd. Het transactiefilteringssysteem was dus kennelijk niet zodanig ingesteld dat het de betreffende doorbetaling naar Turkije tegenhield, zoals op 17 oktober 2019 wel was gebeurd met een betaling naar Italië.
2.17
In het licht van het voorgaande geldt dat de bank, ook indien ervan wordt uitgegaan dat er geen sprake was van vergunningplichtige activiteiten van haar rekeninghouder, op 21 november 2019 onvoldoende zorgvuldig heeft opgetreden door te faciliteren dat het door Immo Azureen gestorte bedrag van ruim vier miljoen euro zonder meer kon worden doorbetaald. De bank mocht dat betalingsverkeer niet ongecontroleerd blijven faciliteren en ongehinderd laten plaatsvinden terwijl er al twee onderzoeken liepen naar de rekeninghouder en er verontrustende signalen waren, waarover nog veel onduidelijkheid bestond. Er was naar het oordeel van het hof alle aanleiding het betalingsverkeer op die rekening in de gaten te houden totdat de onderzoeken waren afgerond en die duidelijkheid was verkregen. Het gegeven dat verschillende afdelingen van de bank betrokken waren, maakt hierbij geen verschil omdat de kennis van al deze afdelingen aan de bank wordt toegerekend. Gelet op de maatschappelijke functie die een bank in het maatschappelijk verkeer vervult, moet ook een derde als Immo Azureen bescherming kunnen ontlenen aan de zorgvuldigheidsnorm die de bank in dit geval heeft geschonden. Die zorgvuldigheidsnorm wordt mede ingekleurd door de Wwft-regels, zoals de regel dat een bank haar klant moet kennen. Deze regels vormen omstandigheden die meewegen bij de beantwoording van de vraag of sprake is geweest van onrechtmatig handelen van de bank jegens Immo Azureen, zij zijn in dit kader echter niet bij uitsluiting beslissend. Omdat het ongecontroleerde en ongehinderde gebruik van de betaalrekening ten gevolge van een optelsom van aan de bank gebleken feiten en omstandigheden onzorgvuldig was jegens een derde als Immo Azureen, faalt het verweer van de bank dat Immo Azureen geen bescherming aan Wwft-regels kan ontlenen. Het beroep van de bank op ontbreken van relativiteit stuit hierop af.
2.18
Daarmee is de conclusie dat de bank jegens Immo Azureen heeft gehandeld in strijd met de zorgvuldigheid die haar in het maatschappelijk verkeer betaamt. De omstandigheid dat het betalingsverkeer op de rekening tot dan toe geen patroon van ongebruikelijke transacties had vertoond, maakt dit niet anders. Hetzelfde geldt voor het gegeven dat een deel van het geld is doorgeboekt naar een spaarrekening van LuxQapital, waardoor het desbetreffende bedrag eenvoudig was terug te halen. De signalen die maakten dat de bank alert moest zijn, waren immers voordien al aanwezig en bekend bij de bank.
2.19
In het tussenarrest heeft het hof de bank ook gevraagd toe te lichten waarom er naar haar mening geen sprake was van vergunningplichtige activiteiten van LuxQapital. Uit hetgeen hiervoor onder 2.17 is overwogen, volgt dat het antwoord op deze vraag uiteindelijk in het midden kan blijven. Ook als er geen sprake is van een vergunningplichtige activiteit, valt de bank een verwijt te maken.
2.2
Het kan ervoor worden gehouden dat Immo Azureen geen schade zou hebben geleden indien de bank correct had gehandeld en op 21/22 november 2019 had verhinderd dat er vanaf de in geding zijnde betaalrekening zonder meer overboekingen plaatsvonden. Er bestaat aldus causaal verband (
condicio sine qua non) tussen het handelen c.q. nalaten van de bank en de door Immo Azureen geleden schade. Het hof gaat voorbij aan de stelling van de bank dat zij ook niets had ontdekt als ze nader onderzoek had gedaan. In het licht van het hiervoor overwogene kan hiervan, zonder nadere (maar ontbrekende) motivering niet worden uitgegaan. Omdat de schade die Immo Azureen vordert het voorzienbare gevolg is van het tekortschietende toezicht van de bank en het ongehinderd faciliteren van de doorbetalingen, kan de schade als een gevolg van de onrechtmatige daad van de bank ook aan haar worden toegerekend.
2.21
De bank heeft tot slot aangevoerd dat er sprake is van eigen schuld van Immo Azureen aan het ontstaan van de schade. Het hof is van oordeel dat daarvan inderdaad sprake is. Daarbij weegt mee dat Immo Azureen bij nauwkeurige bestudering van de aan haar medewerkers verstuurde e-mails had kunnen ontdekken dat notaris Vouillon geen e-mail had gestuurd met een nieuwe RIB. De bewuste mail gebruikte immers de naam Voulilon en was afkomstig van notiares.fr. Bovendien veranderde de notaris in Frankrijk voor een vastgoedtransactie in Frankrijk het Franse betaaladres naar een Nederlands adres, wat bepaald niet voor de hand lag. Ook kan Immo Azureen worden aangerekend dat zij bij het overmaken van bedragen van enkele miljoenen euro’s kennelijk geen nadere controles uitvoert en zij haar bedrijfsprocessen niet zodanig heeft ingericht dat verificatie plaatsvindt bij de schuldeiser die kort voordat een betaling aan hem moet worden gedaan, een wijziging in bijvoorbeeld het betaaladres of de betaalrekening doorgeeft. Voor controle bestond in dit geval wel aanleiding, te meer nu Immo Azureen een professionele onderneming is waarin regelmatig grote bedragen ineens omgaan. Naar het oordeel van het hof voldeden de interne processen van Immo Azureen niet aan de daaraan te stellen eisen van een zorgvuldige bedrijfsvoering. Op deze wijze hebben omstandigheden die aan Immo Azureen kunnen worden toegerekend voor een – naar het oordeel van het hof op 40% te bepalen – deel bijgedragen aan het ontstaan van de schade. Dit deel van de schade moet voor eigen rekening van Immo Azureen blijven. De billijkheid eist geen correctie op deze 40/60 verdeling. In hoofdsom is aldus toewijsbaar een bedrag van € 24.754,12. Overeenkomstig haar daartoe strekkende vordering is de wettelijke rente daarover toewijsbaar vanaf 22 november 2019.
2.22
In zoverre slagen de grieven en houdt het vonnis van de rechtbank van 9 maart 2022 voor zover gewezen in conventie geen stand. Het in reconventie gewezen vonnis, strekkende tot terugbetaling van al hetgeen naar aanleiding van het verstekvonnis van 31 maart 2021 door de bank is betaald, houdt wel stand.
2.23
Wat betreft het verzoek ex artikel 843a Rv, heeft Immo Azureen bij deze stand van zaken geen belang meer bij nadere gegevens. Dit verzoek zal daarom worden afgewezen.
2.24
Tot slot vordert Immo Azureen, na vermeerdering van eis, een bedrag van in totaal ruim € 120.000,00 vanwege ‘juridische maatregelen’. In de processtukken heeft zij deze kosten niet gespecificeerd. Dit had wel op haar weg gelegen. Anders dan zij kennelijk meent, kan niet worden volstaan met het enkel overleggen van een aantal advocatenrekeningen, zonder dat is uiteengezet in hoeverre de werkzaamheden zien op gerechtelijke werkzaamheden waarvoor de bepalingen van artikel 237 e.v. Rv en het Liquidatietarief gelden, van buitengerechtelijke werkzaamheden of van kosten gemaakt ter voorkoming of beperking van schade die mocht worden verwacht als gevolg van de aansprakelijkheid scheppende gebeurtenis. Zoals hierna zal blijken, worden de gerechtelijke kosten gecompenseerd. Wat betreft de overige kosten heeft te gelden dat uit de stukken voldoende blijkt dat er werkzaamheden zijn verricht en dat deze meer hebben omvat dan slechts een opmaat voor deze procedure. Ook blijkt voldoende dat kosten zijn gemaakt ter voorkoming of beperking van schade. Er is door advocaten overleg gevoerd en onderhandeld met de bank, met buitenlandse banken en instanties en met begunstigden c.q. partijen die hebben geprofiteerd van de doorboekingen. Er zijn in dat kader ook beslagen gelegd en vaststellingsovereenkomsten gesloten. Nu aannemelijk is dat daarvoor kosten zijn gemaakt en dit naar het oordeel van het hof ook redelijk is en de kosten in voldoende verband staat met het onrechtmatig handelen van de bank, komen deze voor vergoeding in aanmerking. Omdat deze kosten niet zijn gespecificeerd zodat de omvang niet is vast te stellen, zal het hof de kosten schatten, daarbij rekening houdend met de eigen schuld van Immo Azureen, die hiervoor is bepaald op 40%.
Ex aequo et bonobepaalt het hof de buitengerechtelijke kosten op € 20.000,00. Ervan uitgaande dat deze kosten reeds voor het uitbrengen van de dagvaarding zijn gemaakt, is de wettelijke rente daarover toewijsbaar vanaf de dag van dagvaarding, zoals Immo Azureen subsidiair vordert.
2.25
Uit het hiervoor overwogene volgt dat Immo Azureen terecht een vordering tegen de bank heeft ingesteld. Tegelijkertijd heeft echter te gelden dat in de loop van de procedure het leeuwendeel van haar schade inmiddels is vergoed, waardoor slechts een fractie van haar vordering toewijsbaar is. Bovendien is er sprake van 40% eigen schuld bij Immo Azureen. Bij deze stand van zaken is er naar het oordeel sprake van een situatie dat partijen over en weer op punten in het ongelijk zijn gesteld. Het hof zal daarom de (gerechtelijke) kosten wat betreft de eerste aanleg en het hoger beroep aldus compenseren dat iedere partij de eigen kosten dient te dragen, inclusief die van het incident ex artikel 843a Rv.

3.Beslissing

Het hof:
3.1
vernietigt het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 9 maart 2022, behoudens het in reconventie gegeven oordeel,
en doet in zoverre opnieuw recht:
3.2
veroordeelt de bank om aan Immo Azzureen tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen € 24.754,12, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 22 november 2019,
3.3
veroordeelt de bank om aan Immo Azzureen tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen € 20.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 19 februari 2021,
3.4
compenseert de kosten van de eerste aanleg en het hoger beroep aldus dat iedere partij de eigen kosten dient te dragen,
3.5
wijst af het meer of anders gevorderde,
3.6
verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.
Dit arrest is gewezen door mr. R.M. de Winter, mr. M.A.M. Vaessen en mr. A.C. van Schaick en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 23 juni 2026.