Uitspraak
1.CHI CHI THE GOLF VENUE B.V.,
INSIGHT B.V.,
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
3.Feiten
4.De klacht
5.Beoordeling
De voorgestelde bepaling strekt er uitsluitend toe dat het de gerechtsdeurwaarder als nevenactiviteit is toegestaan door hem zelf waargenomen materiele feiten in een proces-verbaal van constatering vast te leggen.”
is. Voor de duidelijkheid was het beter geweest als de gerechtsdeurwaarder had omschreven dat zijn opdrachtgever “hem heeft medegedeeld” dat hij geluidsoverlast ondervindt. Dat de gerechtsdeurwaarder dat niet op deze wijze heeft weergegeven is echter niet tuchtrechtelijk laakbaar, alleen al omdat er geen samenhang bestaat tussen de term geluidsoverlast en de daaropvolgende constatering. Dit geldt eveneens voor de term “aangrenzend”. De opmerking van de gerechtsdeurwaarder dat zijn opdrachtgever aangrenzend woont, is geen bouwsteen voor hetgeen hij vervolgens in het proces-verbaal constateert. De door de gerechtsdeurwaarder opgenomen opsomming van de vergunningvoorwaarden legt daarentegen wél een verbinding met de latere constateringen en is daarom tuchtrechtelijk relevant. Naar het oordeel van het hof zijn in de considerans de vergunnningvoorwaarden deels onjuist geciteerd en deels voorzien van een eigen interpretatie waarvan de juistheid niet evident is. De koppeling van de waarnemingen aan die onzorgvuldig weergegeven vergunningvoorwaarden leidt ertoe dat in de processen-verbaal wordt gesuggereerd dat overtredingen zijn begaan, zonder dat die suggestie voldoende is onderbouwd. Dit valt de gerechtsdeurwaarder tuchtrechtelijk te verwijten.
bevonden.Vaststaat dat het proces-verbaal van 27 juni 2024 een reeds bij lezing kenbare telfout bevat. Klagers hebben aangevoerd dat de gerechtsdeurwaarder het aantal bezoekers niet met zekerheid heeft kunnen vaststellen, mede gelet op het gegeven dat geen eenvoudig onderscheid kon worden gemaakt tussen bezoekers en personeel, omdat niet al het personeel bedrijfskleding draagt. De gerechtsdeurwaarder heeft ter zitting in eerste aanleg en in hoger beroep desgevraagd een toelichting gegeven op de wijze waarop de telling heeft plaatsgevonden. In de processen-verbaal zelf heeft de gerechtsdeurwaarder deze werkwijze echter niet omschreven. Hierdoor rijst bij lezing van het proces-verbaal de vraag hoe de constatering tot stand is gekomen. De onduidelijkheid daarover is (potentieel) nadelig voor beide partijen die bij de bewijslevering belang hebben, de opdrachtgever en de onderzochte onderneming. Dit had de gerechtsdeurwaarder behoren te voorkomen.
Uitgangspunten proceskostenveroordeling in hoger beroep’ (te raadplegen op de website van dit hof) – af van een kostenveroordeling voor de gerechtsdeurwaarder in hoger beroep. De door de kamer uitgesproken gegrondverklaring en de daarop gebaseerde proceskostenveroordeling voor de gerechtsdeurwaarder blijft wel in stand, te weten de proceskosten van klagers van € 350,-, het door klagers betaalde griffierecht van € 50,- en de kosten van de behandeling van de klacht door de kamer van € 1.500,-.