ECLI:NL:GHAMS:2026:1933
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging zorgregeling en hoofdverblijfplaats na verhuizing minderjarige
De zaak betreft een geschil tussen ouders over de hoofdverblijfplaats en zorgregeling van hun minderjarige kind na een verhuizing van de moeder naar een andere plaats. De rechtbank had de moeder vervangende toestemming gegeven voor de verhuizing en een zorgregeling vastgesteld waarbij de minderjarige doordeweeks bij de vader verblijft en in de weekenden en een doordeweekse dag bij de moeder. Na het eindexamen is de zorg nagenoeg gelijk verdeeld.
De vader is het niet eens met deze regeling en verzoekt het hof de hoofdverblijfplaats bij hem vast te stellen en een zorgregeling te treffen waarbij de minderjarige doordeweeks bij hem verblijft. De moeder steunt de bestreden beschikking. De Raad voor de Kinderbescherming adviseert een zorgregeling die ruimte biedt aan de wensen van de bijna meerderjarige minderjarige en benadrukt het belang van autonomie en het vermijden van loyaliteitsconflicten.
Het hof onderschrijft de belangenafweging van de rechtbank, bekrachtigt de beschikking en benadrukt het belang van samenwerking tussen ouders en het respecteren van de wensen van de minderjarige. De hoofdverblijfplaats blijft bij de moeder, mede omdat de minderjarige zelf geen voorkeur heeft en de zorgregeling een nagenoeg gelijke verdeling van zorg na het eindexamen biedt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank en handhaaft de zorgregeling en hoofdverblijfplaats bij de moeder.