Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.De procedure in hoger beroep
3.Feiten
4.De procedure bij de kantonrechter
5.Beoordeling
10,62 te betalen. Het hof gaat ervan uit dat dit een typefout is en dat dit een bedrag van € 12.7
1,62 moet zijn. Omdat de vrouw inmiddels ook het bedrag van € 12.701,62 vermeerderd met de verschuldigde wettelijke rente aan de man heeft voldaan en noch de vrouw noch de man in hoger beroep heeft gesteld dat het reeds betaalde een te hoog c.q te laag bedrag is geweest, gaat het hof ervan uit dat beide partijen het vonnis van de kantonrechter aldus hebben begrepen dat de vrouw aan de man een bedrag van in hoofdsom € 12.701,62 verschuldigd is. Het hof zal het vonnis van de kantonrechter dan ook in die zin bekrachtigen.