ECLI:NL:GHAMS:2026:17

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
13 januari 2026
Publicatiedatum
7 januari 2026
Zaaknummer
200.355.146/01 NOT
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 107 lid 4 Wet op het notarisambtArt. 55 lid 2 Wet op het notarisambtArt. 93 lid 1 Wet op het notarisambt
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Klacht tegen notaris wegens vermeende schending afspraken en intimidatie ongegrond verklaard

Klagers, bestaande uit een vennootschap en een natuurlijk persoon, beëindigden in augustus 2024 hun zakelijke relatie met de notaris wegens vermeende niet-nakoming van afspraken en betwisting van facturen. Zij stelden dat de notaris zonder toestemming met belangrijke stakeholders had gecommuniceerd, financiële afspraken niet was nagekomen, facturen onduidelijk waren, en dat een medewerker hen onder druk had gezet. Tevens werd een mogelijke schending van fiscale wetgeving aangevoerd.

In hoger beroep werden deze klachten beoordeeld. Het hof bevestigde dat de kamer voor het notariaat de meeste klachten niet-ontvankelijk had verklaard omdat de tuchtrechter niet bevoegd is om over facturen, fiscale onderzoeken of schadevergoedingen te oordelen. Het nieuw ingebrachte klachtonderdeel over het ontbreken van een schriftelijke opdrachtbevestiging werd eveneens niet-ontvankelijk verklaard.

Het hof oordeelde dat klagers onvoldoende hadden toegelicht waarom de communicatie van de notaris met stakeholders ongeoorloofd was en dat er geen bewijs was van onzorgvuldig handelen door de notaris of diens medewerker. De klacht werd daarom ongegrond verklaard en de bestreden beslissing bevestigd.

Uitkomst: De klacht tegen de notaris is ongegrond verklaard en het nieuw ingebrachte klachtonderdeel niet-ontvankelijk.

Uitspraak

beslissing
___________________________________________________________________ _ _
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht
zaaknummer : 200.355.146/01 NOT
nummer eerste aanleg : 24-58
beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 13 januari 2026
inzake

1.FOODITIVE B.V.,

gevestigd te Rotterdam,
2.
[appellant],
wonend te [woonplaats] ,
appellanten,
tegen
mr. [geïntimeerde],
notaris te [plaats] ,
geïntimeerde,
gemachtigde: mr. W.F. Hendriksen, advocaat te Amsterdam.
Partijen worden hierna klagers (respectievelijk klaagster en klager) en de notaris genoemd.

1.De zaak in het kort

De notaris verricht sinds 2018 werkzaamheden voor klagers, zowel zakelijk als privé. In augustus 2024 wordt de zakelijke relatie plotsklaps door klagers beëindigd, omdat de notaris gemaakte afspraken niet zou zijn nagekomen. Klagers weigeren vervolgens alle nog openstaande facturen te betalen. In deze tuchtprocedure verwijten klagers de notaris dat zij – zonder toestemming van klagers – met belangrijke stakeholders heeft gecommuniceerd, dat zij financiële afspraken niet nakomt, dat een medewerker van de notaris klagers onder druk zet om de facturen te voldoen en dat zij mogelijk fiscale wetgeving heeft geschonden.

2.Het geding in hoger beroep

2.1.
Klagers hebben op 30 mei 2025 een beroepschrift – met bijlagen – bij het hof ingediend tegen de beslissing van de kamer voor het notariaat in het ressort Den Haag (hierna: de kamer) van 14 mei 2025 tussen partijen gegeven onder bovengenoemd nummer (ECLI:NL:TNORDHA:2025:12).
2.2.
De notaris heeft op 22 juli 2025 een verweerschrift – met bijlagen – bij het hof ingediend.
2.3.
Met toestemming van de voorzitter hebben klagers op 8 augustus 2025 een repliek – met bijlagen – en heeft de notaris op 29 augustus 2025 een dupliek bij het hof ingediend.
2.4.
Het hof heeft van de kamer de stukken van de eerste aanleg ontvangen.
2.5.
De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 30 oktober 2025. Klager, voor zichzelf en als bestuurder van klaagster, bijgestaan door een tolk Nederlands-Engels, en de notaris, vergezeld van haar gemachtigde, zijn verschenen en hebben het woord gevoerd; klager aan de hand van aan het hof overgelegde spreekaantekeningen.

3.Feiten

Het hof verwijst naar de feiten die de kamer in de bestreden beslissing heeft vastgesteld. Partijen hebben tegen de vaststelling daarvan geen bezwaar gemaakt, zodat ook het hof van die feiten uitgaat. Waar nodig aangevuld met andere feiten die zijn komen vast te staan, zijn die feiten de volgende.
3.1.
Sinds 2018 verricht de notaris werkzaamheden voor zowel klager in privé als voor klaagster.
3.2.
Op 30 oktober 2023 heeft de notaris klager een factuur van € 4.169,45 inclusief BTW, kantoorkosten en registratiekosten gestuurd voor het opstellen van huwelijksvoorwaarden, een testament en een vertaling van de akten naar het Engels. Verder heeft de notaris een factuur aan klaagster gestuurd van € 3.689,90 voor verrichte werkzaamheden, inclusief BTW en kantoorkosten.
3.3.
Bij e-mail van 25 november 2023 heeft de partner van klager bij de notaris bezwaar gemaakt tegen de uitgebrachte nota’s:

In our opinion the amounts do not reflect the services rendered, but without detailed information that is hard for us to determine.
We kindly request you to break-down in details, meaning by half-hour: what work was done, by whom and ordered by who.
Please note that as it stands right now, we dispute the validity of these invoices and will hold our payments.
3.4.
De volgende dag heeft de notaris een specificatie van de verrichtte werkzaamheden verstrekt en daarbij opgemerkt dat niet alle werkzaamheden zijn gefactureerd.
3.5.
Klager heeft op 16 februari 2024 € 1.000,- voldaan van de factuur voor de huwelijksvoorwaarden en het testament en € 1.000,- voldaan van de factuur voor de werkzaamheden aan klaagster.
3.6.
In de loop van 2024 heeft de notaris werkzaamheden voor klaagster verricht die betrekking hadden op het bijeenroepen van de algemene vergadering van aandeelhouders, de uitgifte van aandelen aan bestaande aandeelhouders en het beoordelen van documentatie van een nieuwe investeerder. In dat kader heeft kandidaat-notaris [naam 1] (hierna: de kandidaat-notaris) op 21 augustus 2024 (22:07 uur) – na een bespreking op diezelfde dag – aan klager een overzicht gestuurd van de te nemen stappen. In deze e-mail is onder meer het volgende vermeld:

This afternoon[de notaris]
and I spoke with [naam 2] . She was wondering what the status is with respect to the issue for the MRC. (…)
(…)
We have specifically indicated that there are a number of outstanding invoices of which you are aware. We also informed you that there will be another invoice for the work and services performed in the last month before the summer holidays and you asked us to send you this invoice as well. As the payment of the issue price in relation to the Main Raise Capital will be fulfilled through our third party bank account, we will settle the total outstanding amount with payments made. If not, we can’t execute the deeds of issue without prior payment. I am sorry to put you under this pressure, but it’s what our finance department requests.
All these outstanding invoices will be paid as soon as[klaagster]
has received the funds as payment for the shares to be issued in the main capital increase. The outstanding invoices will be paid prior to the execution of the issue deed.
3.7.
Bij e-mail van 22 augustus 2024 (07:31 uur) heeft klager (naar het hof aanneemt mede namens klaagster) de notaris en de kandidaat-notaris laten weten dat hij met onmiddellijke ingang de zakelijke relatie met het kantoor beëindigt:

I am writing to express my deep concern and disappointment regarding the recent actions taken by[naam notariskantoor]
that directly violate our agreed-upon terms and the trust we placed in your firm. Specifically, I am referring to the communication that occurred with [naam 2] , which directly contradicts the explicit instructions and agreements we had in place regarding stakeholder communication.
As clearly communicated in both my emails and those from [naam 3] , all interactions and communications with shareholders, investors, or any external parties were to be pre-approved by[klaagster]
. Despite this clear directive, your recent actions have breached this agreement, thereby compromising the integrity of our business operations and the trust we had in your firm.
Effective immediately, we are terminating all relationships with[o.a. naam notariskantoor]
. Additionally, no further communication is permitted to use the[handelsnaam klaagster]
name, my name, or any other individual connected to our company in any system associated with your firm.
This breach is unacceptable and has severely damaged the relationship between our organizations. We will be reviewing this matter with our legal advisors and will proceed accordingly. However, please note that this termination is effective immediately.
Based on Dutch law, as our agreement clearly stipulated, no communication with specific parties should take place without prior approval. The notary should have respected this. If this agreement was not honored, it could potentially constitute a breach of professional duties, though whether it constitutes a legal violation will depend on the specifics of the agreement and
the actions taken.
I regret that it has come to this, but the lack of respect for our agreements and the disregard for our company’s protocols leave us with no other option.
3.8.
Bij e-mail van 5 september 2024 heeft klager de notaris geïnformeerd dat gezien de recente gebeurtenissen klagers hebben besloten de openstaande facturen van het kantoor van de notaris niet te betalen.
3.9.
Op 11 en 12 december 2024 heeft klager per e-mail gecorrespondeerd met [naam 4] , als controller werkzaam op het kantoor van de notaris, over de diverse openstaande facturen.

4.De klacht

4.1.
Klagers verwijten de notaris het volgende.
1. Ongeautoriseerde communicatie en schending vertrouwen
De notaris heeft zonder toestemming gecommuniceerd met belangrijke stakeholders, ondanks expliciete instructies dat alle communicatie vooraf diende te worden goedgekeurd door klager. Dit heeft geleid tot ernstige verstoringen van de bedrijfsvoering en geschaad vertrouwen bij aandeelhouders en investeerders.
2. Niet naleven van financiële afspraken
De notaris heeft zonder toestemming werkzaamheden verricht. De facturen van tienduizenden euro’s zijn door klagers betwist en niet voldaan.
3. Uitgifte van valse facturen en geen transparantie
Er werden facturen gestuurd voor diensten die niet geleverd en goedgekeurd waren door klager. Ondanks meerdere verzoeken zijn de facturen niet gespecificeerd.
4. Intimidatie en bedreigingen door [naam 4]
gebruikte agressieve juridische taal om klager onder druk te zetten om onterechte facturen te voldoen. Dit heeft bij klager veel stress veroorzaakt.
5. Schade aan het bedrijf
Door het handelen van de notaris hebben klagers reputatieschade geleden, investeerders verloren en belangrijke projecten werden verstoord.
6. Mogelijke schending van fiscale wetgeving
Het notariskantoor heeft mogelijk aandelen uitgegeven zonder de bron van de fondsen te verifiëren. Dit is mogelijk een schending van de anti-witwasregeling (AML) en ken-je-klant (KYC) regelgeving.
4.2.
Klagers verwachten van het hof een oordeel over het volgende.
1. Formele erkenning van wangedrag
Erkenning van de schendingen van professionele plichten, inclusief ongeautoriseerde communicatie, financiële misstanden, en intimidatie.
2. Onmiddellijke annulering van alle facturen
Annuleer alle openstaande facturen wegens het ontbreken van legitieme diensten en de aanwezigheid van valse claims.
3. Beëindiging van verdere acties
Stop onmiddellijk alle verdere communicatie en acties van het notariskantoor jegens klager, haar aandeelhouders en stakeholders.
4. Grondig fiscaal onderzoek
Onderzoek bij het notariskantoor op mogelijke schendingen van AML- en KYC-regelgeving bij de uitgifte van aandelen.
5. Disciplinaire maatregelen.
Neem passende disciplinaire maatregelen tegen de notaris voor schending van professionele normen.
Onderzoek en sanctioneer [naam 4] voor zijn intimidatiepraktijken.
6. Schadevergoeding.
Compensatie voor de financiële verliezen, reputatieschade en verstoring van bedrijfsvoering veroorzaakt door het wangedrag.
4.3.
In hoger beroep hebben klagers naar voren gebracht dat een rechtsgeldige, schriftelijke en door beide partijen geaccordeerde opdrachtbevestiging ontbrak voor de door de notaris verrichte werkzaamheden en de daaruit voortvloeiende facturen.

5.Beoordeling

5.1.
De kamer heeft in de bestreden beslissing de klacht van klagers voor zover het betreft de punten 2, 3, 4 en 6 van klachtonderdeel 4.1 en de punten 2, 3, 4 en 6 van klachtonderdeel 4.2 niet-ontvankelijk verklaard en voor het overige de klacht ongegrond verklaard.
Nieuw klachtonderdeel in hoger beroep
5.2.
In hoger beroep hebben klagers de notaris een nieuw verwijt gemaakt, hiervoor genoemd onder 4.3. Op grond van artikel 107 lid 4 Wet Pro op het notarisambt (hierna: Wna) geldt dat het hof een aan hem voorgelegde zaak opnieuw in volle omvang behandelt. Dit betekent dat alleen de klachten die ook in de procedure in eerste aanleg aan de orde zijn geweest in beschouwing worden genomen. Het hof is van oordeel dat het verwijt genoemd onder 4.3 moet worden beschouwd als een in hoger beroep voor het eerst opgeworpen klacht, hetgeen niet is toegestaan. Het in hoger beroep nieuw geformuleerde klachtonderdeel zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.
De punten 2, 3, 4 en 6 van klachtonderdeel 4.1 en de punten 2, 3, 4 en 6 van klachtonderdeel 4.2
5.3.
De kamer heeft klagers niet-ontvankelijk verklaard in de punten 2, 3, 4 en 6 van klachtonderdeel 4.1 en de punten 2, 3, 4 en 6 van klachtonderdeel 4.2, omdat de kamer niet de bevoegdheid heeft om facturen te annuleren, opdracht te geven aan de notaris, fiscaal onderzoek te verrichten of schadevergoeding toe te kennen. Het hof sluit zich bij deze overwegingen van de kamer aan. Klagers hebben onvoldoende gesteld om te kunnen aannemen dat de notaris valse facturen heeft opgesteld. De tuchtrechter is ook niet bevoegd om over de hoogte van facturen te oordelen. Klagers dienen zich daarvoor te wenden tot de Geschillencommissie Notariaat (artikel 55 lid 2 Wna Pro). Ten slotte kent een tuchtprocedure niet de mogelijkheid om aan een klager een schadevergoeding toe te kennen. Gezien het vorenstaande acht het hof, net als de kamer, klagers niet-ontvankelijk in de punten 2, 3, 4 en 6 van klachtonderdeel 4.1 en de punten 2, 3, 4 en 6 van klachtonderdeel 4.2.
De punten 1 en 5 van klachtonderdeel 4.1 en de punten 1 en 5 van klachtonderdeel 4.2
5.4.
Met betrekking tot deze klachtonderdelen heeft de kamer geoordeeld dat klagers onvoldoende hebben gesteld. Het is niet duidelijk geworden welk handelen en/of nalaten klagers de notaris precies verwijten. Volgens de kamer heeft de notaris zorgvuldig gehandeld in het contact met [naam 2] . Gezien de Belehrungsplicht diende de notaris haar te informeren, omdat zij partij was bij de voorgenomen akte van uitgifte van aandelen, aldus de kamer.
5.5.
Het hof sluit zich aan bij het oordeel van de kamer dat klagers onvoldoende hebben toegelicht waarom de notaris geen contact had mogen opnemen met [naam 2] . Klagers hebben ook in hoger beroep geen stukken overgelegd waaruit de expliciete instructie volgt dat alle communicatie van de notaris met belangrijke stakeholders vooraf diende te worden goedgekeurd door klagers. Dat de notaris een instructie van die strekking van klagers zou hebben geschonden is voor het hof niet komen vast te staan.
5.6.
Met betrekking tot het handelen van [naam 4] heeft de kamer geoordeeld dat op geen enkele wijze is gebleken dat [naam 4] , die zelf geen notaris of kandidaat-notaris is en daarom niet onder het tuchtrecht valt, klagers onder druk hebben gezet bij het incasseren van de openstaande facturen.
5.7.
Het hof bevestigt dat – vanwege het bepaalde in artikel 93 lid 1 Wna Pro – [naam 4] zelf niet onder het tuchtrecht valt. Uitgangspunt is echter dat klachten tegen medewerkers van een (kandidaat-)notaris worden geacht te zijn gericht tegen de (kandidaat)notaris die voor de medewerker verantwoordelijk is. Indien de handelwijze van een medewerker is toe te rekenen aan een bepaald dossier, dat onder de verantwoordelijkheid van een specifieke (kandidaat) notaris valt, dan dient de klacht te worden beschouwd als te zijn gericht tegen die betrokken (kandidaat-)notaris (zie hof Amsterdam 9 november 2010, ECLI:NL:GHAMS:2010:BO6928). Het klachtonderdeel over het handelen van [naam 4] moet daarom als gericht tegen de notaris worden beschouwd, omdat zijn handelwijze is toe te rekenen aan het dossier dat onder verantwoordelijkheid van de notaris viel. Op basis van de overgelegde stukken is het hof niet gebleken dat sprake is geweest van onzorgvuldig handelen van [naam 4] bij het incasseren van de openstaande facturen, zodat dit ook de notaris niet kan worden aangerekend.
5.8.
Gezien het vorenstaande acht het hof de punten 1 en 5 van klachtonderdeel 4.1 en de punten 1 en 5 van klachtonderdeel 4.2, net als de kamer, ongegrond.
Conclusie
5.9.
Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat de beslissing van de kamer door het hof zal worden bevestigd en dat het in hoger beroep nieuw geformuleerde klachtonderdeel onder 4.3 nietontvankelijk zal worden verklaard.

6.Beslissing

Het hof:
- verklaart het in hoger beroep nieuw geformuleerde klachtonderdeel onder 4.3 niet-ontvankelijk;
- bevestigt de bestreden beslissing.
Deze beslissing is gegeven door mrs. C.H.M. van Altena, H.T. van der Meer en S.V. Viveen en in het openbaar uitgesproken op 13 januari 2026 door de rolraadsheer.