ECLI:NL:GHAMS:2026:1877
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.P.M. van Rijn
- B.A.A. Postma
- A.C. Bijlsma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis politierechter en tenuitvoerlegging voorwaardelijke gevangenisstraf ondanks redelijke termijnoverschrijding
In deze strafzaak heeft het gerechtshof Amsterdam het hoger beroep behandeld van een verdachte die zich niet heeft laten zien bij de terechtzitting, waardoor verstek is verleend. De verdachte was veroordeeld door de politierechter tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie weken wegens openbare schennispleging.
Het hof constateert dat de redelijke termijn voor de behandeling van het hoger beroep met 1 jaar en 1 maand is overschreden, mede doordat de zaak op verzoek van het hof werd aangehouden om de verblijfplaats en het leven van de verdachte te achterhalen. Deze vertraging is echter toe te rekenen aan de verdachte zelf, zodat het hof geen aanleiding ziet om de straf te matigen.
Daarnaast heeft het openbaar ministerie de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke gevangenisstraf gevorderd. Hoewel de advocaat-generaal dit wilde afwijzen vanwege het ontbreken van recente justitiële contacten van de verdachte, oordeelt het hof dat de verdachte zich tijdens de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Daarom wordt de tenuitvoerlegging gelast.
Het hof bevestigt het vonnis van de politierechter en wijst de vordering van de advocaat-generaal af, waarmee de voorwaardelijke gevangenisstraf van drie weken wordt ten uitvoer gelegd.
Uitkomst: Het hof bevestigt het vonnis van de politierechter en gelast de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke gevangenisstraf van drie weken ondanks overschrijding van de redelijke termijn.