ECLI:NL:GHAMS:2026:1777

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
26 juni 2026
Publicatiedatum
3 juli 2026
Zaaknummer
23-001799-25
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WvSrArt. 14a WvSrArt. 14b WvSrArt. 14c WvSrArt. 22c WvSr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor opzettelijk gebruik van niet op naam gesteld identiteitsbewijs

Het gerechtshof Amsterdam heeft op 26 juni 2026 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen een verdachte die op 17 juni 2023 te Oostzaan opzettelijk en wederrechtelijk gebruik maakte van een identiteitsbewijs dat niet op zijn naam stond. Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en deed opnieuw recht.

De verdachte werd veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf van 25 uren, met een proeftijd van twee jaren. Als subsidiaire straf werd 12 dagen hechtenis opgelegd, die kan worden vervangen indien de taakstraf niet naar behoren wordt verricht. Tevens wees het hof de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerdere taakstraf af.

De zaak betrof een overtreding van de Wet op de identificatieplicht, waarbij het gebruik van een identiteitsbewijs dat niet op naam van de gebruiker stond centraal stond. Het hof baseerde zich op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 63 en 231 van het Wetboek van Strafrecht. De uitspraak benadrukt het belang van correcte identificatie en de sancties bij misbruik daarvan.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf van 25 uren met een proeftijd van twee jaren wegens opzettelijk en wederrechtelijk gebruik van een niet op zijn naam gesteld identiteitsbewijs.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer(s) eerste aanleg : 15-022572-24 en 23-002895-22 (TUL)
parketnummer hoger beroep : 23-001799-25
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 26 juni 2026 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 10 juli 2025 in de zaak tegen de verdachte:
naam: [naam 1]
voornamen: [naam 2]
geboren: op [geboortedag] 1994 te [geboorteplaats]
adres: [adres],
thans uit anderen hoofde gedetineerd in [gevangenis].

Kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
opzettelijk en wederrechtelijk gebruik maken van een niet op zijn naam gesteld identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht.
Gepleegd op 17 juni 2023 te Oostzaan.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 63 en 231 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
25 (vijfentwintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
12 (twaalf) dagen hechtenis.
Bepaalt dat de taakstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Wijst af de vordering van de officier van justitie van het Parket OVJ Noord-Holland van 13 mei 2025,
strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij arrest van het gerechtshof Amsterdam van 25 juli 2023, parketnummer 23-002895-22, voorwaardelijk opgelegde taakstraf voor de duur van 80 uren subsidiair 40 dagen hechtenis met een proeftijd van 2 jaren.
Gewezen door mr. L.F. Roseval, in bijzijn van mr. N.M. Simons, griffier.
mr. L.F. Roseval