Uitspraak
Onderzoek ter terechtzitting
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
BESLISSING
niet-ontvankelijkin het hoger beroep.
Gerechtshof Amsterdam
De verdachte stelde hoger beroep in tegen het vonnis van de politierechter van 23 december 2025. Tijdens het hoger beroep heeft de advocaat-generaal verzocht de verdachte niet-ontvankelijk te verklaren op grond van artikel 416, tweede lid, Sv.
Op 5 juni 2026 gaf de verdachte aan het hoger beroep te willen intrekken, maar dit was niet meer mogelijk omdat het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep reeds op 17 februari 2026 was aangevangen. Het hof concludeerde dat de verdachte zijn oorspronkelijke bezwaren tegen het vonnis niet langer wenste te handhaven.
Gezien het ontbreken van een rechtens te respecteren belang bij voortzetting van het onderzoek, verklaarde het hof de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Het arrest werd uitgesproken op 10 juni 2026 door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens intrekking bezwaren na aanvang onderzoek ter terechtzitting.