ECLI:NL:GHAMS:2026:1929

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
14 juli 2026
Publicatiedatum
15 juli 2026
Zaaknummer
200.364.638/01 en 200.364.639/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:461 lid 1 onder e BWArt. 1:452 lid 3 BWArt. 1:448 lid 1 onder e BWArt. 1:435 lid 3 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bekrachtiging ontslag mentor en bewindvoerder wegens verstoorde familieverhoudingen

De zaak betreft het hoger beroep tegen de beschikking van de kantonrechter waarbij verzoekster is ontslagen als mentor en bewindvoerder van de betrokkene, een man met de ziekte van Alzheimer, en Beaufin B.V. is benoemd als opvolgend mentor en bewindvoerder.

Verzoekster betwist haar ontslag en wil haar rol behouden, terwijl verweerster primair de bekrachtiging van het ontslag verzoekt en subsidiair zelf benoemd wil worden. Het hof heeft vastgesteld dat de verhoudingen tussen verzoekster en verweerster ernstig verstoord zijn, wat de betrokkene emotioneel belast en zijn welzijn schaadt.

Het hof oordeelt dat de kantonrechter terecht heeft geoordeeld dat een professionele mentor en bewindvoerder beter in staat zijn de belangen van de betrokkene vanuit een neutrale positie te behartigen. De bestreden beschikkingen worden daarom bekrachtigd en het verzoek van verzoekster wordt afgewezen. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt het ontslag van verzoekster als mentor en bewindvoerder en benoemt een professionele mentor en bewindvoerder.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Afdeling civiel recht en belastingrecht
Team III (familie- en jeugdrecht)
zaaknummers: 200.364.638/01 en 200.364.639/01
zaaknummers rechtbank: 11970698 EB VERZ 25-11161 / MB 11954 en
11970652 EB VERZ 25-11159
beschikking van de meervoudige kamer van 14 juli 2026 in de zaak van
[verzoekster] ,
wonende te [plaats A] ,
verzoekster in het principaal hoger beroep,
verweerster in het incidenteel hoger beroep,
hierna: [verzoekster] ,
advocaat: mr. R.M.G. Sussenbach te Amsterdam,
en
[verweerster] ,
wonende te [plaats B] ,
verweerster in het principaal hoger beroep,
verzoekster in het incidenteel hoger beroep,
hierna: [verweerster] ,
advocaat: mr. Ph.A.J. Raaijmaakers te Amsterdam
Het hof heeft als belanghebbenden aangemerkt:
  • [betrokkene] , wonende te [plaats D] , hierna: de betrokkene;
  • Beaufin B.V., hierna: de bewindvoerder en/of mentor.

1.De zaak in het kort

1.1
De zaak gaat over de vraag wie de bewindvoerder en de mentor van de betrokkene moet zijn. De kantonrechter heeft [verzoekster] ontslagen als de bewindvoerder en de mentor van de betrokkene en Beaufin B.V. benoemd tot (opvolgend) mentor en bewindvoerder.
1.2
[verzoekster] is het daarmee niet eens en wil dat zij de mentor en bewindvoerder van de betrokkene blijft. [verweerster] wil dat zij de bewindvoerder en mentor wordt van de betrokkene dan wel dat de door de kantonrechter benoemde professionele bewindvoerder en mentor aanblijft als bewindvoerder en mentor.

2.De procedure in hoger beroep

2.1
[verzoekster] is op 4 februari 2026 in hoger beroep gekomen van twee beschikkingen van
2 december 2025 (hierna: de bestreden beschikkingen) van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam (hierna: de kantonrechter).
2.2
[verweerster] heeft op 17 april 2026 een verweerschrift ingediend en daarbij ook incidenteel hoger beroep ingesteld.
2.3
[verzoekster] heeft op 4 mei 2026 een verweerschrift in het incidenteel hoger beroep ingediend.
2.4
Het hof heeft daarnaast de volgende stukken ontvangen:
- een verzoek van [verweerster] om haar dochter aanwezig te laten zijn bij de mondelinge behandeling,
- een bericht van de zijde van [verweerster] van 28 april 2026 met bijlage.
2.5
De zitting heeft op 8 mei 2026 plaatsgevonden. Daarbij waren aanwezig:
- [verzoekster] , bijgestaan door haar advocaat;
- [verweerster] , bijgestaan door haar advocaat;
- Beaufin B.V., vertegenwoordigd door [naam 1] , bewindvoerder, en [naam 2] , mentor.
De advocaat van [verweerster] heeft op de zitting een pleitnotitie overgelegd.
2.6
Het hof heeft ter zitting het verzoek van [verweerster] om haar dochter bij de zitting aanwezig te laten zijn afgewezen.
2.7
Na de zitting heeft de mentor op verzoek van het hof een medische verklaring van 21 januari 2026 aan het hof toegezonden.
2.8
Op 21 mei 2026 heeft de voorzitter met de betrokkene gesproken in zorginstelling
De [X] . Bij dit gesprek heeft de betrokkene bijstand gehad van een tolk in de Tunesisch-Arabische taal. Van dit gesprek is een proces-verbaal opgemaakt dat aan de advocaten is toegezonden. Daarbij zijn zij in de gelegenheid gesteld om schriftelijk te reageren op het gespreksverslag. Van mr. Raaijmakers is geen reactie ontvangen.
Het hof heeft op 12 juni 2026 via mr. Sussenbach een brief van [verzoekster] ontvangen. Deze brief heeft echter geen betrekking op de inhoud van het proces-verbaal en zal daarom door het hof buiten beschouwing worden gelaten.

3.De feiten

3.1
De betrokkene is geboren [in] 1939 te [plaats C] , Tunesië. De betrokkene is de echtgenoot van [verzoekster] , zij zijn [in] 2022 te [plaats A] met elkaar getrouwd.
[verweerster] is de dochter van de betrokkene (uit diens eerdere huwelijk).
3.2
De kantonrechter heeft bij beschikking van 17 september 2025 op het verzoek van [verzoekster] een mentorschap ingesteld ten behoeve van de betrokkene. [verzoekster] is daarbij benoemd tot mentor. Bij beschikking van eveneens 17 september 2025 heeft de kantonrechter op het verzoek van [verzoekster] een bewind ingesteld over de (toekomstige) goederen van de betrokkene vanwege zijn lichamelijke en geestelijke gesteldheid. [verzoekster] is daarbij benoemd tot bewindvoerder.
3.3
De betrokkene is gediagnosticeerd met de ziekte van Alzheimer. Hij verblijft momenteel op basis van een rechterlijke machtiging in zorginstelling De [X] , te [plaats D] .

4.De omvang van het hoger beroep

4.1
De kantonrechter heeft bij de bestreden beschikkingen, op het verzoek van [verweerster] , [verzoekster] ontslagen uit haar functie van mentor en bewindvoerder van de betrokkene en Beaufin B.V. tot opvolgend mentor en bewindvoerder benoemd.
In het principaal hoger beroep
4.2
[verzoekster] verzoekt, met vernietiging van de bestreden beschikkingen:
I. haar weer te benoemen als mentor en bewindvoerder van de betrokkene;
II. vergoeding voor haar gemaakte proceskosten in hoger beroep, waaronder haar eigen bijdrage en het eventueel te heffen griffierecht.
4.3
[verweerster] verzoekt [verzoekster] niet-ontvankelijk te verklaren in haar hoger beroep, dan wel haar verzoeken in hoger beroep ongegrond te verklaren of af te wijzen.
In het incidenteel hoger beroep
4.4
Primair verzoekt [verweerster] haar te benoemen tot opvolgend bewindvoerder en mentor van de betrokkene. Subsidiair verzoekt [verweerster] om de bestreden beschikkingen te bekrachtigen, dan wel (meer subsidiair) een onafhankelijk professioneel bewindvoerder en mentor te benoemen ten behoeve van de betrokkene.
4.5
Ter zitting heeft [verweerster] haar verzoek gewijzigd. Naar het hof begrijpt, verzoekt [verweerster] thans primair de bestreden beschikkingen te bekrachtigen en subsidiair haar te benoemen tot opvolgend bewindvoerder en mentor van de betrokkene.

5.De motivering van de beslissing

Het wettelijke kader
Mentorschap
5.1
In artikel 1:461, eerste lid aanhef en onder e, en tweede lid van het Burgerlijke Wetboek (BW) – voor zover van belang - is bepaald dat een mentor door de kantonrechter ontslag kan worden verleend met ingang van een door de kantonrechter te bepalen dag. Dit ontslag kan worden verleend wegens gewichtige redenen of omdat de mentor niet meer voldoet aan de eisen om mentor te kunnen worden. Het verzoek tot ontslag kan onder meer worden gedaan door degene die gerechtigd is mentorschap te verzoeken.
5.2
Uit artikel 1:452, derde lid, BW volgt dat de rechter bij de benoeming van de mentor de uitdrukkelijke voorkeur van de betrokkene volgt, tenzij gegronde redenen zich tegen zodanige benoeming verzetten.
Bewind
5.3
In artikel 1:448, eerste lid aanhef en onder e, en tweede lid BW – voor zover van belang - is bepaald dat een bewindvoerder door de kantonrechter ontslag kan worden verleend met ingang van een door de kantonrechter te bepalen dag. Dit ontslag kan worden verleend wegens gewichtige redenen of omdat de bewindvoerder niet meer voldoet aan de eisen om bewindvoerder te kunnen worden. Het verzoek tot ontslag kan onder meer worden gedaan door degene die gerechtigd is onderbewindstelling te verzoeken.
5.4
Uit artikel 1:435, derde lid, BW volgt dat de rechter bij de benoeming van de bewindvoerder de uitdrukkelijke voorkeur van de rechthebbende volgt, tenzij gegronde redenen zich tegen zodanige benoeming verzetten.
De standpunten
5.5
[verzoekster] vindt dat zij ten onrechte door de kantonrechter is ontslagen als mentor en bewindvoerder van de betrokkene. Haar ontslag is ook niet in het belang van de betrokkene. Zij heeft altijd goed voor haar echtgenoot gezorgd en niet is gebleken dat zij haar rol als mentor en bewindvoerder niet goed uitvoerde. Zo heeft [verzoekster] de opname van de betrokkene in een voor hem geschikte zorginstelling ondersteund. Omdat [verzoekster] niet meer de bewindvoerder en mentor van haar echtgenoot is wordt zij nu belemmerd in haar contact met hem. Informatie over medicatie en behandeling wordt uitsluitend via de huidige mentor aan [verzoekster] verstrekt. [verzoekster] wil weer mentor en bewindvoerder worden zodat zij goed voor de betrokkene kan zorgen. [verzoekster] is van mening dat [verweerster] niet de mentor en bewindvoerder moet worden. Het is volgens [verzoekster] namelijk niet zeker of [verweerster] het belang van de betrokkene vooropstelt. [verweerster] en de betrokkene hebben in de afgelopen jaren nauwelijks contact gehad en de betrokkene is onrustig nadat [verweerster] op bezoek is geweest.
5.6
[verweerster] is van mening dat [verzoekster] op juiste gronden door de kantonrechter is ontslagen als mentor en bewindvoerder. [verzoekster] heeft de betrokkene, zonder overleg met de overige familieleden, laten plaatsen in verpleeghuis De [X] . [verzoekster] probeert al jaren de betrokkene te vervreemden van zijn familie, in het bijzonder van [verweerster] en haar dochter. Hoewel [verweerster] in het verleden een periode minder contact heeft gehad met haar vader, hebben zij nu een goede band. [verweerster] betwist dat zij de afgelopen jaren weinig of geen contact zou hebben met de betrokkene. Ook heeft [verzoekster] volgens [verweerster] tijdens de procedure onwaarheden verteld terwijl van een mentor en bewindvoerder mag worden verwacht dat zij eerlijk en transparant is. Er is sprake van een ernstig verstoorde verstandhouding tussen [verzoekster] en de familie van [verweerster] en het risico bestaat dat beslissingen ten aanzien van de betrokkene door het conflict worden beïnvloed. Een professionele en onafhankelijke bewindvoerder en mentor verdient de voorkeur boven een benoeming binnen de familiekring. Mocht het hof toch van oordeel zijn dat het voor de betrokkene het beste is dat [verweerster] de rol van bewindvoerder en mentor vervult, dan is zij bereid deze taak voor haar vader op zich te nemen. Zij wil uitsluitend het beste voor hem en acht zichzelf goed in staat om zijn belangen op een zorgvuldige wijze te behartigen.
5.7
De bewindvoerder en de mentor hebben ter zitting in hoger beroep het hof verzocht de bestreden beschikkingen te bekrachtigen. De communicatie tussen partijen verloopt niet goed en de betrokkene heeft hier last van. Een professionele mentor en een professionele bewindvoerder die vanuit een neutrale positie de wettelijke taken kunnen uitvoeren is het meest in het belang van de betrokkene.
5.8
De betrokkene heeft in het gesprek met de voorzitter aangegeven dat de onenigheid tussen zijn echtgenote en zijn dochter hem veel verdriet doet en hem zwaar valt. Hij heeft geen voorkeur kunnen uitspreken over de persoon van de mentor en bewindvoerder.
De beoordeling van het hof
5.9
Het hof zal de grieven in principaal en incidenteel hoger beroep, voor zover deze laatste nog bespreking behoeven, hierna gezamenlijk behandelen, gelet op de onderlinge samenhang.
5.1
Tussen partijen is niet in geschil dat een noodzaak bestaat voor het mentorschap en de onderbewindstelling.
5.11
Het hof is van oordeel dat de kantonrechter op goede gronden [verzoekster] heeft ontslagen als mentor en bewindvoerder en Beaufin B.V. als opvolgend mentor en bewindvoerder heeft benoemd. Uit de overgelegde stukken en uit hetgeen ter zitting is besproken blijkt dat de verhoudingen tussen [verzoekster] en [verweerster] ernstig zijn verstoord.
Als echtgenote van de betrokkene is [verzoekster] een belangrijk steunfiguur in het leven van de betrokkene. Ook [verweerster] is als dochter van de betrokkene een steun in het leven van de betrokkene. De betrokkene toont zich bewust van de onenigheid die tussen deze voor hem belangrijke personen bestaat en emotioneel verscheurt dit hem. Dit veroorzaakt bij de betrokkene verwarring, onrust en onzekerheid. Er worden door [verzoekster] en [verweerster] over en weer felle verwijten gemaakt, onder meer over het testament van de betrokkene, over een mogelijke echtscheiding en over gebeurtenissen uit het verleden. Ook bestonden verschillen van inzicht over de invulling van de zorg voor de betrokkene. Hierdoor ontstond het risico dat de spanningen een negatieve invloed zouden hebben op de uitvoering van het mentorschap en de bewindvoering en dat dit nadelige gevolgen zou hebben voor de geestelijke en lichamelijke gezondheid van de betrokkene.
Naar het oordeel van het hof heeft de kantonrechter op goede gronden overwogen dat er gewichtige redenen waren die het ontslag van [verzoekster] als mentor en bewindvoerder rechtvaardigden en dat een opvolgend professionele mentor en professionele bewindvoerder beter in staat zou zijn om vanuit een neutrale positie de wettelijke taken in het belang van de betrokkene uit te voeren.
5.12
Het hof is van oordeel dat deze gewichtige redenen ook nu nog gelden. Nog steeds is sprake van een verstoorde verstandhouding tussen partijen, gekenmerkt door wederzijds wantrouwen. Het hof stelt vast dat partijen gebeurtenissen en omstandigheden op essentiële punten verschillend ervaren en interpreteren. Het gaat hierbij om kwesties van zowel vermogensrechtelijke aard als van niet-vermogensrechtelijke aard. Dit blijkt onder meer uit de uiteenlopende visies van [verzoekster] en [verweerster] over de relatie tussen de betrokkene en [verweerster] in het verleden, alsmede over het verloop van de opname van de betrokkene in de [X] . Voorts is gebleken dat [verzoekster] het [verweerster] zeer kwalijk neemt dat [verweerster] , volgens haar tegen de wens van de betrokkene in, heeft aangestuurd op een echtscheiding tussen de betrokkene en [verzoekster] . [verweerster] heeft daartegenover verklaard dat zij juist uitvoering wilde geven aan de door de betrokkene geuite wensen. Het hof is van oordeel dat de verstoorde verhoudingen en het onderling wantrouwen zich verzetten tegen het (her)benoemen van [verzoekster] als de bewindvoerder en de mentor van de betrokkene.
5.13
Het hof is, met de kantonrechter, van oordeel dat de vermogensrechtelijke en niet-vermogensrechtelijke belangen van de betrokkene dienen te worden behartigd door een professionele bewindvoerder en een professionele mentor. Zij kunnen hun wettelijke taken uitoefenen en beslissingen nemen op een wijze die niet wordt beïnvloed door de (familiaire) spanningen die bestaan tussen [verzoekster] en [verweerster] . Het hof zal gelet op het voorgaande de bestreden beschikking bekrachtigen.
Met deze beslissing behoeft het subsidiaire verzoek van [verweerster] om haar tot mentor en bewindvoerder te benoemen geen bespreking meer.
5.14
Ten overvloede geeft het hof partijen mee dat hun onderlinge strijd een negatieve impact heeft op het welbevinden van de betrokkene. Het hof spreekt de hoop uit dat de partijen de betrokkene minder zullen belasten met de spanningen tussen hen en in samenspraak met de mentor en bewindvoerder een passende woonplek voor de betrokkene zullen vinden.
Proceskosten
5.15
[verzoekster] verzoekt [verweerster] te veroordelen in de (proces)kosten van het hoger beroep. Het hof gaat niet mee in dit verzoek alleen al omdat de verzoeken van [verzoekster] in hoger beroep worden afgewezen. De kosten zullen worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

6.De beslissing

Het hof:
bekrachtigt de bestreden beschikkingen van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam van
2 december 2025;
wijst af het in hoger beroep anders of meer verzochte;
compenseert de proceskosten aldus, dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. F. Kleefmann, mr. A.N. van de Beek en
mr. J. Schoemaker, in tegenwoordigheid van mr. F.A. Tolman als griffier en is op 14 juli 2026 in het openbaar uitgesproken door de voorzitter.