ECLI:NL:GHAMS:2026:1698
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.M. Koolen - Zwijnenburg
- A.P.M. van Rijn
- A. Eichperger
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring verdachte in hoger beroep wegens intrekking bezwaren
In deze strafzaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 11 juni 2026 uitspraak gedaan over de ontvankelijkheid van de verdachte in hoger beroep. De verdachte had hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter van 25 maart 2025, maar tijdens de terechtzitting gaf hij te kennen het hoger beroep niet te willen handhaven. Hierdoor worden de eerder opgegeven bezwaren geacht te zijn ingetrokken.
Het hof heeft vervolgens overwogen dat er geen rechtens te respecteren belang is dat een nader onderzoek in de zaak rechtvaardigt. Op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, verklaart het hof de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
De uitspraak is gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, waarbij drie rechters zitting hadden. De beslissing betekent dat het hoger beroep van de verdachte niet wordt behandeld en het vonnis van de politierechter blijft staan.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens intrekking van bezwaren.