Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
3.Feiten
“INDEXERING”) is bepaald:
“behoudens voor zover daarvan in deze overeenkomst uitdrukkelijk is afgeweken, of toepassing ervan ten aanzien van het gehuurde niet mogelijk is”.
4.De procedure bij de kantonrechter
5.Vordering en verweer in hoger beroep
6.Beoordeling
grief 1komt [appellant] op tegen het oordeel van de kantonrechter dat partijen geen indexering zijn overeengekomen.
Grief 2ziet op de proceskostenveroordeling in eerste aanleg en heeft voor het overige geen zelfstandige betekenis.
“voor het eerst per”een niet ingevulde datum
“en vervolgens jaarlijks (…) overeenkomstig het gestelde in 18 van de algemene bepalingen”wordt aangepast.
“wat streng vond”en dat hij het daarmee eens is. Hij vraagt [geïntimeerde] een
“versie”op te sturen
“met de aanpassingen die je er graag in wilt hebben”en laat hem weten dat
“Als alles er dan prima uitziet dan teken ik dat gewoon. Ook goed.”[geïntimeerde] heeft vervolgens een huurovereenkomst opgesteld en voorgelegd aan [appellant] . Daarmee is duidelijk dat [geïntimeerde] de door [appellant] voorgestelde huurovereenkomst niet heeft aanvaard.
“behoudens voor zover daarvan in deze overeenkomst uitdrukkelijk is afgeweken, of toepassing ervan ten aanzien van het gehuurde niet mogelijk is”. Het hof is van oordeel dat partijen in dit geval, gelet op de gang van zaken bij het tot stand komen van de overeenkomst, met het niet invullen van de indexeringsclausule in artikel 5.2 van de huurovereenkomst ‘uitdrukkelijk zijn afgeweken’ van artikel 18 van Pro de algemene bepalingen, zodat deze bepaling niet van toepassing is.