ECLI:NL:GHAMS:2026:1727

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
26 juni 2026
Publicatiedatum
29 juni 2026
Zaaknummer
23-000851-22
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 10 OpiumwetArt. 10a OpiumwetArt. 11b OpiumwetArt. 47 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling medeplegen voorbereidingshandelingen cocaïnelaboratorium en deelneming criminele organisatie

In hoger beroep heeft het Gerechtshof Amsterdam het vonnis van de rechtbank Amsterdam vernietigd en de verdachte veroordeeld voor medeplegen van voorbereidingshandelingen gericht op de exploitatie van een cocaïnelaboratorium in een manege te Nijeveen en voor deelneming aan een criminele organisatie met het oogmerk het plegen van Opiumwetmisdrijven.

Het bewijs berustte onder meer op EncroChat-berichten, identificatie van de verdachte als gebruiker van een EncroChat-account, observaties, forensisch onderzoek van chemicaliën en cocaïne, en tachograafgegevens van een vrachtwagen die werd ingezet voor transport van grondstoffen en afval. De verdediging voerde bewijsuitsluiting aan voor de EncroChat-data, maar dit verweer werd verworpen omdat de betrouwbaarheid van de data voldoende was vastgesteld en de verdediging voldoende gelegenheid had gehad het bewijs te betwisten.

Het hof oordeelde dat de verdachte een wezenlijke bijdrage had geleverd aan de voorbereidingshandelingen door het regelen van loodsen, transport en betalingen, en daarmee medepleger was. Tevens was hij deelnemer aan een criminele organisatie die zich bezighield met productie en handel in cocaïne. Gelet op de ernst van de feiten, de omvang van het laboratorium en de maatschappelijke gevaren, legde het hof een gevangenisstraf van 32 maanden op, met aftrek van voorarrest en een matiging wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 32 maanden gevangenisstraf voor medeplegen voorbereidingshandelingen en deelneming aan criminele organisatie.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000851-22
datum uitspraak: 26 juni 2026
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 17 maart 2022 in de strafzaak onder parketnummer 13-997115-20 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,
adres: [adres 1] .

1.Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 26 mei 2026, 4 juni 2026 en 26 juni 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaten-generaal (hierna: de advocaat-generaal) en van hetgeen de verdachte en zijn raadsman naar voren hebben gebracht.

2.Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De verdachte is door de rechtbank vrijgesproken van hetgeen aan hem onder 1 is ten laste gelegd. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is daardoor mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen deze vrijspraak.

3.Tenlastelegging

Aan de verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging in eerste aanleg en voor zover in hoger beroep nog inhoudelijk aan de orde, ten laste gelegd dat:
2.
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 maart 2020 tot en met 7 augustus 2020 te Wijk en Aalburg en/of Nijeveen en/of Apeldoorn en/of Elshout, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of vervaardigen van een stof bevattende cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende een stof vermeld op lijst 1 van de Opiumwet dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen,
- zich en/of een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen en/of
- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen en/of gelden of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had/hadden om te vermoeden dat zij bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en),
immers heeft hij tezamen en in vereniging met zijn mededader(s), althans alleen, toen aldaar
- voorbereidingen getroffen om te Nijeveen in een cocaïnewasserij in bedrijf te stellen en/of
- overleg gevoerd en/of afspraken gemaakt en/of inlichtingen uitgewisseld en/of geld geregeld over/voor het zoeken van een geschikte locatie voor de bewerking of verwerking van cocaïne en/of
- overleg gevoerd en/of afspraken gemaakt en/of inlichtingen uitgewisseld en/of geld geregeld over/voor de bouw en/of inrichting en/of voorzieningen en/of ingebruikname van een locatie voor de bewerking of verwerking van cocaïne en/of
- één of meer locaties bestemd voor de bewerking of verwerking van cocaïne en/of de opslag van het dragermateriaal en/of het afval van eerdergenoemd bewerkings-/verwerkingsproces gezocht en/of ter beschikking gesteld en/of verhuurd en/of gehuurd en/of
- een deel van de manege te Nijeveen verbouwd en/of ingericht en/of van apparatuur voorzien om dat deel van die manege geschikt te maken voor de bewerking en/of de verwerking van cocaïne en/of
- een productieopstelling voor de bewerking en/of verwerking van cocaïne gebouwd en/of ingericht en/of laten bouwen en/of inrichten en/of voorhanden gehad en/of
- apparatuur en/of cocaïne bevattende grondstoffen en/of chemicaliën en/of chemisch afval en/of andere voorwerpen en/of geld en/of arbeiders/personeel, benodigd bij en/of bestemd voor de bewerking en/of verwerking van cocaïne, geregeld, vervoerd en/of voorhanden gehad en/of
- een of meer vervoermiddelen en/of een heftruck, bestemd voor het transport van
- apparatuur en/of cocaïne bevattende grondstoffen en/of chemicaliën en/of andere voorwerpen en/of afval afkomstig van de bewerking en/of verwerking van cocaïne, geregeld en/of voorhanden gehad.
3.
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2020 tot en met 7 augustus 2020 te Wijk en Aalburg en/of Nijeveen en/of Apeldoorn en/of Rotterdam en/of Heerde en/of Elshout, in elk geval in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, welke Organisatie tot oogmerk had het plegen van een of meer misdrijven, te weten het opzettelijk bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren, vervaardigen en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende een stof vermeld op lijst 1 van de Opiumwet, zijnde een middel(en) vermeld op de hij de Opiumwet behorende lijst 1.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

4.Vernietiging vonnis

Het vonnis zal worden vernietigd, omdat het hof tot een iets andere bewezenverklaring en strafoplegging komt dan de rechtbank.

5.Inleiding

Op 30 juni 2020 is door de Dienst Landelijke Recherche een afschermproces-verbaal van het Team Criminele Inlichtingen ontvangen waarin stond dat uit onderzoek was gebleken dat er zich in een manege aan de [adres 12] in Nijeveen vermoedelijk een in aanbouw of gereed zijnde cocaïnewasserij dan wel drugslaboratorium bevond. Hierop is onder de naam Rockdale een strafrechtelijk onderzoek gestart. Achteraf is gebleken dat deze inlichtingen gebaseerd waren op onderzoeksbevindingen uit het – inmiddels in strafrechtelijke kringen bekende – onderzoek 26Lemont die, met machtiging van de rechter-commissaris, nader zijn onderzocht en gedeeld in het onderzoek Rockdale. Na verder onderzoek is de politie op 7 augustus 2020 binnengetreden in de manege in Nijeveen en trof daar een zeer groot cocaïnelaboratorium aan. In het laboratorium werden vijftien verdachten aangehouden. Daarnaast werd [medeverdachte 1] , de eigenaar van de manege, aangehouden. Dit betreft het onderzoek Rockdale 1.
Rockdale 2 betreft het vervolgonderzoek naar de betrokkenen achter het cocaïnelaboratorium. Uiteindelijk zijn in dat onderzoek als verdachten aangemerkt: [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 6] , [medeverdachte 7] , [verdachte] , [medeverdachte 8] , [medeverdachte 9] , [medeverdachte 10] en [medeverdachte 11] .
Alle verdachten zijn door de rechtbank veroordeeld. Door een aantal verdachten is hoger beroep ingesteld. Voor aanvang van de inhoudelijke behandeling heeft een aantal verdachten aangegeven het hoger beroep niet langer te willen handhaven. Zij zijn door het hof niet-ontvankelijk verklaard in het ingestelde hoger beroep. Uiteindelijk stonden in hoger beroep alleen nog terecht [medeverdachte 1] (Rockdale 1) en [medeverdachte 10] , [medeverdachte 8] , [medeverdachte 9] en [verdachte] (Rockdale 2). Aan hen zijn verschillende feiten ten laste gelegd.
Voor de leesbaarheid worden de verdachte en de medeverdachten met hun achternamen aangeduid.

6.Standpunt van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft zich aan de hand van een uitgebreid schriftelijke requisitoir op het standpunt gesteld dat beide ten laste gelegde feiten kunnen worden bewezen.

7.Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat [verdachte] moet worden vrijgesproken van de ten laste gelegde feiten, omdat de ‘EncroChat-data’ moeten worden uitgesloten van het bewijs. De daaraan ten grondslag gelegde verweren heeft de raadsman in zijn pleitnota als volgt samengevat:
‘De verdediging zal in deze zaak een aantal inhoudelijke verweren voeren. Het eerste verweer (rechtmatigheidsverweer Encrochat) is dat de juistheid, integriteit en betrouwbaarheid van de EncroChat data, toegeschreven aan de account
[EncroChat-account 1]niet, of in ieder geval onvoldoende doorwrocht zijn getoetst om als belastend bewijs te kunnen worden gebruikt.
In verlengde daarvan (verweer II) wordt betoogd dat het gebruik van de data van beide accounts voor het bewijs strijdig is met artikel 6 EVRM Pro en om die reden moet worden uitgesloten, omdat:
de verdediging onvoldoende mogelijkheden heeft gehad om het bewijs zelf te (laten) onderzoeken en tegen te spreken, en
onvoldoende compenserende mogelijkheden zijn geboden (door OM of rechter) om de verdediging een reële kans te bieden het bewijs op inhoudelijke gronden te kunnen weerleggen en ontlastende elementen aan te kunnen dragen.
En op de derde plaats geldt (verweer Identificatie
[EncroChat-account 1]) dat onvoldoende steunbewijs uit de ‘werkelijke’ (dat wil zeggen, niet virtuele) wereld is verkregen om aan te nemen tot de conclusie te kunnen komen dat cliënt de gebruiker is geweest van het EncroChat-account [EncroChat-account 1] . Dit verweer zal in een separate pleitnota worden weergegeven.
De gezamenlijke conclusie van deze drie verweren is dat is dat de EncroChat-data van het bewijs moeten worden uitgesloten en dat cliënt van de hem verweten feiten moet worden vrijgesproken.’
De raadsman heeft daarnaast, kennelijk ook als afzonderlijk verweer te beoordelen, gesteld dat de identificatie van de EncroChat-gebruiker [EncroChat-account 1] als [verdachte] onvoldoende overtuigend is om tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten te komen.

8.Verweer bewijsuitsluiting

Het hof stelt voorop dat het verweer (of verweren) strekkende tot bewijsuitsluiting is overgenomen van het verweer zoals dat is gevoerd in de zaak tegen de medeverdachte [medeverdachte 10] . De toelichting op het verweer zoals opgenomen in de overgelegde pleitnota (en die als voorgedragen moet worden beschouwd) is nagenoeg gelijkluidend aan de toelichting in de zaak tegen [medeverdachte 10] . De kop boven de pleitnota van de raadsman luidt echter ‘rechtmatigheidsverweer’, terwijl het in de zaak tegen [medeverdachte 10] (primair) ging om een betrouwbaarheidsverweer. Desgevraagd heeft de raadsman verklaard dat hij inderdaad een betrouwbaarheidsverweer voert en dat hij zich aansluit bij wat door de verdediging van [medeverdachte 10] naar voren is gebracht. Gelet op deze gang van zaken herhaalt het hof in min of meer gelijke bewoordingen wat in de zaak tegen [medeverdachte 10] is overwogen, waarbij het belangrijkste verschil is dat de verdediging in die zaak in hoger beroep heeft gevraagd om, samengevat, nader onderzoek naar de EncroChat-data. De raadsman heeft zo’n verzoek in hoger beroep, noch tijdens de regiezitting noch tijdens de inhoudelijke behandeling, niet gedaan.
De verweren I en II lenen zich voor gezamenlijke bespreking. Het hof stelt daarbij voorop dat het bewijs tegen [verdachte] voor een zeer belangrijk deel bestaat uit leesbaar gemaakte berichten van en naar het EncroChat-account [EncroChat-account 1] @encrochat.com (hierna: [EncroChat-account 1] ). Samen met de koppeling van [verdachte] aan dit account vormt dit de basis van de verdenking van zijn betrokkenheid bij de laste gelegde feiten.
Over de achtergronden van de hack op EncroChat en de daarmee verkregen data is in de rechtspraktijk inmiddels veel gezegd en geschreven. Dit zal het hof daarom niet herhalen [1] . Gelet op de meest recente jurisprudentie van de Hoge Raad heeft de raadsman niet de rechtmatigheid van de bewijsverkrijging bestreden. De kern van zijn betoog komt er op neer dat de ‘juistheid, integriteit en (toevoeging van het hof: daarmee) de betrouwbaarheid’ van de door Franse opsporingsautoriteiten vergaarde data nooit is vastgesteld en de verdediging evenmin in de gelegenheid is geweest die data te (laten) onderzoeken. De verdediging doelt hiermee dus op de data – zo berijpt het hof – die de Franse opsporingsautoriteiten met de hack hebben verkregen en opgeslagen (hierna: de ruwe data). Het gaat nadrukkelijk niet om de data waarover de Nederlandse politie (in het onderzoek 26Rockdale) de beschikking heeft gekregen (hierna: de brondata [2] ). Dat die brondata gelijk is aan de (ruwe) data die in de onderzoeksomgeving van de Franse opsporingsautoriteiten is opgeslagen staat, ook volgens de raadsman, niet ter discussie. Het punt van de raadsman is dat een ‘chain of custody’ ontbreekt tussen – eenvoudig geformuleerd – het moment van de hack en het moment waarop de verkregen (ruwe) data in de onderzoeksomgeving van de Franse opsporingsautoriteiten is opgeslagen. Dat heeft er primair mee te maken dat door Frankrijk geen informatie wordt prijsgegeven over de werking van de interceptietool. Volgens de raadsman ontbreekt (daardoor) verslaglegging van enig onderzoek naar de integriteit en betrouwbaarheid van de ruwe data, anders dan dat ‘JIT-partner (Frankrijk)’ aan Nederland heeft laten weten dat de verstrekte informatie rechtmatig is verkregen en
betrouwbaar(cursivering hof) is. [3] Dat leidt er volgens de raadsman bijvoorbeeld toe dat niet met een voldoende mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat de koppelingen (gemaakt op basis van de ruwe data) tussen ‘account ID’ en IMEI-nummer correct zijn. Dat zelfde geldt volgens de raadsman voor bijvoorbeeld ‘de koppeling van datum en tijd aan de inhoud van berichten, de koppeling tussen, in tegenaccounts opgeslagen namen en het betreffend account-ID, tussen de inhoud van berichten en het betreffende account ID’.
Behalve een toetsingskader dat betrekking heeft op (de beoordeling van) de rechtmatigheid van het onderzoek dat onder verantwoordelijkheid van buitenlandse autoriteiten is uitgevoerd, heeft de Hoge Raad ook een toetsingskader gegeven dat betrekking heeft op (de beoordeling van) de betrouwbaarheid van de resultaten van dat onderzoek. De overweging van de Hoge Raad [4] luidt als volgt:
‘Waar het gaat om de
betrouwbaarheidvan onderzoeksresultaten die voor het bewijs worden gebruikt, geldt dat de rechter bij de beantwoording van de vraag of het tenlastegelegde kan worden bewezenverklaard, alleen dat bewijsmateriaal gebruikt dat hij betrouwbaar en bruikbaar acht. Er kan grond voor bewijsuitsluiting bestaan als zich onregelmatigheden hebben voorgedaan die de betrouwbaarheid en accuraatheid van onderzoeksresultaten wezenlijk hebben aangetast. Hierbij maakt het in beginsel geen verschil of die onderzoeksresultaten zijn verkregen onder verantwoordelijkheid van buitenlandse autoriteiten dan wel in een Nederlands strafrechtelijk onderzoek. Dat doet echter niet eraan af dat de rechter in de strafzaak tot uitgangspunt mag nemen dat onderzoek dat onder verantwoordelijkheid van buitenlandse autoriteiten is uitgevoerd, op zodanige wijze is verricht dat de door dat onderzoek verkregen resultaten betrouwbaar zijn. Als er echter – al dan niet naar aanleiding van een daartoe strekkend verweer – concrete aanwijzingen voor het tegendeel bestaan, is de rechter gehouden de betrouwbaarheid van die resultaten te onderzoeken. Daartoe kan hij bijvoorbeeld – met tussenkomst van het openbaar ministerie – nadere informatie inwinnen over de wijze waarop het onderzoek onder de verantwoordelijkheid van de buitenlandse autoriteiten is verlopen en de (procedurele) waarborgen die daarbij in acht zijn genomen; één en ander voor zover dat voor de beoordeling van de betrouwbaarheid van de door die autoriteiten verkregen resultaten van belang is. Deze nadere informatie kan bijvoorbeeld betrekking hebben op de waarborgen die bij de verkrijging van gegevens in acht zijn genomen in relatie tot de betrouwbaarheid, integriteit en/of herleidbaarheid van die gegevens. Deze plicht tot het onderzoeken van de betrouwbaarheid van de resultaten hangt samen met het op grond van artikel 6 EVRM Pro aan de verdachte toekomende recht om de authenticiteit en de betrouwbaarheid van het bewijs te betwisten en zich tegen het gebruik ervan te verzetten’.
Het hof neemt in deze zaak tot uitgangspunt dat het onder verantwoordelijkheid van de Franse opsporingsautoriteiten verrichte onderzoek op zodanige wijze is verricht dat de door dat onderzoek verkregen resultaten betrouwbaar zijn. Concrete aanwijzingen van het tegendeel zijn door de verdediging niet aangevoerd, noch is daarvan anderszins gebleken. In zijn algemeenheid [5] staat niet ter discussie dat er soms data ontbreken. Dat kunnen bijvoorbeeld berichten zijn of tijdstempels. Het enkele ontbreken van gegevens betekent echter nog niet dat de wel beschikbare gegevens onbetrouwbaar zijn. Het zal van de omstandigheden van het geval afhangen of die voor het bewijs van een bepaalde gedraging kunnen worden gebruikt.
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat het hiervoor genoemde toetsingskader van de Hoge Raad in strijd is met de waarborgen die artikel 6 van Pro het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheiden (EVRM) biedt. Dat blijkt volgens de verdediging (onder meer) uit het arrest van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) in de zaak Yüksel Yalçinkaya tegen Turkije. [6] De beslissing in die zaak kan, zoals altijd, niet los worden gezien van de casus. Het hof vat die heel kort samen. Klager Yalçinkaya was leraar en is veroordeeld vanwege lidmaatschap van een gewapende terroristische organisatie (Gülen-beweging). Volgens de Turkse autoriteiten zit deze organisatie achter de mislukte staatsgreep van 15 juli 2016. De veroordeling van klager was in beslissende mate gebaseerd op het gebruik door klager van de encryptiedienst ‘ByLock’. De Turkse nationale rechter heeft geoordeeld dat deze applicatie gebruikt wordt uitsluitend door of ten behoeve van activiteiten van de Gülen-beweging. Het downloaden van de applicatie Bylock of het gebruik maken daarvan als enige grond voor een veroordeling wegens lidmaatschap van een gewapende terroristische organisatie, is volgens het EHRM in strijd met de vereisten uit artikel 7 EVRM Pro (legaliteitsbeginsel; het enkele gebruik van een cryptocommunicatiedienst was niet afzonderlijk strafbaar gesteld). Het EHRM nam daarnaast ook een schending aan van artikel 6 EVRM Pro. In de kern houdt de beslissing van het EHRM in dat bij de beoordeling van de vraag of de verdachte een eerlijk proces heeft gehad een rol speelt of hij de mogelijkheid heeft gehad de authenticiteit en kwaliteit van het elektronische bewijsmateriaal te onderzoeken. Dat heeft de Hoge Raad in het hiervoor geschetste toetsingskader ook erkend, dus in zoverre noopt deze beslissing van het EHRM niet hiervan af te wijken. In de zaak Yalçinkaya concludeert het EHRM tot een schending, omdat – samengevat en in de woorden van het hof: gegeven het beperkte bewijs – de verdediging geen toegang had tot de ruwe data en alle verweren en verzoeken op dat punt door de nationale rechter zijn verworpen of onbesproken zijn gelaten. Dat is in de onderhavige zaak bepaald anders.
Door de verdediging zijn immers geen verzoeken gedaan met betrekking tot de ruwe data, zoals hierboven gedefinieerd. De vergelijking met de zaak Yüksel Yalçinkaya tegen Turkije gaat reeds daarom niet op. Deze uitspraak geeft het hof verder ook geen aanleiding om af te wijken van het hiervoor besproken toetsingskader van de Hoge Raad.
De data die de Nederlandse politie heeft ontvangen (en die als gezegd ook volgens de raadsman gelijk is aan de data in de Franse onderzoeksomgeving) is aan het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) ter beschikking gesteld. Het NFI heeft deze data geladen in het forensische onderzoeksprogramma Hansken. Een deel van de data is eerst in Hansken ontsleuteld (de enkele verstrekking van deze data zou dus deels onleesbare gegevens hebben opgeleverd). Om welke data het gaat en hoe het NFI deze heeft verwerkt is beschreven in het NFI-rapport van 17 maart 2021. [7] In dat rapport is beschreven dat met een ‘technisch hulpmiddel’ (lees: de door de Franse opsporingsautoriteiten ontwikkelde interceptietool) gegevens zijn veilig gesteld afkomstig van telefoons waar de applicatie EncroChat op was geïnstalleerd. Het technisch hulpmiddel sloeg deze gegevens op in bestanden. Die bestanden bevatten digitale sporen van onder andere chatberichten, gebruikersnamen en verstuurde of ontvangen afbeeldingen. Het NFI heeft deze data doorzoekbaar en zichtbaar gemaakt in Hansken. De soorten bestanden die zijn veilig gesteld heeft het NFI aangeduid als bronbestanden. Deze bestanden zijn de bron voor de digitale sporen die inzichtelijk zijn gemaakt in Hansken. Over de ontsleuteling van berichten (en voor afbeeldingen geldt hetzelfde) is in het rapport het volgende opgenomen:
‘De realm-bestanden die van de EncroChat applicatie afkomstig zijn, staan in versleutelde
toestand opgeslagen op de telefoon en zijn in diezelfde versleutelde toestand veiliggesteld. Hansken is in staat de realm-bestanden te ontsleutelen door een cryptografische sleutel die opgeslagen is in de json-bestanden te gebruiken.
De gebruikte cryptografie (AES) om de bestanden mee te versleutelen, heeft de eigenschap dat een minimale verandering in de sleutel of de versleutelde data een enorme verandering in het ontsleutelde resultaat oplevert en daarmee volstrekt onleesbaar wordt. Dit wordt ook wel het lawine-effect (Engels: avalanche effect) genoemd. De sleutel die met deze cryptografie (AES) gebruikt wordt om bestanden mee te versleutelen moet ook gebruikt worden om het versleutelde bestand mee te ontsleutelen.
Zekerheid over de ontsleutelmethode voor realm-bestanden
Door het hiervoor beschreven ’lawine-effect’ is het verkrijgen van leesbare resultaten na ontsleuteling extreem veel waarschijnlijker onder de hypothese dat de gebruikte sleutel en onsleutelmethode correct zijn, dan onder de hypothese dat de gebruikte sleutel of ontsleutelmethode niet correct zijn.
Zowel de versleutelde als de ontsleutelde versies van de realm-bestanden, alsmede
het sleutelmateriaal zijn in Hansken zichtbaar. De ontsleuteling kan dus door derden
worden geverifieerd.’
Deze conclusie zegt, naar het oordeel van het hof, iets over de betrouwbaarheid van de methode waarmee de (ruwe) data met behulp van de interceptietool is veiliggesteld. Fouten bij het kopiëren van de data lijken daarmee immers niet heel waarschijnlijk. [8]
In het dossier is ook een rapport van het NFI naar de ‘volledigheid en correctheid van EncroChatberichten’ opgenomen [9] (ook wel het validatieonderzoek genoemd). Om vast te stellen hoe volledig en correct de gegevens in de berichten uit het technisch hulpmiddel zijn, zijn de metadata en inhoud van berichten op vijf fysiek uitgelezen telefoons (de berichten uit het toestel) vergeleken met de berichten uit het technisch hulpmiddel voor diezelfde telefoons. Deze telefoons zijn geselecteerd uit
de bij het NFI veilig gestelde telefoons. De ‘twee criteria’ waren dat ze uit een periode komen dat het technisch hulpmiddel ook actief was. Vervolgens zijn de vijf telefoons met de meeste berichten geselecteerd. De werking van het technische hulpmiddel zelf is niet onderzocht. Er is enkel onderzoek gedaan naar de gegevens die geproduceerd zijn door het technisch hulpmiddel. De eindconclusie luidt:
‘Er zijn geen redenen gevonden om te twijfelen aan de correctheid van de
berichten uit technisch hulpmiddel, behalve de fout met de omgedraaide bellende en gebelde tegenpartij. De correcte bellende en gebelde partij is nog af te leiden door de aangegeven richting (zie hoofdstuk 5.2). De berichtengeschiedenis is echter niet volledig. In de via technisch hulpmiddel verkregen berichten kunnen berichten ontbreken. Dit kan een enkel bericht zijn, maar langere perioden aan ontbrekende berichten komen ook voor. Op de toestellen is door het automatisch verwijderen van berichten na de
burn timeook geen volledige berichtengeschiedenis aanwezig. Daarnaast is het mogelijk dat berichten handmatig door de gebruiker zijn gewist, en daardoor ontbreken op het toestel.’.
Hoewel het vergelijkend onderzoek beperkt is geweest, zeggen de in dit rapport opgenomen resultaten naar het oordeel van het hof iets over de betrouwbaarheid van de ruwe data en daarmee – uiteindelijk – iets over de betrouwbaarheid van het (uit de brondata verkregen) bewijs. Voor de goede orde: het hof heeft voor het bewijs alleen gebruik gemaakt van de inhoud van de berichten, niet van belgegevens.
De verdediging is, in eerste aanleg, in de gelegenheid gesteld de opsteller van de NFI-rapporten als deskundige te horen. In het proces-verbaal van verhoor [10] staat onder meer, voor zover relevant:
‘Welke werkzaamheden heeft u binnen het onderzoek Lemont verricht?
‘Ik heb onderzoek gedaan naar de validatie van de gegevens verkregen met het technisch hulpmiddel en het inzichtelijk maken van die gegevens.
Bent u bekend met de werking van het technisch hulpmiddel?
De data die zijn verzameld, heb ik bekeken en daaruit kan ik veel uit afleiden over de werking.
Weet u of de data rechtstreeks van de telefoons is verkregen, of van een server?
Ik heb begrepen dat de gegevens van de toestellen komen. Dat heb ik kunnen afleiden uit de
vergelijking van de gegevens op de toestellen met de gegevens uit het technisch hulpmiddel. Zie ook het validatierapport van 25 januari 2021.
(…)
Het technisch hulpmiddel zal alle gegevens die er zijn, kopiëren. Van de gegevens die ik heb gezien en kunnen onderzoeken, heb ik geconstateerd dat die niet zijn gewijzigd door het technisch hulpmiddel.
Gaat het bij fouten om verlies van data of verandering van data?
Gegevens kunnen verloren gaan omdat het programma crasht, programmeurs kunnen fouten maken. Ik neem aan dat als er bijvoorbeeld iets omgedraaid is zoals “to” en “from”, dat overal omgedraaid is als gevolg van een programmeerfout. Van tevoren heb je wel een idee over wat fout zou kunnen zijn, bijvoorbeeld als de klok niet goed staat ingesteld, is de tijdvermelding in de berichten onjuist. In mijn rapport heb ik de gegevens vergeleken wat betreft: tijdstip, van en naar, inhoud. Ik heb geen afwijkingen gezien in de tijdstippen, evenmin in de inhoud van de berichten en ook in “van” en “naar” in de berichten. Alleen bij de telefoongesprekken is geconstateerd dat “van” en “naar” zijn omgedraaid, dat zal een programmeerfout zijn.
Ik vraag u naar verandering in data. Kan dat bestaan? Valt dat op?
Ik heb geen aanleiding gezien voor de vaststelling dat data zouden zijn gewijzigd. Een programmeerfout kan, denk ik, niet leiden tot een andere inhoud van het bericht.
Een software of hardwarefout?
Een computer of programma kan crashen, maar dan wordt niet de inhoud van de chat aangepast, dan is er eerder geen bericht.
Kan contaminatie plaatsvinden met digitaal bewijs?
In algemene zin kan dat. Wij proberen die kans te verkleinen bij de inrichting van het proces van ontvangen en opslaan van digitale gegevens. Met name als er sprake is van moedwil kan dat. Ik kan me niet voorstellen dat dit digitaal bewijsmateriaal onbedoeld, dus zonder moedwil, kan worden aangepast. Kunt u dat uitsluiten? Nee, dat kan nooit. Ik acht de kans echt heel klein. Er is geen reden aan te nemen dat dat is gebeurd.
U benoemt in uw rapportage (pagina 13 – opmerking hof: van het rapport genoemd in voetnoot 9) dat missende reeksen of ontbrekende overlap kunnen worden verklaard door een niet succesvolle installatie of werking van het technische hulpmiddel. Wat kunnen de gevolgen zijn van een niet succesvolle werking van het technische hulpmiddel?
De reeksen van ontbrekende berichten zijn in smalle tijdsgebieden en de berichten zijn aansluitend. Ik concludeer daaruit dat het technisch hulpmiddel werkte of niet werkte. Het werkte niet half of een beetje of heel even wel en dan weer niet. Het lijkt erop dat de applicatie op dat ogenblik gecrasht was.
Kan het ook een minuut niet gewerkt hebben?
Dat hebben we niet gezien.
Op pagina 10, tabel 8, wordt vermeld wat er weg was in een bepaalde week. In een lopende dialoog is er dus niet zomaar een bericht uit gevallen. Zo’n dialoog zou compleet moeten zijn.
U beschrijft dat uit de naamgeving van de mappen waarin de bronbestanden zijn opgeslagen is
afgeleid over welke periode en van welke telefoon de bestanden komen. Hoe heeft deze naamgeving plaatsgevonden?
Deze informatie staat ook in de JSON bestanden, die informatie is waarschijnlijk leidend daarin. Het technisch hulpmiddel ontvangt een JSON bericht en zet op basis van de informatie in dat bericht het in het JSON bestand in het juiste mapje, is mijn verwachting. Kan door een fout een JSON bestand in het verkeerde mapje terecht komen? In theorie wel. Ik heb geen aanleiding om aan te nemen dat dat is gebeurd.
U geeft een voorbeeld van een mapnaam: [mapnaam] . U duidt daarin de IMEI, de IMSI en de datum van veiligstellen. Wat betekent x2 in deze naam?
x2 is meen ik de toestelversie, nl staat voor Nederland.’
Ook uit deze verklaring volgt dat met een voldoende mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat de ruwe data in beginsel betrouwbaar zijn en daarmee ook de daaruit blijkende koppelingen (tussen bijvoorbeeld het toestel en berichten).
Al het voorgaande leidt tot de conclusie dat de verdediging in enige mate beperkt is geweest in het onderzoeken van de ruwe data, doordat vanwege het Franse staatsgeheim nooit informatie is of kon worden verstrekt over de werking van de interceptietool en daarmee de precieze wijze waarop gegevens, afkomstig uit de gehackte EncroChat-telefoons, zijn gekoppeld en opgeslagen. Niettemin zijn er meer dan voldoende aanwijzingen zijn dat deze data betrouwbaar zijn. Dat leidt het hof af uit genoemde deskundigenrapportages, waarover de verdediging uiteraard ook de beschikking had. In eerste aanleg is de verdediging in de gelegenheid gesteld de getuige te ondervragen maar daarvan heeft de verdediging geen gebruik gemaakt. Overigens had de verdediging in dit opzicht geen andere positie dan de aanklagers, die evenmin over de ruwe data hebben beschikt. Concrete feiten en omstandigheden die tot een andere conclusie omtrent de betrouwbaarheid of tot nader onderzoek zouden moeten leiden zijn niet aangevoerd. De ruwe data hebben uiteindelijk ten grondslag gelegen aan de bronbestanden die door het NFI zijn onderzocht en inzichtelijk gemaakt. Deze methode van onderzoek kon door de verdediging wel gecontroleerd worden. Uit de bronbestanden heeft de politie het bewijsmateriaal geselecteerd dat in het dossier is opgenomen. Dat bewijsmateriaal heeft de verdediging ook (inhoudelijk) kunnen bestrijden, maar er is ten aanzien van de betekenis die aan de berichten kan worden toegekend geen inhoudelijk verweer gevoerd. Evenmin is aangevoerd dat er berichten ontbreken die een ander licht op de belastende betekenis van het bewijs werpen. De verdediging heeft enkel aangevoerd dat niet kan worden bewezen dat [verdachte] de gebruiker was van [EncroChat-account 1] .
Daarmee komt het hof tot het oordeel dat er geen reden is tot bewijsuitsluiting en het gebruik van het in het dossier opgenomen bewijs niet in strijd is met het recht van de verdachte op een eerlijk proces. [11] Het verweer wordt op al zijn onderdelen verworpen.
9.
Beoordeling van het bewijs [12]
8.1.
Feit 2 (medeplegen voorbereidingshandelingen)
Identificatie [verdachte]
In het proces-verbaal van bevindingen ‘Identificatie ‘ [EncroChat-account 1] ’- [verdachte] ’ [13] van 3 augustus 2020 zijn de feiten en omstandigheden opgesomd op grond waarvan de politie heeft geconcludeerd dat [verdachte] de gebruiker was van het EncroChat-account [EncroChat-account 1] @encrochat.com (hierna ook: ( [EncroChat-account 1] ). Dit proces-verbaal houdt samengevat het volgende in.
Het account [EncroChat-account 1] is gekoppeld aan IMEI-nummer [IMEI-nummer] , behorende bij een BQ cryptofoon. In de diverse contactenlijsten komt het account voor onder de namen: [naam 1] , [naam 2] , [bijnaam 8] en [naam 4] . [naam 4] is een bijnaam voor [verdachte] .
De gebruiker van het account heeft als wachtwoord ‘Amsterdam’ ingesteld. [verdachte] is geboren in Amsterdam.
Uit de historische telecomgegevens van het IMEI-nummer van [EncroChat-account 1] blijkt dat het eerste contact plaatsvond op 19 maart 2020 om 12.03 uur. Het laatste contact vond plaats op 13 juni 2020 om 13.18 uur. De meest frequent aangestraalde zendmast was de zendmast op de Kuiltjesweg 1 te Beekbergen. In de avond, nachtelijke en ochtenduren maakte de telefoon gebruik van de zendmast op de Kuiltjesweg 1 te Beekbergen. Naast de zendmast in Beekbergen maakte de telefoon voornamelijk gebruik van zendmasten in de omgeving van Apeldoorn.
De echtgenote van [verdachte] en een kind van [verdachte] staan ingeschreven op het adres [adres 3] . Ook [verdachte] stond eerder op dit adres ingeschreven en was destijds samen met zijn echtgenote betrokken bij paardenfokkerij [bedrijfsnaam 1] , gevestigd op het adres [adres 3] . De zendmast op de Kuiltjesweg te Beekbergen is gelegen in de directe omgeving van de [adres 3] .
[verdachte] maakte gebruik van telefoonnummer [telefoonnummer 1] . Zijn echtgenote, [naam 5] , maakte gebruik van het telefoonnummer [telefoonnummer 2] . Het telefoonnummer [telefoonnummer 1] van [verdachte] maakte in de periode van 27 januari 2020 t/m 27 juli 2020 het meeste gebruik van zendmast Kuiltjesweg 1 te Beekbergen, In de avond, nachtelijke en ochtenduren maakte de telefoon gebruik van de zendmast op de Kuiltjesweg 1 te Beekbergen. Op 20 mei 2020 stralen de telefoon van [EncroChat-account 1] en de telefoon van [naam 5] in de ochtend de zendmast aan de Kuiltjesweg in Beekbergen aan en in de middag specifiek rond hetzelfde tijdstip een zendmast in Emmer-Compascuum.
Verder is uit observaties gebleken dat op 8 juli 2020 een ontmoeting plaatsvond tussen [medeverdachte 3] en [verdachte] . [14] Op 13 juli 2020 vond op het terrein van Schimmel automaterialen in Andelst wederom een ontmoeting plaats tussen [medeverdachte 3] en [verdachte] . [15]
Het hof komt op grond van de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden, die, anders dan de verdediging tot uitgangspunt heeft genomen, in onderling verband en samenhang dienen te worden bezien, tot het oordeel dat de verdachte de gebruiker is geweest van het EncroChat-account [EncroChat-account 1] . Het hof zal hier in het navolgende van uitgaan. Het verweer, genoemd onder III en ook apart gevoerd, wordt verworpen.
Identificatie overige gebruikers
Uit de bewijsmiddelen blijkt verder, voor zover relevant, dat de medeverdachten de gebruikers waren van de volgende EncroChat-accounts. Bij sommige verdachten zijn ook aan hen toegekende ‘bijnamen’ opgenomen, zoals daarvan blijkt uit de ‘contactboeken’ of ‘gebruikersnamen’:
[medeverdachte 3] [16]
[EncroChat-account 2] @encrochat.com en [EncroChat-account 3] @encrochat.com
[bijnaam 1] , [bijnaam 2]
[medeverdachte 10] [17]
[EncroChat-account 4] @encrochat.com en [EncroChat-account 5] @encrochat.com
[medeverdachte 4] [18]
[EncroChat-account 6] @encrochat.com
[medeverdachte 5] [19]
[EncroChat-account 7] @encrochat.com
[bijnaam 3] [20]
[medeverdachte 7] [21]
[EncroChat-account 8] @enrochat.com
[medeverdachte 6] [22]
[EncroChat-account 9] @encrochat.com
[bijnaam 4]
[medeverdachte 2] [23]
[EncroChat-account 10] @encrochat.com
[medeverdachte 9] [24]
[EncroChat-account 11] @encrochat.com
[medeverdachte 12] [25]
[EncroChat-account 12] @encrochat.com
Telefoonnummers
Uit de bewijsmiddelen blijkt dat [medeverdachte 1] de gebruiker was van het telefoonnummer [telefoonnummer 3] . [26]
Niet geïdentificeerde verdachte
Uit het onderzoek blijkt dat [medeverdachte 3] in contact stond met een persoon die gebruik maakte van het EncroChat-account ‘ [EncroChat-account 13] ’ (hierna: [EncroChat-account 13] ). Hij verbleef zeer waarschijnlijk in Colombia en is niet geïdentificeerd.
Cocaïnelaboratorium Nijeveen
Op 7 augustus 2020 heeft de politie een inval gedaan bij [bedrijfsnaam 2] , gevestigd aan de [straat 1] 29 te Nijeveen. [medeverdachte 1] was de eigenaar van de stal. [27] [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij een stuk van zijn loods (het hof begrijpt: de overdekte manegebak) heeft verhuurd aan drie mannen voor € 3.500,00 per maand. Hij heeft verder verklaard dat er een persoon in een zwarte Volvo Stationcar kwam die de elektrische installatie en waterleiding moest bouwen. Deze persoon noemde zich [bijnaam 3] ( [medeverdachte 5] ). Er was ook nog een [bijnaam 4] ( [medeverdachte 6] ). [medeverdachte 1] had van [bijnaam 4] een klein zwart telefoontje gekregen met alleen het nummer van [bijnaam 4] erin, waarmee hij [bijnaam 4] belde als hij hem nodig had. Hij heeft voor [bijnaam 3] spullen gehaald en kreeg dan geld van [bijnaam 4] . [28]
In de overdekte manegebak is een werkend cocaïnelaboratorium aangetroffen. [29] In het cocaïnelaboratorium werden vijftien mannen aangehouden, waarvan er veertien de Colombiaanse nationaliteit hadden. Meerderen van hen hadden zwarte stof en de indruk van een masker op hun gezicht. [30] Het hof leidt hieruit af dat zij bezig waren met het bewerken en verwerken van cocaïne.
Door politieambtenaren van de Landelijke Faciliteit Ondersteuning Ontmantelen (hierna: LFO) is onderzoek gedaan naar het cocaïnelaboratorium. In de manegebak was een gedeelte met isolatiepanelen afgescheiden van de rest van de manegebak. In het afgescheiden gedeelte van 30 bij 26,5 meter werd een complete productielijn aangetroffen, waarin onversneden cocaïne werd teruggewonnen uit dragermateriaal. Het cocaïnelaboratorium was verdeeld in een aantal ruimtes: een extractieruimte, luchtbehandelingsruimte, zuiveringsruimte, opslagruimte, wasruimte, keuken, twee slaapkamers en een droogruimte. Er was capaciteit om 150 tot 200 kilo onversneden cocaïne per dag uit dragermateriaal te produceren met een straatwaarde van (destijds) 4,5 tot 6 miljoen euro. [31]
Genoemd dragermateriaal betrof steenkool met een teerachtig materiaal. In de opslagruimte werden vijf in stukken gesneden ‘big bags’ aangetroffen met restanten van een mengel van steenkoolachtig materiaal en plakkerig teerachtig materiaal. [32] [medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij kolen moest wassen, bij het water vloeistoffen werden gegooid en dat het uiteindelijk ‘coca’ werd. [33] [medeverdachte 2] zal met vloeistoffen chemicaliën bedoeld hebben. In het cocaïnelaboratorium zijn ook duizenden liters chemicaliën aangetroffen, waaronder hexaan. [34]
In het cocaïnelaboratorium is verder ongeveer 106 kilo cocaïnebase aangetroffen. [35] Ook werd er een tafel met daarop persmallen met logo’s, waaronder URUS, vervuild met restanten wit poeder, bevattende cocaïne, aangetroffen en een droogtafel met restanten wit poeder. [36]
Uit de bewijsmiddelen, zoals die hieronder nader zullen worden geduid, blijkt dat de organisatie achter dit cocaïnelaboratorium ook op andere plekken cocaïne produceerde, maar dat ze op zoek moesten naar een nieuwe locatie. Vervolgens werd een deel van de manage aan de [straat 1] 29 in Nijeveen van [medeverdachte 1] gehuurd. [37] Begin juni werd daar gestart met het opbouwen van het drugslaboratorium. Vanaf 28 juli 2020 werd gestart met het extraheren van cocaïne uit steenkool, hetgeen blijkt uit een afgeluisterd telefoongesprek van [medeverdachte 1] op 27 juli 2020. [38]
Observaties
Door middel van een camera is het terrein van de Egberdina Hoeve geobserveerd. Op 27 juli, 30 juli en 6 augustus 2020 is op dat terrein een vrachtwagen gezien van het merk Scania, met kenteken [kenteken 1] , met daaraan een oplegger, met kenteken [kenteken 2] , gekoppeld. [39] [medeverdachte 8] is de laatste twee dagen herkend als bestuurder van de vrachtwagen combinatie. [40]
Loods Apeldoorn
Op 30 juli 2020 reed genoemde Scania vrachtwagen vanaf het terrein van de manege naar een loods aan [straat 2] 13 in Apeldoorn. Deze loods werd vanaf 15 mei 2020 gehuurd door [medeverdachte 8] . [41] De vrachtwagen werd in de loods geparkeerd. Op 7 augustus 2020 vond ook in deze loods een doorzoeking plaats. Tijdens de doorzoeking werden onder andere, de vrachtwagen, vier doorzichtige containers voor de opslag en transport van vloeistoffen (zogenaamde IBC’s) en 82 big bags met een daarin een steenkoolachtig materiaal aangetroffen. In zeventien van de big bags werd naast het steenkoolachtige materiaal ook teerachtig materiaal aangetroffen [42] . Daarin is cocaïne aangetroffen. [43] De zestien nader onderzochte big bags wogen per stuk gemiddeld netto 1.350 kilo. De totale hoeveelheid cocaïne in deze zestien big bags wordt geschat op een gemiddelde van 663 kilo cocaïne. [44] Op een van de big bags die in de loods in Apeldoorn is aangetroffen zat een papiertje met de tekst ‘ [cijfer- en lettercombinatie 1] ’. [45]
Loods Elshout
Op 6 augustus 2020 reed genoemde Scania vrachtwagen vanaf het terrein van de manege naar een loods aan [adres 5] in Elshout. De vrachtwagen was daar omstreeks 16:51 uur en reed omstreeks 18:21 uur weer weg. Door het observatieteam werd opgemerkt dat het zeil van de vrachtwagen op de heenweg bol stond, alsof er lading tegenaan stond, maar bij vertrek was dat niet meer zo. De Scania vrachtwagen kwam omstreeks 19:50 uur aan bij de loods in Apeldoorn. [46] Op 7 augustus 2020 vond ook in de loods in Elshout een doorzoeking plaats. Er werd onder andere in beslag genomen:
  • 14 IBC’s (van 1000 liter) gevuld met vloeistof;
  • 6 IBC’s (van 1000 liter) gevuld met steenkool;
  • 176 lege 30-liter jerrycans met o.a. de opschriften ‘Hex’ en ‘Soda’.
Uit onderzoek van het NFI aan deze goederen blijkt dat verschillende oplosmiddelen zijn aangetroffen, zoals hexaan en MEK en dat deze lage concentraties cocaïne bevatten. Het betrof duizenden liters van deze oplosmiddelen. [47]
Invoer cocaïne
Uit gegevens van de Douane blijkt dat in 2019 en 2020 in totaal 63 containers met steenkool (‘bituminous coal’) door een bedrijf uit Medelin, Colombia, zijn verkocht aan het Nederlandse bedrijf [bedrijfsnaam 3] . De 63 containers werden in zes partijen geleverd. Op 18 maart 2020 is de zending met nummer [nummer 3] bestaande uit twintig containers, waaronder de genoemde container met nummer [nummer 1] , in de haven van Rotterdam aangekomen. [48]
De containers werden door Rotterdams Havenbedrijf (hierna: RHB) namens [bedrijfsnaam 3] in ontvangst genomen, opgeslagen en vervoerd. De containers werden vervoerd naar [bedrijfsnaam 4] in Boxtel, [bedrijfsnaam 5] in Heerde en [bedrijfsnaam 6] in Rotterdam. Door [bedrijfsnaam 5] zijn (een gedeelte van) de containers naar een boerderij aan het adres [adres 6] te Heerde vervoerd. [49] De container met nummer [nummer 1] is op 26 maart 2020 vervoerd naar [bedrijfsnaam 6] in Rotterdam, gelegen aan [adres 7] . [50]
Berichtenverkeer met betrekking tot de invoer, het vervoer en de opslag van de cocaïne
Op 18 maart 2020 vraagt [EncroChat-account 13] aan [EncroChat-account 6] ( [medeverdachte 4] ) of de papieren in orde zijn om op te halen. Ook schrijft [EncroChat-account 13] dat wanneer de dingen daar zijn opgehaald hij de informatie doorgeeft. Tevens schrijft hij dat zij deze keer de ‘big bags’ niet bij elkaar mogen doen. [51]
Op 19 maart 2020 schrijft [EncroChat-account 13] aan [EncroChat-account 6] ( [medeverdachte 4] ) dat vandaag 565.2 is afgeleverd en er nog een beetje geld ontbreekt. [EncroChat-account 13] vraagt hoe laat [medeverdachte 4] de informatie nodig heeft en zal een deel van het nummer van de doos sturen. [EncroChat-account 13] stuurt vervolgens de tekst ‘ [nummer 4] ’ naar [medeverdachte 4] en schrijft dat dit om het ‘eerste deel’ van ‘het nummer van de doos’ gaat. [52]
Tussenconclusie
Het hof stelt vast dat de letter/cijfercombinatie uit dit gesprek overeenkomt met de eerste letters en cijfers van de tekst op het papiertje dat is aangetroffen in de door [medeverdachte 8] gehuurde loods in Apeldoorn. Het hof leidt hieruit af dat voornoemde berichten zien op de invoer van cocaïne uit Colombia op 18 maart 2020 in containers met steenkool en dat in ieder geval een deel van deze steenkool in de loods in Apeldoorn terecht is gekomen. Uit de hiervoor en hierna genoemde feiten en omstandigheden leidt het hof verder af dat de in de loods in Apeldoorn aangetroffen steenkool daar ten behoeve van de productie in Nijeveen is opgeslagen.
Berichtenverkeer met betrekking tot de opslag van steenkool
In de periode van 27 maart tot en met 31 maart 2020 stuurt de gebruiker van EncroChat-account [EncroChat-account 14] berichten tussen hem en [EncroChat-account 1] ( [verdachte] ) door naar de gebruiker van EncroChat-account [EncroChat-account 15] . Daaruit blijkt dat [verdachte] geld voor hen moet regelen. Ze maken zich daar niet al te veel zorgen om, want ze hebben de steenkool en de controle. [EncroChat-account 14] schrijft op 30 maart 2020 aan [verdachte] wanneer hij het denkt af te ronden want de bakken moeten eruit, dat het niet zijn verantwoordelijkheid is en dat hij dacht dat het geld zou klaarliggen. [verdachte] schrijft op 31 maart 2020 dat de centen klaarliggen en stelt [EncroChat-account 14] voor elkaar vandaag te zien. [EncroChat-account 15] schrijft vervolgens aan [EncroChat-account 14] dat hij benieuwd is waar ze mee komen, het moet ‘1m 20K’ (het hof begrijpt: € 1.020.000,00) zijn. [EncroChat-account 14] stuurt vervolgens een foto naar [EncroChat-account 15] van een Bill of Lading met nummer [ladingnummer] , het nummer van de lading die op 18 maart 2020 is aangekomen en waarvan de container met nummer [nummer 1] deel uitmaakt, en een foto van een factuur van RHB met daarop dit Bill of Ladingnummer. [53]
Op 29 maart 2020 stuurt [EncroChat-account 12] ( [medeverdachte 12] ) berichten naar [EncroChat-account 4] ( [medeverdachte 10] ) waaruit blijkt dat [bijnaam 5] [54] (het hof begrijpt: [verdachte] ) geld van [bijnaam 1] ( [medeverdachte 3] ) krijgt (‘ [bijnaam 5] heeft nog niet 1 euro gehad mensen zijn op vertrouwen 2x doorgegaan maar niemand heeft wat gekregen’). [55] [medeverdachte 12] stuurt vervolgens berichten van [EncroChat-account 1] ( [verdachte] ) door naar [medeverdachte 10] waaruit blijkt dat de spullen nu aan de kant van [verdachte] staan en hij ( [medeverdachte 3] ) de mensen nu eerst moet gaan betalen, omdat de mensen zeggen dat anders niets weggaat. Hij ( [medeverdachte 3] ) heeft behalve de tp (het hof begrijpt: transportkosten) niets betaald. [medeverdachte 12] vraagt vervolgens aan [verdachte] : ‘Ok dus als 150 betaald is heeft die voir de eerste keer tp en werk betaald maar daar zit jij ook bij toch gap’. Waarop [verdachte] antwoordt dat hij niks krijgt van die mensen. Hij heeft hem ( [medeverdachte 3] ) rechtstreeks met die mensen aan de tafel gezet over de prijs en [bijnaam 1] ( [medeverdachte 3] ) moest voor hem ( [verdachte] ) zorgen. Hierna zegt [verdachte] dat die mensen centen willen en boos zijn, omdat hij ( [medeverdachte 3] ) van alles beloofd heeft en zijn woord erop gaf en niks nakomt. [56] Vervolgens vraagt [medeverdachte 12] hoeveel [verdachte] moet krijgen (‘Wat denk jij wat je moet krijgen gap gewoon eerlijk zeggen. Ik denk als die een miljoen zou geven dat die dan spekkoper is ook al is het in systeem gekomen, hij heeft zeker veel kosten en hij denkt mee, dus min jij 150 is normaal wat denk jij gap’). [verdachte] zegt vervolgens dat hij vindt dat hij meer dan 150.000 euro van [medeverdachte 3] moet krijgen, omdat hij veel voor hem heeft geregeld. (‘Nee. Heb nog meer geregeld voor hem gab. Loods voor ze chemie opslag met bewaking dag en nacht … Loods voor kool opslag nu ook geregeld. En via me vrienden allemaal... loodskool opslag heeft ook tp bij…’). [57]
In de periode tussen 1 april tot met 8 april 2020 vinden veel gesprekken plaats tussen [EncroChat-account 14] en [EncroChat-account 15] . [EncroChat-account 14] stuurt berichten tussen hem en [EncroChat-account 1] ( [verdachte] ) door naar [EncroChat-account 15] die gaan over de betalingen die via [verdachte] lopen en waaruit blijkt dat [verdachte] daar steeds maar niet mee over de brug komt. [58] Op 6 april 2020 schrijft [EncroChat-account 15] aan [EncroChat-account 14] dat het fijn zou zijn als er nu wat beweging bij hun komt want het spul staat al meer dan twee weken binnen. Op diezelfde dag stuurt [EncroChat-account 14] een bericht van [verdachte] naar [EncroChat-account 15] waarin [verdachte] laat weten dat hij nu 50k van gisteren heeft liggen, maar dat er een paar honderd k onderweg is, omdat er is verkocht. [verdachte] laat vervolgens in een bericht van 8 april 2020 weten dat het geen onwil, maar onmacht is en dat er elke keer wat zal komen. [EncroChat-account 14] begrijpt dit, maar ergert er zich aan dat er telkens wordt gezegd dat er iets onderweg is, maar er vervolgens niets komt. [59]
Op 1 april 2020 stuurt [EncroChat-account 3] ( [medeverdachte 3] ) een foto van een wilt blok met logo URUS [60] (het hof begrijpt een foto van een blok cocaïne) aan [EncroChat-account 4] ( [medeverdachte 10] ) met de tekst ‘Eerste 50 zijn gemaakt vandaag of mirgen komt weer 50’. [medeverdachte 3] moet zijn stukjes eerst verkopen om het bedrijf te betalen voor een nieuwe zending. Hij wordt gek van het gezeur. [medeverdachte 10] vraagt hoeveel [medeverdachte 3] ervoor wil hebben. [medeverdachte 3] wil 28, maar dat vindt [medeverdachte 10] te veel. [medeverdachte 10] mag het vervolgens voor 27 hebben. [medeverdachte 10] zegt dat hij het alvast gaat aanbieden, waarna [medeverdachte 3] zegt dat het geld dan meteen naar ‘ [bijnaam 8] ’ ( [verdachte] ) moet. Deze berichten stuurt [medeverdachte 10] door aan [EncroChat-account 12] ( [medeverdachte 12] ) . [61] Even later sturen [medeverdachte 10] en [medeverdachte 3] elkaar berichten over de kwaliteit van de cocaïne. [medeverdachte 10] is daar niet tevreden over. Het ziet er niet mooi uit en hij wil een andere stempel. [medeverdachte 3] zegt dat de geur en smaak top zijn. Uit het verdere gesprek volgt dat ‘ [bijnaam 6] ’ er 40 bij [medeverdachte 3] komt halen.
Op 1 april 2020 stuurt [EncroChat-account 12] ( [medeverdachte 12] ) een bericht van [EncroChat-account 1] ( [verdachte] ) naar ( [EncroChat-account 4] ) [medeverdachte 10] waaruit blijkt dat [bijnaam 1] ( [medeverdachte 3] ) tegen [verdachte] heeft gezegd dat hij stukjes aan de vriend van [EncroChat-account 12] (het hof begrijpt: [medeverdachte 10] ) heeft gegeven die een klant heeft en [verdachte] straks pap (geld) gaat geven. [medeverdachte 12] zegt vervolgens tegen [medeverdachte 10] dat [bijnaam 1] ( [medeverdachte 3] ) slim is en het doorschuift waardoor ‘ [bijnaam 5] ’ ( [verdachte] ) niet bij [bijnaam 1] ( [medeverdachte 3] ) kan klagen, want dan zegt hij dat [EncroChat-account 12] ( [medeverdachte 12] ) je pap (geld) heeft. [62] Uit de daaropvolgende berichten blijkt dat [medeverdachte 12] ontevreden is over de gang van zaken en de stukkies daarom terug wil geven. (‘ [bijnaam 5] moet die mensen betalen en nu zijn wij degene die zijn troep moeten opruimen’). [medeverdachte 10] ziet het een beetje als meehelpen. Als het niet lukt, dan lukt het niet, maar ze kunnen het proberen. Later stuurt [medeverdachte 10] naar [medeverdachte 12] dat hij net bij [bijnaam 1] ( [medeverdachte 3] ) was en dat deze een beetje boos was. [medeverdachte 3] vindt dat ‘ [bijnaam 7] ’ lekker niets zit te doen, maar geen idee heeft wat er allemaal speelt en makkelijk kan zeuren, terwijl hij ( [medeverdachte 3] ) er 1.2 miljoen eigen geld in heeft zitten. [medeverdachte 12] zegt vervolgens dat [medeverdachte 3] niet moet vergeten dat [bijnaam 5] ( [verdachte] ) hun man is en niet van [medeverdachte 3] en dat hij dus had kunnen zeggen ‘geef mij maar 100K of zo’. Dat hij [verdachte] rechtstreeks met hem heeft laten zitten betekent volgens [medeverdachte 12] niet dat hij ( [medeverdachte 12] ) niet de tussenpersoon is en als hij ( [medeverdachte 3] ) het zakelijk gaat bekijken, weet hij dat als er twee partijen bij elkaar worden gebracht dat die ene ook krijgt. [63]
Op 3 april 2020 stuurt [EncroChat-account 3] ( [medeverdachte 3] ) berichten van ( [EncroChat-account 1] ) [verdachte] door naar [medeverdachte 10] . In de berichten staat dat die van de kolen pissig zijn en zelf een laborant gaan halen als het niet geregeld wordt. [medeverdachte 3] heeft daarop aan [verdachte] geantwoord dat ze hun bek moeten houden, dat ze hun centen krijgen, dat hij net stukjes aan [bijnaam 7] heeft gegeven en dat ze anders blokken kunnen pakken. [medeverdachte 10] zegt tegen [medeverdachte 3] dat ze hun pap krijgen, dat ze onderpand hebben en dat ze zich niet druk moeten maken. [medeverdachte 3] zegt dat de verkoop moeilijk is. [medeverdachte 10] zegt dat het zeker goed komt en er 2,5 miljoen onderweg is. Hij moet wel nog 1,4 betalen voor Boli, maar als bij hem alles terug is neemt hij desnoods de stukkies over. [64]
Op 3 april 2020 stuurt [EncroChat-account 4] ( [medeverdachte 10] ) berichten van [EncroChat-account 3] ( [medeverdachte 3] ) aan hem door naar [EncroChat-account 12] ( [medeverdachte 12] ). In dat bericht zegt [medeverdachte 3] dat er blokken voor hen klaar liggen. Ook vraagt [medeverdachte 3] hoe URUS gaat, want hij begint het zat te worden met die flikkers. [65]
Op 4 april 2020 stuurt [EncroChat-account 4] ( [medeverdachte 10] ) aan [EncroChat-account 3] ( [medeverdachte 3] ) dat hij de 80K morgen alvast aan [bijnaam 5] ( [verdachte] ) geeft. Hierna zegt [medeverdachte 10] : ‘ [bijnaam 5] is [bijnaam 8] ’. [66]
Op 7 april 2020 stuurt [EncroChat-account 12] ( [medeverdachte 12] ) berichten van [EncroChat-account 1] ( [verdachte] ) door aan [EncroChat-account 4] ( [medeverdachte 10] ). [verdachte] laat in die berichten weten dat hij [bijnaam 1] ( [medeverdachte 3] ) aan de telefoon heeft gehad voor een loods die hij moet regelen. Ook zegt hij dat hij de man van de loods net gesproken heeft en de gegevens krijgt doorgestuurd. Uit de doorgestuurde berichten volgt dat [verdachte] geld aan [medeverdachte 3] heeft gevraagd omdat de jongens zitten te zeuren. [medeverdachte 3] zegt hierop tegen [verdachte] dat hij het aan [bijnaam 7] ( [medeverdachte 12] ) gaat vragen, dat hij de stukkies allang gegeven heeft, maar dat de verkoop erg rustig is. [medeverdachte 10] zegt hierop tegen [medeverdachte 12] dat er sowieso geld gaat komen, maar dat het even afwachten is wanneer. [67]
Op 8 april 2020 stuurt [EncroChat-account 12] ( [medeverdachte 12] ) opnieuw berichten van [EncroChat-account 1] ( [verdachte] ) door aan [EncroChat-account 4] ( [medeverdachte 10] ). [verdachte] zegt in deze berichten dat [bijnaam 1] ( [medeverdachte 3] ) veel beloftes heeft gedaan en zijn woord heeft gegeven. Het zou niet goed zijn als hij meegaat naar zijn contacten. Hij gaat zo nieuwe afspraken maken waar je bijzit. [verdachte] denkt [medeverdachte 3] deze week wel te zien, want hij moet de loods afwerken voor hem. Hij heeft een droom van een loods voor hem ( [medeverdachte 3] ) geregeld. Voor een normale huurprijs. Er gaat een transportbedrijfje in die op past en voor hen kan rijden. De tussenman wil alleen wat meelopen en gewoon betaald. [68]
Uit berichten op 9 april 2020 tussen [EncroChat-account 4] ( [medeverdachte 10] ) en [EncroChat-account 12] ( [medeverdachte 12] ) blijkt dat ze stukkies van [bijnaam 1] ( [medeverdachte 3] ) willen kopen, maar alleen als [medeverdachte 3] de prijs omlaag doet. Het is een gunst aan [medeverdachte 3] om hem te helpen, maar ze betalen [bijnaam 5] ( [verdachte] ) sowieso niet alles tot zij hun eigen stukkies ook helemaal hebben. Ze betalen [bijnaam 5] ( [verdachte] ) 25 stukkies als [bijnaam 1] ( [medeverdachte 3] ) nog niet de rest heeft gegeven. [69]
Op 9 april 2020 laat [EncroChat-account 4] ( [medeverdachte 10] ) aan [EncroChat-account 3] ( [medeverdachte 3] ) weten dat vanaf morgen zijn laatste stukkies weg zijn en dat hij dan in principe alles kan pakken. Vervolgens is er een gesprek over de prijs, die is gezakt, en iemand die er dit weekend 25 wil hebben. [medeverdachte 10] denkt dat de prijs over twee weken weer omhoog gaat, waarop [medeverdachte 3] laat weten dat als het bedrijf is betaald ze dat kunnen afwachten. [70]
Op 10 april stuurt ( [EncroChat-account 4] ) [medeverdachte 10] aan [EncroChat-account 12] ( [medeverdachte 12] ’) een foto met veel geld met de opmerking dat er weer pap onderweg is. [medeverdachte 12] stuurt berichten met [EncroChat-account 1] ( [verdachte] ) door aan [medeverdachte 10] . In een van de berichten staat dat hij ( [medeverdachte 12] ) nu 40 heeft en er een groot bedrag komt. [verdachte] zegt daarop dat hij ze meer had beloofd, waarop [medeverdachte 12] zegt dat hij zijn vriend is, maar buiten de afspraken met [bijnaam 1] ( [medeverdachte 3] ) staat en hij geen druk wil voelen en alleen probeert te helpen. [verdachte] reageert hierop dat er geen druk naar [medeverdachte 12] is, maar dat hij ( [verdachte] ) in een kut stress pakket zit en denkt dat er geen piek van [medeverdachte 3] afkomt. [medeverdachte 10] laat vervolgens weten dat hij zit te wachten op transport. Ze sturen naar [bijnaam 9] , [bijnaam 10] en [bijnaam 11] . Als ze dat hebben gedaan zijn ze weer leeg. [medeverdachte 12] reageert daarop met te zeggen dat als ze URUS in pap hebben er een restant van hen bij hen blijft. Ze gaan niet tegen [medeverdachte 3] zeggen dat ze zelf nodig hebben. De prijs moet eerst omlaag. [71]
Uit berichten tussen [EncroChat-account 15] en [EncroChat-account 14] van 9 juni 2020 volgt dat de kolen er nu 3,5 maand staan en dat nog steeds niet alles is betaald. Volgens [EncroChat-account 15] is de afspraak duidelijk: ‘Betalen dan pas de echte bakken vrij’. [72] Op diezelfde dag stuurt [EncroChat-account 14] berichten tussen hem en [EncroChat-account 1] ( [verdachte] ) door naar [EncroChat-account 15] . In de berichten laat [EncroChat-account 14] aan [verdachte] weten dat die zakken daar weg moeten. [verdachte] vraagt aan [EncroChat-account 14] of hij de zakken zonder handel morgen kan halen. [EncroChat-account 14] vraagt aan [verdachte] wanneer ze het nu kunnen afhandelen, ze kunnen wel blijven afspreken en blijven draaien maar er zal nou toch een keer afgerond moeten worden. [verdachte] laat [EncroChat-account 14] weten dat ze deze week alvast beginnen met het laden van de gewone vracht kolen. Ze gaan de boel een beetje opstarten en kunnen daarna doorpakken. [verdachte] vraagt of het laden in de omgeving van Rotterdam is. Op 10 juni 2020 laat [EncroChat-account 14] aan [verdachte] weten dat er 40 bakken in Rotterdam zijn en 8 bakken elders. [verdachte] zegt dat hij die middag met de vervoerder spreekt. Op 12 juni 2020 wijst [EncroChat-account 14] [verdachte] op het restant kolen en laat weten dat die bakken weg moeten, waarna [verdachte] zegt dat hij [EncroChat-account 14] de volgende dag wil zien. [73]
Tussenconclusie
Het hof leidt uit de berichten af dat [verdachte] tegen een betaling loodsen en transport voor [medeverdachte 3] regelt. Dit betreft loodsen voor de opslag van chemische middelen (chemie) en loodsen en transport voor de opslag van steenkool met cocaïne. [verdachte] heeft de loods geregeld voor de steenkool die op 18 maart 2020 uit Colombia is ingevoerd en waarvan in ieder geval een deel is aangetroffen in de loods in Apeldoorn. Deze steenkool was eerst opgeslagen in een loods waarbij [EncroChat-account 14] en [EncroChat-account 15] betrokken waren, hetgeen blijkt uit de door [EncroChat-account 14] aan [EncroChat-account 15] gestuurde Bill of lading, waarop het nummer staat dat ook op het papiertje staat dat in de loods in Apeldoorn is aangetroffen. [verdachte] moest voor de opslag en het transport van deze steenkool geld aan [EncroChat-account 14] en [EncroChat-account 15] betalen (1,2 K). Dit geld zou hij van [medeverdachte 3] krijgen, die had gezegd dat het geld klaar lag, maar [medeverdachte 3] had dit geld niet en kwam zijn afspraken niet na. Uit de verdere berichten leidt het hof af dat [medeverdachte 3] door hem geproduceerde cocaïne aan [medeverdachte 10] en [medeverdachte 12] wilde verkopen en van de opbrengst, via [verdachte] , [EncroChat-account 15] en [EncroChat-account 14] in delen wilde afbetalen. [verdachte] onderhield hierover contact met [medeverdachte 3] enerzijds en [medeverdachte 12] (die de berichten van [verdachte] weer doorstuurde naar [medeverdachte 10] ) anderzijds. [verdachte] fungeerde daarnaast dus ook als tussenpersoon.
Locatie Nijeveen
Uit berichten op 27 maart 2020 tussen [EncroChat-account 6] ( [medeverdachte 4] ) en [EncroChat-account 13] blijkt dat er pech is. [medeverdachte 4] laat weten dat ‘ [bijnaam 2] ’ ( [medeverdachte 3] ) en een vriend van hem een nieuwe plek hadden bemachtigd om te werken maar dat de jongens over twee weken moeten verhuizen. [bijnaam 2] ( [medeverdachte 3] ) heeft hem nu gezegd dat daar een ontploffing is geweest. [74] [medeverdachte 4] heeft die dag ook contact met [EncroChat-account 9] ( [medeverdachte 6] ). Hij schrijft: ‘Bij die nieuwe plek dikke ontploffing.’ [medeverdachte 6] schrijft: ‘Pff welke plek. Die bij veen.’ Waarop [medeverdachte 4] schrijft: ‘Die niuewe bij Zeeland’. [75]
Uit mediaberichten is gebleken dat op 27 maart 2020 in Poortvliet in Zeeland een drugslaboratorium is ontploft waarbij duizenden liters drugsafval zijn gevonden. [76]
Op 29 maart 2020 vinden chatberichten plaats tussen [EncroChat-account 2] @encrochat.com ( [medeverdachte 3] ) en [EncroChat-account 8] ( [medeverdachte 7] ) waarin [medeverdachte 3] laat weten: ‘Maay heb van deze boer dat we binnen twee weken eruit moeten. Hij zegt dat was de afspraak. (…) Maar we nieten nieuwe plek’ [medeverdachte 7] antwoordt dat het goed komt en hij een nieuwe plek gaat regelen. [77]
Op 6 april 2020 schrijft ( [EncroChat-account 3] ) [medeverdachte 3] aan [EncroChat-account 12] ( [medeverdachte 12] ) dat hij een nieuwe plek moet hebben, hij moet eruit van die boer en die andere is brand, ook weg. [medeverdachte 3] schrijft: ‘Maat goede boerderij is moeilijkste ik moet super plek hebben waar ze met 15 man kunnen werken. Dat alles makkelijk gaat.’ [medeverdachte 12] zal ook eens vragen voor ruimte. [78]
Op 28 mei 2020 bezoeken ( [EncroChat-account 3] ) [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 7] de manege in Nijeveen. [79] Diezelfde dag stuurt [EncroChat-account 8] ( [medeverdachte 7] ) een bericht dat hij bij de Colos is. De Colos willen 1 keuken, 1 droogruimte, 2 slaapkamers en 2 grote werk ruimtes. Er moet ook een kamer zijn voor een waterslot en afzuiging. [80]
Op 30 mei 2020 stuurt [EncroChat-account 11] ( [medeverdachte 9] ) informatie over [medeverdachte 3] uit systemen van de politie naar [EncroChat-account 3] ( [medeverdachte 3] ). Uit de politie informatie volgt dat [medeverdachte 3] in verband gebracht wordt met 45 gekoppelde onderzoeken, waarvan 20 lopende, die onder andere betrekking hebben op import uit Colombia, deelname aan criminele organisaties, productie en handel in harddrugs en liquidaties. [medeverdachte 3] reageert op de informatie met de opmerking dat [medeverdachte 9] het niet aan de boer moet laten zien. Hierna vraagt [medeverdachte 9] of [medeverdachte 3] al weet wanneer er bij de boer begonnen wordt. [medeverdachte 3] zegt dat de platen zijn besteld en ze snel aan de slag gaan als die er zijn (gas er op). [medeverdachte 9] vraagt vervolgens wanneer [medeverdachte 3] de collega ziet om alles financieel rond te maken. [medeverdachte 3] reageert hierop met te zeggen dat hij maandag geld (pap) stuurt. [81]
Op 5 juni 2020 zegt [EncroChat-account 3] ( [medeverdachte 3] ) tegen [EncroChat-account 1] ( [verdachte] ) dat hij moest opletten want ze hadden 45 onderzoeken op hem. Hij vertelt verder dat hij morgen de chauffeur stuurt, dat [verdachte] maar moet aangeven hoe en hoe laat en dat [verdachte] dan iedereen kan betalen. [medeverdachte 3] vraagt ook aan [verdachte] of hij iemand heeft die vertrouwd een ‘paardenwagen’ kan rijden. [verdachte] zegt dat hij alles en iedereen vertrouwd kan regelen, maar dat hij wel moet kunnen werken en daarvoor gereedschap/centen nodig heeft om iedereen aan de gang te houden. [82]
Op 6 juni 2020 stuurt [EncroChat-account 3] ( [medeverdachte 3] ) aan [EncroChat-account 1] ( [verdachte] ) twee afbeeldingen waarop de binnenkant van een manege is te zien. Dit zijn afbeeldingen van de manege in Nijeveen. [medeverdachte 3] laat [verdachte] weten dat hij al stenen heeft laten leggen en dat de panelen woensdag komen. Volgens [medeverdachte 3] wordt het een mooie fabriek. Het ‘enigste’ wat [medeverdachte 3] nodig heeft is een ‘paardenwagen’ en iemand van [verdachte] die om de paar dagen de spullen gaat ophalen. [medeverdachte 3] merkt op dat ze van Apeldoorn centraal zijn, waarop [verdachte] antwoordt dat dat klopt. [medeverdachte 3] laat weten dat hij volgende week hoopt te starten. [83]
Op 9 juni 2020 laat [EncroChat-account 3] ( [medeverdachte 3] ) aan [EncroChat-account 4] ( [medeverdachte 10] ) weten dat ze zijn begonnen met bouwen en dat hij echt geld nodig heeft. Hij heeft [bijnaam 7] ( [medeverdachte 12] ) een bericht gestuurd, maar die reageert niet. [medeverdachte 10] gaat kijken wat er volgende week komt en vraagt of [medeverdachte 3] ‘liquids’ nodig heeft. [medeverdachte 3] zegt dat hij die ook nodig heeft. [medeverdachte 10] zegt dat [medeverdachte 3] precies moet aangeven wat hij nodig heeft en dat zij daar dan voor zullen zorgen. [84]
Op 9 juni 2020 laat [EncroChat-account 3] ( [medeverdachte 3] ) aan [EncroChat-account 1] ( [verdachte] ) weten dat ze hard aan het werk zijn. Morgen worden de koelpanelen gezet en volgende week is het klaar. Dan gaan zijn mannen bouwen. Hij hoopt eind volgende week te starten. Ook vraagt hij aan [verdachte] hoe het met bedrijf 1 zit. De Colombianen vragen dat, want ze willen dat hij 10 nieuwe containers bestelt. [verdachte] laat weten dat hij voorbeelden heeft afgegeven aan [bijnaam 7] ( [medeverdachte 12] ) en dat hij zit te wachten op een prijs/bod. Daarna kan hij met die mannen gaan afhandelen over het laatste beetje en die zakken ophalen naar hun eigen loods. Ze zaten al te zeuren wanneer de zakken weggaan. Hij heeft [bijnaam 7] gisteren al gevraagd om gas te geven met die klant. Er staan nog 55 bakken. [85]
Uit chatberichten op 11 juni 2020 blijkt dat [EncroChat-account 3] ( [medeverdachte 3] ) en [EncroChat-account 1] ( [verdachte] ) afspreken elkaar in Den Bosch te ontmoeten op de [adres 8] . [verdachte] laat weten dat hij daar om 13.45 uur is. [86]
Op 12 juni 2020 vraagt [EncroChat-account 8] ( [medeverdachte 7] ) aan [EncroChat-account 3] ( [medeverdachte 3] ) of [medeverdachte 3] weet hoe hoog de heftruck is in verband met de hoogte van de deur. [medeverdachte 3] gaat het vragen. Even later geeft hij door dat 3,5/4 meter hoogte goed is voor de deur. [87]
Op 12 juni 2020 laat [EncroChat-account 11] ( [medeverdachte 9] ) aan [EncroChat-account 3] ( [medeverdachte 3] ) weten dat hij dit weekend bij de boer langs gaat met contracten. [medeverdachte 3] vraagt aan [medeverdachte 9] hoe hoog de heftruck is, zodat ze de deur kunnen aanpassen. [medeverdachte 9] zegt dat de heftruck weg was, maar dat ze bezig zijn een andere te zoeken. Hij gaat de boer bellen. Even later laat hij weten dat 3,5/4 meter hoogte goed is voor de deur. [88]
Tussenconclusie
Uit het voorgaande leidt het hof af dat [medeverdachte 3] op verschillende locaties cocaïne produceert en vanaf eind maart op zoek is naar een nieuwe locatie. In mei 2020 wordt de locatie in Nijeveen gevonden en vanaf begin juni 2020 wordt daar verbouwd. [medeverdachte 3] houdt [verdachte] hiervan op de hoogte. Uit de berichten volgt verder dat de Colombianen tien nieuwe containers met steenkool willen sturen, maar dat de kosten voor de opslag van een eerdere lading steenkool nog steeds niet volledig zijn betaald. [verdachte] is hier (nog steeds) mee bezig en heeft in dat verband voorbeelden cocaïne aan een klant van [medeverdachte 12] gegeven. [medeverdachte 12] moet de cocaïne snel verkopen, want dan kunnen ze de laatste (50) bakken ophalen. Als iedereen betaald heeft kunnen ze de laatste lading naar hun eigen loods (het hof begrijpt de loods in Apeldoorn) verplaatsen.
Vrachtwagen regelen
Op 12 juni 2020 stuurt [EncroChat-account 1] ( [verdachte] ) een bericht aan [EncroChat-account 3] ( [medeverdachte 3] ) waarin staat dat hij alles heeft geregeld: “Vrachtwagen….. in nieuwstaat....!! Trailer. in nieuwstaat....alles nieuwe apk. ten naam stelling rond....komt niet bij loods uit.... en zonder black box !!!!! Heb 35 k nodig gab !!! Liefs vanmiddag! (…) En top chauffeur erop !!!” [medeverdachte 3] vraagt hierna aan [verdachte] of er GPS op de vrachtwagen zit, waarop [verdachte] antwoordt dat het al geregeld is. Vervolgens vraagt [medeverdachte 3] waar hij het (geld) heen moet sturen. Een Marokkaan komt het brengen. Hierna spreekt [verdachte] rond 17:00 uur af met iemand die gebruik maakt van het EncroChat-account [EncroChat-account 16] . [EncroChat-account 16] bericht vervolgens om 17.19 uur aan [medeverdachte 3] dat hij het een half uur geleden heeft afgegeven. [89] Later die middag laat [EncroChat-account 1] ( [verdachte] ) [medeverdachte 3] weten: “Alles okeee gab gezien ! Morgen ochtend ophalen in friesland !!” . [90]
Op 12 juni 2020 om 12.29 uur vraagt [EncroChat-account 12] ( [medeverdachte 12] ) aan [EncroChat-account 1] ( [verdachte] ) of hij contact heeft gehad met [bijnaam 1] ( [medeverdachte 3] ). [EncroChat-account 1] ( [verdachte] ) laat hem vervolgens weten dat dit het geval is dat hij ( [medeverdachte 3] ) pap gaat sturen om een vrachtwagen te kopen. Op diezelfde dag laat [EncroChat-account 3] ( [medeverdachte 3] ) aan [EncroChat-account 4] ( [medeverdachte 10] ) weten dat hij een grote vrachtwagen heeft gekocht en dat [bijnaam 8] ( [verdachte] ) dat heeft geregeld. [91]
Op 13 juni 2020 heeft [bedrijfsnaam 7] een vrachtwagen merk Scania met kenteken [kenteken 1] gekocht voor een bedrag van € 15.125,-. Dit bedrag is contant door [medeverdachte 8] betaald, de (indirect) aandeelhouder van [bedrijfsnaam 7] . De oplegger met kenteken [kenteken 2] is op 17 juni 2020 opgehaald. Hiervoor is door [medeverdachte 8] euro 9.680,- contant betaald. De oplader is door [medeverdachte 8] opgehaald in Harlingen. [92]
Geregistreerde ritten
De tachograaf van de vrachtwagen met kenteken [kenteken 1] is onderzocht om zo de gereden routes van de vrachtwagencombinatie te kunnen herleiden. Uit dit onderzoek is gebleken dat in de periode van 18 juni 2020 tot en met het moment van inbeslagname van de vrachtwagencombinatie op 7 augustus 2020 maar één bestuurderskaart in de tachograaf heeft gezeten, namelijk de bestuurderskaart van [medeverdachte 8] . [93]
Op 9 juli 2020 registreert de tachograaf tussen 7.58 uur en 9.37 uur een rit vanaf het adres [adres 7] te Rotterdam naar [straat 2] in Apeldoorn. [94] Het adres [adres 7] te Rotterdam bevindt zich in de directe omgeving van vliegveld Rotterdam-The Hague Airport. [95] De telefoon [medeverdachte 8] met telefoonnummer [telefoonnummer 6] [96] maakte tussen 09.57 uur en 10.06 uur gebruik van een zendmast in de directe omgeving van het vliegveld Rotterdam-The Hague Airport. [97]
Op 10 juli 2020 registreert de tachograaf tussen 04.04 uur en 05.53 uur een rit vanaf [straat 2] te Apeldoorn naar de [straat 4] te Elshout. De telefoon van [medeverdachte 8] straalde om 06.01 uur een mast aan in Nieuwkuijk, nabij Elshout. Vervolgens registreert de tachograaf tussen 06.37 uur en 08.51 uur een rit vanaf de [straat 4] te Elshout naar de [straat 1] te Nijeveen. De telefoon van [medeverdachte 8] verplaatst zich naar het noorden, waarbij om 09.21 uur een mast in Nijeveen wordt aangestraald. [98] Tussen 12.21 uur en 13.50 uur registreert de tachograaf een rit vanaf de [straat 1] te Nijeveen naar [straat 2] te Apeldoorn. Om 14.25 uur maakt de telefoon van [medeverdachte 8] gebruik van een zendmast nabij het Raadsherenveld te Apeldoorn. Het Raadsherenveld te Apeldoorn ligt in de directe omgeving van [straat 2] te Apeldoorn. [99]
Op 20 juli 2020 registreert de tachograaf tussen 05.08 uur en 06.28 uur een rit vanaf het adres [adres 13] te Apeldoorn, het woonadres van [medeverdachte 8] , naar de [straat 4] te Elshout. Tussen 7.45 uur en 9.16 uur registreert de tachograaf een rit vanaf de [straat 4] te Elshout naar [straat 2] te Apeldoorn. De telefoon van [medeverdachte 8] maakt om 7.45 uur gebruik van een zendmast in Nieuwkuijk, nabij Elshout.
Op 21 juli 2020 registreert de tachograaf tussen 6.30 uur en 6.54 uur een rit vanaf [straat 2] te Apeldoorn naar de afrit/toerit Heerde-Zuid op de rijksweg A50. Hier registreert de tachograaf een aantal minuten stilstand. De telefoon [medeverdachte 8] maakt om 6.57 uur gebruik van een zendmast op de Kanaaldijk 11 te Heerde. De Kanaaldijk 11 te Heerde ligt hemelsbreed ongeveer 2,3 kilometer verwijderd van de afrit/toerit Heerde-Zuid op de rijksweg A50. Tussen 7.00 uur en 7.20 uur registreert de tachograaf een rit vanaf de afrit/toerit Heerde-Zuid op de rijksweg A50 naar [straat 2] te Apeldoorn. Om 08.12 uur had de telefoon [medeverdachte 8] contact met nummer [telefoonnummer 4] op naam van [naam 9] .
Op 27 juli 2020 registreert de tachograaf tussen 06.13 uur en 07.16 uur een rit vanaf [straat 2] te Apeldoorn. Tussen 06.38 en 07.08 uur wordt stilgestaan bij [adres 9] te Heerde waarna geregistreerd wordt dat de rit eindigt op de [adres 6] te Heerde. Tussen 07.20 uur en 08.20 uur registreert de tachograaf een rit vanaf de [adres 6] te Heerde naar de [straat 1] te Nijeveen. Uit camerabeelden van de [straat 1] blijkt dat de vrachtwagencombinatie om 8.17 uur het terrein van de manege oprijdt. Om 9.15 uur rijdt de vrachtwagencombinatie het terrein weer af. [100] Tussen 9.15 uur en 10.25 uur registreert de tachograaf een rit vanaf de [straat 1] te Nijeveen naar [straat 2] te Apeldoorn. Onderweg wordt een korte stop geregistreerd op het [adres 11] te Apeldoorn, het woonadres van [medeverdachte 8] . Op 27 juli 2020 tussen 07.03 uur en 07.37 uur straalde de telefoon van [medeverdachte 8] masten aan in Heerde en in Epe, nabij Heerde. Hierna verplaatste de telefoon zich naar het noorden totdat om 09.16 uur een mast in Nijeveen werd aangestraald.
Op 30 juli 2020 registreert de tachograaf tussen 06.15 uur en 07.13 uur een rit vanaf [straat 2] te Apeldoorn naar de [adres 6] te Heerde. Onderweg wordt een stop van ongeveer 24 minuten geregistreerd nabij het [adres 9] te Heerde. Op 30 juli 2020 verplaatste de telefoon van [medeverdachte 8] vanuit Apeldoorn naar het noorden totdat om 06.46 uur een mast aan de Vemderdwarsweg in Epe, nabij Heerde, werd aangestraald. Tot 07.46 bleef de telefoon daar. Tussen 07.37 uur en 08.33 uur registreert de tachograaf een rit vanaf de [adres 6] te Heerde naar de [straat 1] te Nijeveen. De telefoon van [medeverdachte 8] verplaatste zich naar het noorden totdat om 09.20 uur een mast in Onna, nabij Nijeveen, werd aangestraald. Op camerabeelden is te zien dat om 08.27 uur de vrachtwagencombinatie het terrein van de manege oprijdt en om 09.17 uur het terrein weer verlaat. [101] Tussen 09.16 uur en 10.21 uur registreert de tachograaf een rit vanaf de [straat 1] te Nijeveen naar [straat 2] te Apeldoorn. Om 10.19 uur rijdt de vrachtwagencombinatie de loods aan [adres 2] in Apeldoorn binnen.
Op 6 augustus 2020 tussen 05.03 uur en 06.14 uur registreert de tachograaf een rit vanaf [straat 2] te Apeldoorn naar de [straat 1] te Nijeveen. Op camerabeelden is te zien dat om 06.08 uur de vrachtwagencombinatie het terrein van de manege oprijdt en om 8.39 uur het terrein weer verlaat. [102] Tussen 16.43 uur en 19.54 uur registreert de tachograaf een rit vanaf de [straat 3] te Drunen naar [straat 2] te Apeldoorn. Onderweg wordt een stop geregistreerd tussen omstreeks 16.48 en 18.18 uur op de [straat 4] te Elshout. Tijdens een observatie wordt gezien dat de vrachtwagencombinatie tussen 16.48 uur en 16.50 uur achteruit tegen de loods gelegen aan de [adres 5] te Elshout wordt geparkeerd. [medeverdachte 8] stapt de vrachtwagen uit en gaat de loods binnen. Om 18.18 uur wordt gezien dat [medeverdachte 8] weer in de vrachtwagen stapt en wegrijdt. Om 19.51 uur wordt de vrachtwagen het pand aan [straat 2] in Apeldoorn binnen gereden.
Zoals hiervoor reeds is vastgesteld is [medeverdachte 8] tijdens observaties op 30 juli en 6 augustus 2020 herkend als bestuurder van de vrachtwagencombinatie.
Tussenconclusie
Uit het voorgaande leidt het hof het volgende af. In de door [medeverdachte 8] gehuurde loods in Apeldoorn werd het dragermateriaal ten behoeve van de productie van cocaïne in Nijeveen opgeslagen. Dit dragermateriaal is op 18 maart 2020 vanuit Colombia aangekomen in de haven van Rotterdam en is vervolgens (deels) opgeslagen bij [bedrijfsnaam 6] in Rotterdam. Met de door [verdachte] geregelde vrachtwagencombinatie is dit dragermateriaal vervolgens op 9 juli 2020 door de door [verdachte] geregelde chauffeur, [medeverdachte 8] , vanaf het adres [adres 7] te Rotterdam, waar het bedrijf [bedrijfsnaam 6] was gevestigd, naar de loods in Apeldoorn vervoerd en vanuit de loods in Apeldoorn is een deel van het dragermateriaal vervolgens bij de manege in Nijeveen afgeleverd. Ook heeft [medeverdachte 8] afval, afkomstig van de productie van cocaïne, naar de loods in Elshout gebracht. Overigens kan uit de tachograafschijf van de vrachtwagen, in samenhang bezien met de zendmastgegevens van de telefoon van [medeverdachte 8] , worden afgeleid dat [medeverdachte 8] niet alleen op 30 juli en 6 augustus de bestuurder van de vrachtwagencombinatie was maar dat hij veel vaker tussen de loods in Apeldoorn, de loods in Elshout en de manege in Nijeveen heen en weer reed alsook dat hij naar Heerde en Rotterdam reed. Ook in Heerde lagen uit Colombia afkomstige containers met steenkool opgeslagen.
Medeplegen
Het hof stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard wanneer is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking.
Ook wanneer het ten laste gelegde medeplegen in de kern niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering tijdens het begaan van het strafbare feit, maar uit gedragingen die doorgaans met medeplichtigheid in verband plegen te worden gebracht, kan sprake zijn van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking. De materiële en/of intellectuele bijdrage van de verdachte aan het strafbare feit zal dan van voldoende gewicht moeten zijn.
Bij de beoordeling of daaraan is voldaan, kan rekening worden gehouden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip.
Uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting leidt het hof met betrekking tot de betrokkenheid van verdachte bij het tenlastegelegde het volgende af.
[verdachte] heeft loodsen en transport geregeld ten behoeve van de productie van cocaïne. Hij deed dit voor (de organisatie van) [medeverdachte 3] en zou hiervoor van [medeverdachte 3] een vergoeding krijgen. Het betrof in ieder geval een loods voor de opslag van chemische middelen en een loods voor de opslag en transport van de steenkool met cocaïne die op 18 maart 2020 uit Colombia is ingevoerd. Vervolgens heeft [verdachte] (langdurig) inspanningen verricht om er voor te zorgen dat de kosten voor transport en de opslag van de steenkool betaald werden. Dit was mede van belang omdat de bakken pas werden vrijgegeven als er was betaald. Hij onderhield hierover contact met [medeverdachte 3] en contact met [medeverdachte 12] . Nadat de boerderij in Nijeveen als locatie voor een drugslaboratorium in zicht kwam heeft [verdachte] ervoor zorggedragen dat [EncroChat-account 14] en [EncroChat-account 15] werden betaald en dat de door hen opgeslagen steenkool met cocaïne verplaatst werd via de loods in Apeldoorn naar de manege in Nijeveen. Hij regelde hiervoor een chauffeur, [medeverdachte 8] , die een aantal keer per week zou gaan rijden, en via deze chauffeur een vrachtwagencombinatie. [medeverdachte 8] heeft de steenkool vervoerd vanaf de locaties waar de containers met steenkool vanuit de haven in Rotterdam waren afgeleverd naar de loods in Apeldoorn en vervolgens heeft hij de steenkool vanuit de loods in Apeldoorn naar de manege in Nijeveen gebracht. Ook vervoerde hij drugsaval vanuit het laboratorium in Nijeveen naar de loods in Elshout.
Het hof concludeert dat de bijdrage van [verdachte] bij de voorbereidingshandelingen van dusdanig wezenlijk gewicht is geweest dat sprake is van een gerichte nauwe en bewuste samenwerking met de overige personen die betrokken waren bij het plan om een cocaïnelaboratorium te exploiteren. Voor het produceren van cocaïne in het laboratorium in Nijeveen is het immers noodzakelijk dat het dragermateriaal (in dit geval steenkool met het teerachtige materiaal) op de boerderij aanwezig was en dat het drugsafval werd afgevoerd. [verdachte] heeft dat mogelijk gemaakt. Daarmee is sprake van medeplegen.
Dit leidt tot de conclusie dat feit 2 kan worden bewezen.
8.2
Feit 3 (deelnamen aan een criminele organisatie)
Juridisch kader
Artikel 11b van de Opiumwet is een specialis van artikel 140 Sr Pro. Dat betekent dat voor de betekenis van de bestanddelen van art. 11b Opiumwet aansluiting kan worden gezocht bij de rechtspraak van de Hoge Raad met betrekking tot art. 140 Sr Pro. Deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven is strafbaar gesteld in artikel 140 Sr Pro. Voor de beoordeling of een verdachte heeft deelgenomen aan een zogenoemde criminele organisatie gebruikt de rechter de volgende criteria (voor zover in deze strafzaak van belang).
Een ‘organisatie’ als bedoeld in artikel 140 Sr Pro is een samenwerkingsverband, met een zekere duurzaamheid en structuur, tussen de verdachte en ten minste één andere persoon.
Voor het bewijs van die ‘deelneming’ is nodig dat komt vast te staan dat de betrokkene behoort tot het samenwerkingsverband en een aandeel heeft in gedragingen – of gedragingen ondersteunt – die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie. Het is niet vereist dat vast komt te staan dat de betrokkene heeft samengewerkt, of bekend is, met alle andere personen die deel uitmaken van de organisatie. Ook is niet vereist dat de samenstelling van het samenwerkingsverband steeds dezelfde is. De deelneming moet voor de betrokkene op zichzelf worden beoordeeld. Voor ‘deelneming’ in de zin van artikel 140 Sr Pro is voldoende dat de betrokkene in zijn algemeenheid weet (in de zin van onvoorwaardelijk opzet) dat de organisatie het plegen van misdrijven tot oogmerk heeft. De betrokkene hoeft geen wetenschap te hebben van één of meer concrete misdrijven die door de organisatie worden beoogd.
Voor het bewijs gaat het erom dat de organisatie het ‘oogmerk’ heeft tot het plegen van misdrijven. Niet is vereist dat er daadwerkelijk misdrijven zijn gepleegd. Het oogmerk, of het doel, van de organisatie hoeft niet in de tenlastelegging nader te zijn omschreven, maar moet uit het bewijs blijken. Daarbij kan onder meer betekenis toekomen aan misdrijven die in het kader van de organisatie al zijn gepleegd, aan het meer duurzaam of gestructureerde karakter van de samenwerking – zoals dat kan blijken uit de onderlinge verdeling van werkzaamheden of onderlinge afstemming van activiteiten van deelnemers binnen de organisatie met het oog op het bereiken van het gemeenschappelijke doel van de organisatie – en, meer algemeen, aan de planmatigheid of stelselmatigheid van de met het oog op dit doel verrichte activiteiten van deelnemers binnen de organisatie.
Conclusie
Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt, samengevat, dat [verdachte] al langere tijd betrokken was bij een organisatie die zich bezig hield met de invoer van in dragermateriaal verwerkte cocaïne, het terugwinnen van die cocaïne en de verdere verwerking en verkoop daarvan. [verdachte] werkte daarbij nauw samen met onder andere [medeverdachte 3] en onbekend gebleven derden. Hij regelde loodsen voor de opslag van dragermateriaal en chemische middelen en was verantwoordelijk voor de betalingen. Hij onderhield in dat verband contacten met enerzijds de personen die het dragermateriaal opgeslagen hadden ( [EncroChat-account 14] en [EncroChat-account 15] ) en de personen die verantwoordelijk waren voor de productie van de cocaïne (onder andere [medeverdachte 3] ). Ook onderhield hij contact met de afnemer van de cocaïne ( [medeverdachte 12] ), zodat met de opbrengst van de cocaïne de personen die het dragermateriaal hadden opgeslagen betaald konden worden. Verder regelde hij een vrachtwagencombinatie en een chauffeur ( [medeverdachte 8] ) voor het vervoer van dragermateriaal en afvalmiddelen van en naar de boerderij in Nijeveen. Op grond hiervan kan worden bewezen dat [verdachte] deel uitmaakte van een criminele organisatie die tot oogmerk had het plegen van Opiumwetmisdrijven.

9.Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
2.
hij in de periode van 1 maart 2020 tot en met 7 augustus 2020 te Nijeveen en Apeldoorn en Elshout, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of vervaardigen van een stof bevattende cocaïne, voor te bereiden en te bevorderen,
- zich en een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van die feiten heeft getracht te verschaffen en
- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen en/of gelden of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en zijn mededaders wisten of ernstige redenen hadden om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van die feiten,
immers heeft hij tezamen en in vereniging met zijn mededaders, toen aldaar
- overleg gevoerd en/of afspraken gemaakt en/of inlichtingen uitgewisseld en/of geld geregeld over/voor het zoeken van een geschikte locatie voor de bewerking of verwerking van cocaïne en/of
- één of meer locaties bestemd voor de bewerking of verwerking van cocaïne en/of de opslag van het dragermateriaal en/of het afval van het bewerkings- en/of verwerkingsproces van cocaïne gezocht en/of ter beschikking gesteld en
- een vervoermiddel, bestemd voor het transport van apparatuur en/of cocaïne bevattende grondstoffen en/of chemicaliën en/of andere voorwerpen en/of afval afkomstig van de bewerking en/of verwerking van cocaïne, geregeld en/of voorhanden gehad.
3.
hij in de periode van 1 januari 2020 tot en met 7 augustus 2020 in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten het opzettelijk bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren, vervaardigen en binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van cocaïne.
Hetgeen onder 2 en 3 meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

10.Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 2 en 3 bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:
medeplegen van om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te
bereiden of te bevorderen door, zich of een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het
plegen van dat feit trachten te verschaffen en voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden of
andere betaalmiddelen voorhanden te hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het
plegen van dat feit.
Het onder 3 bewezenverklaarde levert op:
deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 10, vierde en vijfde lid, van de Opiumwet.

11.Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het onder 2 en 3 bewezenverklaarde uitsluit.

12.Oplegging van straf

De rechtbank heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 2 en 3 bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren met aftrek van voorarrest.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte ten aanzien van het onder 2 en 3 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als in eerste aanleg is opgelegd. Bij de eis heeft de advocaat-generaal rekening gehouden met de opgelegde straffen in de zaken van medeverdachten. Bij het bepalen van de duur van de gevangenisstraf heeft de advocaat-generaal ook het tijdsverloop en de overschrijding van de redelijke termijn in acht genomen.
De raadsman heeft primair integrale vrijspraak bepleit en geen (subsidiaire) opmerkingen gemaakt ten aanzien van de straf.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan voorbereidingshandelingen voor de exploitatie van een cocaïnelaboratorium dat is opgezet en in werking is gesteld in een manege bij een boerderij in Nijeveen en deelneming aan een criminele organisatie gericht op de productie van cocaïne. In een afgescheiden deel van de manegebak in Nijeveen bevond zich een complete productielijn, waarbij onversneden cocaïne werd teruggewonnen uit dragermateriaal. De politie heeft onder andere duizenden liters chemicaliën, 106 kilo cocaïnebase en persmallen met logo’s en een droogtafel met restanten wit poeder aangetroffen. De capaciteit van het laboratorium betrof 150 tot 200 kilo per dag met een straatwaarde van (destijds) 4,5 tot 6 miljoen euro per dag. Volgens de politie betreft dit het (destijds) grootste cocaïnelaboratorium dat ooit in Nederland is aangetroffen. De verdachte was al langere tijd betrokken bij de productie van cocaïne. Tegen betaling regelde hij loodsen voor de opslag van chemische middelen en loodsen en transport voor de opslag van steenkool met cocaïne. Hij heeft (langdurig) inspanningen verricht om ervoor te zorgen dat de kosten daarvan werden betaald en onderhield nauw contact met personen die voor de productie en opslag verantwoordelijk waren en met de afnemer(s) van de cocaïne. Ook regelde de verdachte een vrachtwagencombinatie met chauffeur die steenkool vanaf verschillende opslagplaatsen via de loods in Apeldoorn naar het cocaïnelaboratorium in Nijeveen heeft vervoerd en drugsafval uit Nijeveen heeft afgevoerd naar de loods in Elshout.
Het is algemeen bekend dat verdovende middelen schade toebrengen aan de gezondheid van gebruikers van deze middelen en vaak gaat de productie en verkoop van verdovende middelen gepaard met ernstige vormen van criminaliteit. Daarnaast bestaat er gevaar voor ontploffingen en brand die kunnen ontstaan bij het ondeskundig opslaan en bewerken van chemicaliën in een illegaal drugslaboratorium. Bovendien schuilt in de productie van harddrugs ook direct gevaar voor schade aan het milieu, veroorzaakt door illegale dumpingen van vrijkomende chemische afvalstoffen in de natuur.
Op feiten van deze orde kan slechts worden gereageerd met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van langere duur. Bij het bepalen van de precieze duur van de gevangenisstraf heeft het hof gelet op de straffen die in soortgelijke gevallen plegen te worden opgelegd, de rol van de verdachte en de straffen die in de zaken van medeverdachten zijn opgelegd. Het hof acht de door de rechtbank opgelegde en door de advocaat-generaal geëiste onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren in beginsel passend.
In het voordeel van de verdachte heeft het hof rekening gehouden met het feit dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM in hoger beroep is overschreden. Namens de verdachte is op 28 maart 2022 hoger beroep ingesteld. De zaak is in hoger beroep afgerond met een eindbeslissing op 26 juni 2026. Dat betekent dat de redelijke termijn in hoger beroep met 2 jaar en bijna 3 maanden is overschreden. Het hof zal deze overschrijding van de redelijke termijn verdisconteren in de strafmaat, in die zin dat de op te leggen gevangenisstraf met 4 maanden zal worden gematigd.
Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf voor de duur van 32 maanden met aftrek van voorarrest passend en geboden.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de veroordeelde in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire Pro beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek Pro van Strafvordering, aan de orde is.

13.Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 10a en 11b van de Opiumwet en de artikelen 47, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht.

14.BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 1 tenlastegelegde.
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 2 en 3 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
32 (tweeëndertig) maanden.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. N.E. Kwak, mr. J. Piena en mr. V.J.M. Goldschmeding, in tegenwoordigheid van mr. C.T. Snellenberg, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 26 juni 2026.
[…]

Voetnoten

1.Zie bijvoorbeeld recent ECLI:NL:HR:2026:650, r.o. 2.2 en 3.4.
2.Het hof gebruikt hier de term brondata, omdat het NFI deze term gebruikt voor de data die in het forensische onderzoeksysteem Hansken is geladen en de bron vormt voor daaruit verkregen bewijs, zoals gepresenteerd in door de politie opgemaakte processen-verbaal van bevindingen.
3.Rockdale 2, Algemeen dossier, proces-verbaal van bevindingen ‘gebruik data 26Lemont’, pag. 203-204.
4.ECLI:NL:HR:2023:913, r.o. 6.6.
5.Zie daarvoor ook het in voetnoot 9 genoemde rapport van het NFI.
6.ECLI:CE:ECHR:2023:0926JUD001566920
7.NFI rapport ‘Sporenbeschrijving van EncroChat uit de 26Lemont gegevens in Hansken’ van 17 maart 2021 zoals (o.a.) opgenomen in de (afzonderlijke gevoegde) Binder 26Lemont, pag. 156 ev. Deze binder is – niet doorgenummerd – aan het dossier toegevoegd.
8.Vgl. ECLI:NL:RBROT:2022:2805, r.o. 6.2.3.
9.NFI rapport ‘Onderzoek naar volledigheid en correctheid van Encrochatberichten verzameld met een technisch hulpmiddel’ van 25 januari 2021, zoals (o.a.) opgenomen in de (afzonderlijke gevoegde) Binder 26Lemont, pag. 140 ev.
10.Proces-verbaal van verhoor, opgemaakt door de rechter-commissaris, van ‘getuige-deskundige NFI [nummer 2] ’ van 29 oktober 2021, niet doorgenummerd.
11.Vgl. ECLI:NL:HR:2024:192, r.o. 6.2.3.
12.Het bewijs dat de verdachte de bewezenverklaarde feiten heeft gepleegd is gegrond op de feiten en omstandigheden, zoals daarvan blijkt uit de bewijsmiddelen. Deze redengevende feiten en omstandigheden zijn zo nauwkeurig, maar omwille van de leesbaarheid ook zo kort mogelijk opgenomen in de bewijsoverwegingen. In voetnoten wordt verwezen naar de bewijsmiddelen. Dat zijn, tenzij anders vermeld, telkens in de wettelijk vorm opgemaakte processen-verbaal. Een (groot) aantal keren heeft het hof, na controle van de daaraan ten grondslag liggende processen-verbaal of geschriften, uit overwegingen van efficiënte verwezen naar een proces-verbaal van relaas. Het hof heeft voor het gebruik van voetnoten gekozen, omdat de uit het politieonderzoek blijkende feiten en omstandigheden niet door de verdachte zijn bestreden.
13.Rockdale 2 Algemeen dossier, Proces-verbaal identificatie ‘ [EncroChat-account 1] ’ als [verdachte] van 3 augustus 2020, pag. 100-106.
14.Rockdale 2 ZD Manege, deel 2, Proces-verbaal van observatie woensdag 8 juli 2020 van 8 juli 2020, pag. 1437-1442.
15.Rockdale 1 ZD Manege, bijlage 1, Proces-verbaal observeren maandag 13 juli 2020 van 23 juli 2020, pag. 463 – 468.
16.Rockdale 2 AD Proces-verbaal van identificatie [EncroChat-account 3] als [medeverdachte 3] ’ van 9 juli 2020, pag. 61-72.
17.Rockdale 2 AD Proces-verbaal van identificatie [EncroChat-account 4] en [EncroChat-account 5] als [medeverdachte 10] van 20 oktober 2020, pag. 117-120.
18.Rockdale 2 AD Proces-verbaal van identificatie [EncroChat-account 6] als [medeverdachte 4] van 22 juli 2020 pag. 79-81.
19.Rockdale 2 AD Proces-verbaal van identificatie [EncroChat-account 7] als [medeverdachte 5] van 17 juli 2020, pag. 91-94.
20.Rockdale 2 AD Proces-verbaal van bevindingen [medeverdachte 5] is [bijnaam 3] van 22 januari 2021, pag. 223-225.
21.Rockdale 2 AD Proces-verbaal van identificatie [EncroChat-account 8] als [medeverdachte 7] van 9 juli 2020, pag. 95-99.
22.Rockdale 2 AD Proces-verbaal van identificatie [EncroChat-account 9] als [medeverdachte 6] van 23 juli 2020, pag. 88-90.
23.Rockdale 2 AD Proces-verbaal van identificatie [EncroChat-account 10] als [medeverdachte 2] , pag. 127-132.
24.Rockdale 2 AD Proces-verbaal van identificatie [EncroChat-account 11] als [medeverdachte 9] van 21 juli 2020, pag. 107-109.
25.Rockdale 2 ZD Manege, deel 4, Proces-verbaal identiteit gebruiker [EncroChat-account 12] @encrochat.com / [medeverdachte 12] van 17 augustus 2020, pag. 2339 – 2340.
26.Rockdale 2 Algemeen Dossier, Proces-verbaal van bevindingen ‘Identificatie gebruiker [telefoonnummer 5] ’ van 21 juli 2020, pag. 137-138.
27.Rockdale 2 ZD Manege, proces-verbaal van relaas van 27 april 2021 (kopje KvK en kadaster [bedrijfsnaam 2] ), pag. 17 en 18.
28.ZD Nijeveen 02, Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] van 20 augustus 2020, pag. 537-540.
29.Rockdale 2 ZD Manege, proces-verbaal van relaas van 27 april 2021 (kopje Binnentreden en aanhouding [adres 12] Nijeveen), pag. 19.
30.Rockdale 2 ZD Manege, proces-verbaal van relaas van 27 april 2021 (kopje Binnentreden en aanhouding [adres 12] Nijeveen), pag. 19.
31.Rockdale 2 ZD Manege, proces-verbaal van relaas van 27 april 2021 (kopjes Omschrijving cocaïnelaboratorium/wasserij en Situatietekening cocaïnelaboratorium/wasserij), pag. 19 en 20.
32.Rockdale 2 ZD Manege, deel 1, Proces-verbaal LFO 1e bevindingen van 19 augustus 2020, pag. 1141.
33.Rockdale 1 ZD Manege, bijlage 1, Proces-verbaal van verhoor verdachte A. [medeverdachte 2] van 3 september 2020, pag. 442 - 446.
34.Rockdale 2 ZD Manege, proces-verbaal van relaas van 27 april 2021 (kopje NFI rapportage [adres 12] te Nijeveen), pag. 22.
35.Rockdale 2 ZD Manege Proces-verbaal van relaas d.d. 27 april 2021 (kopje NFI rapportage [adres 12] te Nijeveen), pag. 22.
36.Rockdale 2, ZD Manege, Proces-verbaal LFO 1e bevindingen van 19 augustus 2020, pag. 1138 en een geschrift, te weten een NFI-rapport ‘Drugsonderzoek aan materialen aangetroffen op 7 augustus 2020 op de locatie [adres 12] te Nijeveen’ d.d. 10 augustus 2020, bijlage bij Proces-verbaal LFO 1ste bevindingen, pag. 1148.
37.Rockdale 2 ZD Manege, proces-verbaal van relaas van 27 april 2021 (kopje Hoofdstuk 02- Huur), pag. 22.
38.ZD Nijenveen 02, een geschrift, te weten een schriftelijke weergave van een telefoongesprek tussen [naam 10] en [medeverdachte 1] d.d. 27 juli 2020, pag. 578.
39.Rockdale 2 ZD Manege, proces-verbaal van relaas d.d. 27 april 2021, pag. 18 en 19, bovenaan.
40.Rockdale 1 ZD Manege, bijlage 2, Proces-verbaal observeren donderdag 30 juli 2020 inclusief bijlage van 21 augustus 2020, pag. 583 en Rockdale 2 ZD manege, deel 3, Proces-verbaal van herkenning van 5 januari 2021, pag. 2063 (30 juli) en Rockdale 2 ZD Manege, proces-verbaal van relaas d.d. 27 april 2021, pag. 112 bovenaan (6 augustus).
41.ZD Apeldoorn, Proces-verbaal van relaas van 5 januari 2021, pag. 10.
42.Rockdale 2 ZD Manege, proces-verbaal van relaas d.d. 27 april 2021, pag. 23.
43.ZD Apeldoorn, Proces-verbaal van bevindingen LFO van 20 augustus 2020, pag. 170 – 173 en een geschrift, te weten een Onderzoekcertificaat van het NFI van 11 december 2020, pag. 226 - 227.
44.ZD Apeldoorn, Geschrift, te weten een Onderzoekscertificaat van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) van 11 december 2020, p. 226-227 en ZD Apeldoorn 23 aanv., een geschrift, te weten een Onderzoekscertificaat van het NFI van 20 april 2021, p. 480-481.
45.ZD Carbon, Proces-verbaal van bevindingen aantreffen briefjes op BigBags van 9 december 2020, pag. 445 - 446.
46.Rockdale 2 ZD Manege, Proces-verbaal van relaas van 27 april 2021 (kopje Observatie donderdag 6 augustus 2020 op de Scania vvk [kenteken 1] ), pag. 18 en 19.
47.Rockdale 2 ZD Manege, Proces-verbaal van relaas van 27 april 2021 (kopje Zaaksdossier Elshout), pag. 24 en 25.
48.ZD Carbon, Proces-verbaal van bevindingen ontvangst gevorderde gegevens Douane van 25 september 2020, pag. 2.
49.ZD Carbon, Proces-verbaal verstrekking gevorderde gegevens van 11 januari 2021, pag. 150.
50.ZD Carbon, Proces-verbaal gevorderde gegevens van 21 januari 2021, pag. 38.
51.Rockdale 2 ZD Manege deel 4, Proces-verbaal van bevindingen encrochat containernummer van 29 januari 2021, pag. 2309.
52.Rockdale 2 ZD Manege, deel 4, Proces-verbaal van bevindingen encrochat containernummer van 29 januari 2021, pag. 2309 - 2310.
53.ZD Carbon, Proces-verbaal van bevindingen Encrochat-berichten over afhandelen steenkool van 6 december 2020, p. 194 t/m 200.
54.Zie voetnoot 66 ( [bijnaam 5] = [bijnaam 8] ).
55.Rockdale 1 ZD Manege, bijlage 1, Proces-verbaal van bevindingen analyse chatberichten [medeverdachte 10] , pag. 326.
56.Rockdale 1 ZD Manege, bijlage 1, Proces-verbaal van bevindingen analyse chatberichten [medeverdachte 10] , pag. 328 en 329.
57.Rockdale 1 ZD Manege, bijlage 1, Proces-verbaal van bevindingen analyse chatberichten [medeverdachte 10] ,
58.ZD Carbon, Proces-verbaal van bevindingen Encrochat-berichten over afhandelen steenkool van 8 december 2020, pag. 200 – 212.
59.ZD Carbon, Proces-verbaal van bevindingen Encrochat-berichten over afhandelen steenkool van 8 december 2020, pag. 207.
60.ZD Zweden, Proces-verbaal van bevindingen encrochat tussen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 10] van 21 januari 2021, pag. 79.
61.Rockdale 1 ZD Manege, bijlage 1, Proces-verbaal van bevindingen analyse chatberichten [medeverdachte 10] , pag. 335-338.
62.Rockdale 1 ZD Manege, bijlage 1, Proces-verbaal van bevindingen analyse chatberichten [medeverdachte 10] , pag. 338-339.
63.Rockdale 1 ZD Manege Bijlage 1, Proces-verbaal van bevindingen analyse chatberichten [medeverdachte 10] , pag. 341 en Rockdale 2, ZD Manege, proces-verbaal van relaas van 27 april 2021, p. 68.
64.Rockdale 1 ZD Manege, bijlage 1, Proces-verbaal van bevindingen analyse chatberichten [medeverdachte 10] , pag. 224 – 225.
65.Rockdale 1 ZD Manege, bijlage 1, Proces-verbaal van bevindingen analyse chatberichten [medeverdachte 10] , pag. 342.
66.Rockdale 2 ZD Manege bijlage 4, Proces-verbaal van bevindingen rol van [verdachte] , pag. 2320.
67.Rockdale 1 ZD Manege, bijlage 1, Proces-verbaal van bevindingen analyse chatberichten [medeverdachte 10] , pag. 343 - 344.
68.Rockdale 1 ZD Manege, bijlage 1, Proces-verbaal van bevindingen analyse chatberichten [medeverdachte 10] , pag. 344.
69.Rockdale 1 ZD Manege, bijlage 1, Proces-verbaal van bevindingen analyse chatberichten [medeverdachte 10] ,, pag. 346.
70.Rockdale 1 ZD Manege, bijlage 1, Proces-verbaal van bevindingen analyse chatberichten [medeverdachte 3] . pag 225 - 226.
71.Rockdale 1 ZD Manege, bijlage 1, Proces-verbaal van bevindingen analyse chatberichten [medeverdachte 10] , pag. 347 -349.
72.ZD Carbon, Proces-verbaal van bevindingen Encrochat-berichten over afhandelen steenkool van 6 december 2020, pag. 215 en 216.
73.ZD Carbon, Proces-verbaal van bevindingen Encrochat-berichten over afhandelen steenkool van 6 december 2020, pag. 218 en 219.
74.Rockdale 2 ZD Manege, deel 1, Proces-verbaal encrochat betrokkenheid [EncroChat-account 13] en [medeverdachte 4] , pag. 1101.
75.Rockdale 1 ZD Manege, bijlage 1, Proces-verbaal van bevindingen ten aanzien van betrokkenheid Encrochat gebruikers met een locatie in Kwintsheul en Poortvliet, pag. 210.
76.Rockdale 1 ZD Manege, bijlage 1, Proces-verbaal van bevindingen ten aanzien van betrokkenheid Encrochat gebruikers met een locatie in Kwintsheul en Poortvliet, p. 210. Zie ook Rockdale 1 ZD Manege, bijlage 1, proces-ven bevindingen analyse chatberichten van [medeverdachte 3] , pag. 215.
77.Rockdale 1 ZD Manege, bijlage 1, Proces-verbaal van bevindingen analyse chatberichten van [medeverdachte 3] , pag. 216.
78.Rockdale 1 ZD Manege, bijlage 1, Proces-verbaal van bevindingen analyse chatberichten van [medeverdachte 3] , pag. 232.
79.Rockdale 1 ZD Manege, bijlage 1, Proces-verbaal van verdenking van [medeverdachte 7] , pag. 381.
80.Rockdale 1 ZD Manege, bijlage 1, Proces-verbaal van bevindingen [medeverdachte 5] , pag. 46 – 48.
81.PD [medeverdachte 9] , Proces-verbaal van bevindingen [EncroChat-account 3] is [medeverdachte 3] , pag. 11 t/m 22.
82.Rockdale 1 ZD Manege bijlage 1, Proces-verbaal van bevindingen analyse chatberichten van [medeverdachte 3] , pag. 260 en 261.
83.Rockdale 1 ZD Manege bijlage 1, Proces-verbaal van bevindingen analyse chatberichten van [medeverdachte 3] , pag. 261 en 262.
84.Rockdale 1 ZD Manege bijlage 1, Proces-verbaal van bevindingen analyse chatberichten van [medeverdachte 3] , pag. 259.
85.Rockdale 1 ZD Manege bijlage 1, Proces-verbaal van bevindingen analyse chatberichten van [medeverdachte 3] , pag. pag. 262.
86.Rockdale 2, ZD Manege, deel 2, Proces-verbaal van bevindingen ten aanzien van encrochat gebruiker " [EncroChat-account 16] " ( [medeverdachte 11] ), pag. 1426.
87.Rockdale 1 ZD Manege bijlage 1, Proces-verbaal van bevindingen analyse chatberichten van [medeverdachte 3] , pag. pag. 251.
88.Rockdale ZD Manege bijlage 1, Proces-verbaal van bevindingen analyse chatberichten van [medeverdachte 3] , pag. 260.
89.Rockdale 2 ZD Manege deel 1. proces-verbaal van bevindingen Bevindingen ten aanzien van encrochat gebruiker ‘ [EncroChat-account 16] ’ ( [medeverdachte 11] ) van 29 oktober 2020, pag. 1427 en 1428.
90.Rockdale 1 ZD Manege bijlage 1, Proces-verbaal van bevindingen analyse chatberichten van [medeverdachte 3] , pag. 263.
91.Rockdale 2, PD [verdachte] , proces-verbaal van bevindingen Gebruiker imei-nummer [IMEI-nummer] , met gebruikersnaam ‘ [EncroChat-account 1] ’ van 14 juli 2020, p. 21.
92.ZD Apeldoorn, Proces-verbaal onderzoek aankoop Scania vrachtwagen [kenteken 1] , pag. 220 en ZD Apeldoorn, Proces-verbaal van bevindingen aankoop oplegger met kenteken [kenteken 2] , pag. 224.
93.ZD Carbon, Proces-verbaal Tachograafdata onderzoek, pag. 242.
94.ZD Carbon, Proces-verbaal van bevindingen van 2 september 2020 inclusief bijlagen, p 258. (digitaal 318). Ook de hierna te noemen ritten blijken uit dit Proces-verbaal.
95.ZD Carbon, proces-verbaal van relaas, p. 33.
96.PD [medeverdachte 8] , proces-verbaal van verhoor d.d. 19 november2020, p. 93.
97.Rockdale 2 ZD Manege, deel 4, Proces-verbaal Histo’s, p. 2260 -2268. Tenzij anders aangegeven, blijken ook de hierna te noemen zendmastgegevens uit dit proces-verbaal.
98.Rockdale 2 ZD Manege, deel 4, Proces-verbaal Histo’s, pag. 2262.
99.ZD Carbon, proces-verbaal van relaas, pag. 33.
100.ZD Carbon, Proces-verbaal van ontvangst en bevindingen camerabeelden AutiTalent, pag. 320.
101.ZD Carbon, Proces-verbaal van ontvangst en bevindingen camerabeelden AutiTalent, pag. blz. 322.
102.ZD Carbon, Proces-verbaal van ontvangst en bevindingen camerabeelden AutiTalent, pag, blz. 326.