Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het verdere verloop van de procedure in hoger beroep
2.De verdere beoordeling van het geschil
Know Your Customer(KYC)/
Event Driven Review(EDR) in gang gezet. Ondertussen was het adres in Iran in het handelsregister alweer gewijzigd naar een adres in Amstelveen, maar dit is niet aangepast in het klantdossier bij de bank.
red flags) zijn te beschouwen:
ubovan DIELC te zijn, de aandelen in DIELC waren in juni 2018 overgedragen aan de vennootschap LuxRoyal, de naam van DIELC werd gewijzigd in LuxQapital;
gift cardsen
debit cardsworden verkocht in landen als Dubai, Saoedi Arabië en Armenië, dat de enig aandeelhouder voorheen woonde in Iran maar nu woont in Dubai, dat de tegengehouden betaling zag op een factuur van een Italiaans bedrijf voor een levering van
valves(afsluitingen voor pijpen) en dat op verzoeken om nadere informatie niet (meer) is gereageerd. In de e-mail wordt hierover onder meer opgemerkt:
on holdgezette betaling naar Italië. De bank heeft over de periode na 17 oktober 2019 verder toegelicht dat een van haar medewerkers de man die zich bij de bank meldde en die zich [naam 2] noemde (vgl. 3.12 in het tussenarrest), telkens had laten weten dat informatie over betalingen alleen aan de rekeninghouder werd gegeven en dat aan hem geen informatie werd verstrekt zolang er geen bestuurswisseling had plaatsgevonden.
“(…) Hierbij de antwoorden van de klant (…) Wel moet ik er ook bij toevoegen dat ik bij deze klant een slecht onderbuik gevoel heb en hoe meer ik met hem spreek hoe meer vragen ik eigenlijk krijg”.
ebit cardsen
gift cardsin landen in de golfregio en Armenië (zie onder 2.9) terwijl (3) de betaling naar Italië beweerdelijk betrekking had op de levering van pijpen. Een en ander is nauwelijks met elkaar te rijmen en laat geen andere conclusie toe dan dat de bank in het najaar van 2019 geen enkel zicht had op de aard van de activiteiten van haar klant. Dit terwijl zij ook geen goed beeld had van de natuurlijke persoon of personen die achter LuxQapital schuilging(en). In november was er nog geen opheldering voor de
red flags(zie onder 2.2) en was het EDR nog niet afgerond. Zij wist na 4,5 maand in feite nog vrijwel niets over haar rekeninghouder, terwijl zij tegelijkertijd wel vraagtekens plaatste bij diens integriteit en betrouwbaarheid. De bank wist dat de klant (lang) onvoldoende meewerkte aan haar identificatie (de basis van het KYC-principe) en had opgemerkt dat de klant zich tegensprak en tegenstribbelde als om uitleg werd gevraagd. De bank had intern gecommuniceerd ook zelf een slecht gevoel over haar klant te hebben. [naam 1] was nog niet langsgekomen, er bestond geen duidelijkheid over de gevolmachtigde en over aard van de business, etc. Er bestond bij de bank dus op 21/22 november 2019 al alertheid over de klant en het vermoeden dat er iets niet in orde was.
condicio sine qua non) tussen het handelen c.q. nalaten van de bank en de door Immo Azureen geleden schade. Het hof gaat voorbij aan de stelling van de bank dat zij ook niets had ontdekt als ze nader onderzoek had gedaan. In het licht van het hiervoor overwogene kan hiervan, zonder nadere (maar ontbrekende) motivering niet worden uitgegaan. Omdat de schade die Immo Azureen vordert het voorzienbare gevolg is van het tekortschietende toezicht van de bank en het ongehinderd faciliteren van de doorbetalingen, kan de schade als een gevolg van de onrechtmatige daad van de bank ook aan haar worden toegerekend.
Ex aequo et bonobepaalt het hof de buitengerechtelijke kosten op € 20.000,00. Ervan uitgaande dat deze kosten reeds voor het uitbrengen van de dagvaarding zijn gemaakt, is de wettelijke rente daarover toewijsbaar vanaf de dag van dagvaarding, zoals Immo Azureen subsidiair vordert.