Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
3.Feiten
Know Your Customer) van de Bank gemaild:
4.Procedure bij de rechtbank
5.De vorderingen in hoger beroep
6.Beoordeling
Van den Berg), rov. 4.6) volgt dat bepalend is van welke feiten en omstandigheden de Bank zich bewust was. Gelet op haar specifieke positie en deskundigheid, waarvan de rechter mag uitgaan, kan dit onder omstandigheden meebrengen dat bewustheid van het gevaar kan worden verondersteld. Daarbij gaat het er dus niet om wat de Bank had kunnen weten, maar wat zij daadwerkelijk wist en of zij - gelet op haar specifieke positie en deskundigheid - op basis van wat aan haar bekend was, zich bewust moest zijn van het daaraan verbonden gevaar voor derden.
7.Beslissing
€ 14.213,81, te vermeerderen met de wettelijke rente over 20% van € 18.988,52 vanaf 2 augustus 2019, van € 24.974,40 vanaf 5 augustus 2019 en van € 27.106,12 vanaf 6 augustus 2019,
€ 1.000,00,