ECLI:NL:GHAMS:2026:1878
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.P.M. van Rijn
- B.A.A. Postma
- A.C. Bijlsma
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken direct bewijs verduistering zes pakketten
De verdachte werd beschuldigd van verduistering van zes pakketten met inhoud die toebehoorden aan zijn werkgever, een bedrijf waarvoor hij als magazijnmanager werkte. De tenlastelegging betrof de periode van 15 augustus 2021 tot en met 29 oktober 2021, waarin verdachte zou hebben gehandeld door goederen die hij anders dan door misdrijf onder zich had, zich wederrechtelijk toe te eigenen.
In hoger beroep heeft het hof het vonnis van de politierechter vernietigd en de verdachte vrijgesproken. Het hof oordeelde dat er geen direct bewijs was dat de verdachte de pakketten met inhoud daadwerkelijk heeft toegeëigend. Uit het onderzoek kon niet worden vastgesteld welke producten de verdachte heeft ingepakt en verzonden, noch dat hij wist dat de verzendingen betrekking hadden op goederen zonder geldige koopovereenkomst of betaling.
Het hof benadrukte dat de verdachte betrokken was bij het inpakken en verzenden van goederen naar een kennis, maar dat dit op zichzelf onvoldoende is om strafrechtelijke aansprakelijkheid voor verduistering vast te stellen. Zonder concreet bewijs dat de verdachte goederen aan een derde heeft toegezonden met het oogmerk deze aan de rechthebbende te onttrekken, kon niet buiten redelijke twijfel worden vastgesteld dat het ten laste gelegde feit was begaan.
Daarom sprak het hof de verdachte vrij en vernietigde het het eerdere vonnis. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 9 juli 2026.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van direct bewijs voor verduistering.