Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
3.Feiten
5.Termijn bebouwing
De termijn als bedoeld in artikel 3.5.1. van de Algemene Bepalingen wordt gesteld op vierentwintig (24) maanden na vestiging van het erfpachtrecht.
bij deze overeen dat de oplevering van de bebouwing op het perceel, inclusief inrichting binnen en buiten en de ingebruikname van de gehele bebouwing als hotel c.a. (hierna aangeduid als: Verplichting), een en ander in overeenstemming met het vastgestelde ontwerp en de stukken waarop de bouwvergunning werd verleend, dient plaats te vinden op uiterlijk31 juli 2019. De Verplichting is ondeelbaar.
4.Procedure bij de rechtbank
5.Het hoger beroep
6.Beoordeling
welmaar op de genoemde factuurbedragen abusievelijk
niethet onterecht in rekening gebrachte bedrag van € 33.670,57 aan btw over januari – juni 2024 in mindering is gebracht. Ter zitting zijn partijen overeengekomen dat dit bedrag ten behoeve van de berekening van de verschuldigde rente eerst op de factuur over de maand juli 2024 (geheel) en vervolgens op de factuur over de maand augustus 2024 (gedeeltelijk) in mindering zal worden gebracht. Hierdoor worden die boetebedragen € 0,00 voor de maand juli 2024 en (€ 27.309,98 + € 27.309,8008 - € 33.670,57 = ) € 20.949,39 voor de maand augustus 2024.