ECLI:NL:GHAMS:2026:1855

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
10 juni 2026
Publicatiedatum
7 juli 2026
Zaaknummer
23-000041-26
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416 lid 2 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring verdachte in hoger beroep wegens intrekking bezwaren

De verdachte stelde hoger beroep in tegen het vonnis van de politierechter van 23 december 2025. Tijdens het hoger beroep heeft de advocaat-generaal verzocht de verdachte niet-ontvankelijk te verklaren op grond van artikel 416, tweede lid, Sv.

Op 5 juni 2026 gaf de verdachte aan het hoger beroep te willen intrekken, maar dit was niet meer mogelijk omdat het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep reeds op 17 februari 2026 was aangevangen. Het hof concludeerde dat de verdachte zijn oorspronkelijke bezwaren tegen het vonnis niet langer wenste te handhaven.

Gezien het ontbreken van een rechtens te respecteren belang bij voortzetting van het onderzoek, verklaarde het hof de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Het arrest werd uitgesproken op 10 juni 2026 door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens intrekking bezwaren na aanvang onderzoek ter terechtzitting.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000041-26
datum uitspraak: 10 juni 2026
TEGENSPRAAK (na aanhouding niet verschenen)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 23 december 2025 in de strafzaak onder parketnummer
13-337719-25 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 2005,
adres: [adres] .

Onderzoek ter terechtzitting

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
10 juni 2026.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkend tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het hoger beroep op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv).

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

Bij akte van 5 juni 2026 heeft de verdachte te kennen doen geven het door hem ingestelde hoger beroep te willen intrekken. Intrekking van het hoger beroep is evenwel niet meer mogelijk, nu het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep reeds op een eerdere terechtzitting – te weten op 17 februari 2026 – is aangevangen. Het hof leidt uit de akte echter af dat de verdachte zijn oorspronkelijke bezwaren tegen het vonnis niet langer wenst te handhaven. Nu het hof ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig onderzoek van de zaak, zal de verdachte niet-ontvankelijk worden verklaard in het ingestelde hoger beroep, op de voet van het bepaalde in artikel 416, tweede lid, Sv.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte
niet-ontvankelijkin het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.A. Stalenhoef, mr. M.J.A. Plaisier en mr. D. Greven, in tegenwoordigheid van
mr. S. Bonset, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
10 juni 2026.
Mr. Greven is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.