Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[appellant 1] B.V.,
[appellant 2],
[appellant 3],
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
3.Feiten
2. Verplichtingen van de hypotheekgever
Iedere andere omstandigheid van feitelijke of juridische aard die tot uitwinning van het onderpand kan leiden, waardoor de zekerheidswaarde van het onderpand kan verminderen of die voor de bank in verband met haar hypotheekrecht van belang kan zijn.”
(…)
15. Welke informatie moet u ons geven?
Uit openbare bronnen (oa Brabants Dagblad) blijkt er begin 2023 een hennepkwekerij te zijn aangetroffen in een pand aan de [straat 1] te [plaats 1] . Wij zien dat er vanaf mei 2023 door u geen huur inkomsten meer worden ontvangen voor het pand aan de [straat 1] en u geeft aan dat het pand leegstaat. Ons is daarbij opgevallen dat er in dezelfde maand, op 15 mei 2023, vanaf de rekening van [appellant 1] BV een betaling van EUR 2.418 heeft plaatsgevonden aan netbeheerder Enexis. Een dergelijke betaling aan een netbeheerder is vaak een indicatie dat zich schade aan de meterkast heeft voorgedaan, de energie van buitenaf door de netbeheerder is afgesloten of dat de netbeheerder energie in rekening heeft moeten brengen buiten de energieleverancier om. Naast deze betaling nemen wij een voorschotbetaling van EUR 1.500 vanuit privé waar aan een strafrechtadvocaat, die volgens openbare bronnen gespecialiseerd is in opgerolde hennepkwekerijen.
U zult begrijpen dat de betrokkenheid van het door Rabobank gefinancierde pand bij de geconstateerde strafbare feiten onacceptabele integriteits- en veiligheidsrisico’s voor Rabobank heeft opgeleverd. Het door Rabobank gefinancierde object is immers gebruikt voor strafbare handelingen, daargelaten dat zo u zult begrijpen doel en aard van de financiering niet is bedoeld voor die activiteiten. Daarnaast heeft cliënt nagelaten de bank tijdig in te lichten over de ontstane situatie zoals van hem wordt verlangd op basis van de financieringsovereenkomst en op basis van de algemene bankvoorwaarden. Aanvullend zijn door het ontvangen van de huurgelden op de betaalrekening van Rabobank, inzake de verhuur van desbetreffend pand ten tijde van de uitvoering van de strafbare handelingen, onacceptabele witwasrisico’s ontstaan. Het vertrouwen in cliënt is ons inziens dan ook onherstelbaar geschaad.
(…) Afgelopen periode heeft u meerdere keren contact met Rabobank gehad. Daarbij heeft Rabobank vragen gesteld over de transacties op uw rekening, de marges van [appellant 1] , de onlogische combinatie van de activiteiten van [handelsnaam] en koeriersdiensten in één B.V., maar ook over de politie inval in het pand gelegen aan de [straat 1] te [plaats 1] .
4.Procedure bij de rechtbank
5.Vordering in hoger beroep
6.Beoordeling
iedere omstandigheid van feitelijke of juridische aard (…) waardoor de zekerheidswaarde van het onderpand kan verminderen of die voor de bank in verband met haar hypotheekrecht van belang kan zijn”. Verder moet op basis van artikel 15 van Pro de Algemene Voorwaarden Bedrijfsfinanciering 2018 in elk geval melding worden gemaakt van veranderingen in een situatie die belangrijk kan zijn voor Rabobank in verband met zekerheden. Tot slot vloeit ook uit de zorgplicht in artikel 2 ABV Pro voort dat de hennepkwekerij moest worden gemeld. Op basis daarvan moet een klant immers zo goed mogelijk rekening houden met de belangen van Rabobank en informatie verschaffen als duidelijk is dat Rabobank die nodig heeft.
Offboardingen dat Rabobank de beoordeling van de beoordelingsspecialist niet met [appellanten] zou hebben gedeeld, is daarvoor onvoldoende.