Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
3.Feiten
“Need to Progress”.
De mogelijke wijziging door Partner X van “meet expectations” naar “did not meet expectations” in de Q-rating die een component vormt voor de Total Compensation FY18 van een partner van EY Nederland LLP ;
Mogelijk ongepast gedrag van Partner X jegens Partner Y;
Mogelijke schending van mededingingsrecht zoals geuit tijdens een bijeenkomst in juli/augustus 2018 waar zowel Partner X als Partner Y aanwezig waren.
“Need to Progress”.
“Need to progress”, wat betekent dat er in de visie van EY geen zicht is op verbetering. Uit de bijlage bij deze brief blijkt dat [appellant 1] in gesprekken over zijn prestaties erkend heeft dat hij zijn targets niet heeft gehaald.
“in compliance with the EPRS principles”. In dezelfde e-mail heeft EY geschreven:
4.Procedure bij de rechtbank
5.Gewijzigde eis in hoger beroep
6.Beoordeling
“Zoals aangegeven doen wij dit onderzoek in opdracht van EY . Wij verlenen als zodanig enkel juridische bijstand aan EY en niet aan jou of enig ander individu persoonlijk”. Ook heeft [geïntimeerde 2] in deze e-mail aan [appellant 1] gewezen op de mogelijkheid van het inschakelen van een eigen advocaat die zijn belangen zou kunnen behartigen tijdens de gesprekken. Al het voorgaande bevestigt dat [geïntimeerde 2] niet optrad als onafhankelijk onderzoeker, maar als (partijdige) behartiger van de belangen van EY die feitenonderzoek deed ter uitvoering van de daarop gerichte opdracht die zij van haar cliënte EY had verkregen.
“Middels deze notitie heeft [geïntimeerde 2] haar contactpersoon binnen EY (…) op vertrouwelijke basis geïnformeerd over de resultaten van het door [geïntimeerde 2] uitgevoerde interne onderzoek. [geïntimeerde 2] heeft een geheimhoudingsplicht (…)”.
“whistleblower”te willen zijn.
“het de toets der kritiek kon doorstaan als het wel een klokkenluidersmelding zou worden”.Volgens [naam 1] heeft een advocaat, die zij in deze passage van haar verklaring niet bij naam noemt, daarop bevestigd dat [geïntimeerde 2] onafhankelijk genoeg was, in de zin dat [geïntimeerde 2] niet eerder bij het dossier betrokken was geweest en ook geen huisadvocaat was van EY . Uit haar verklaring kan geenszins worden afgeleid dat EY in mei 2020 opdracht had gegeven aan [geïntimeerde 2] om onafhankelijk onderzoek te doen naar klokkenluidersmeldingen. Daarnaast bevestigt haar verklaring dat juist geen sprake was van klokkenluidersmeldingen, omdat [appellant 1] kenbaar had gemaakt geen klokkenluider te willen zijn. [appellant 1] heeft dit ook een jaar na de gesprekken met EY (nogmaals) bevestigd aan [naam 1] , zoals blijkt uit haar verklaring:
“Hij wilde het “low key” houden en niet als klokkenluider aangemerkt worden.”
“Mijn advies was dat [geïntimeerde 2] onafhankelijk genoeg was. [geïntimeerde 2] speelde in dit dossier geen rol, was niet betrokken en was niet de huisadvocaat. Dat is voldoende onafhankelijk. Er is ook op die manier gekeken door [geïntimeerde 2] . Er kan dus geen sprake zijn van een ernstig persoonlijk verwijt aan de zijde van [naam 1] dat ze niet heeft gezorgd dat er alsnog een onafhankelijk advocatenkantoor werd ingeschakeld om onderzoek te doen. Dat kan je niet verwachten.”Deze verklaring bevestigt dat op dat moment (na juni 2021) geen sprake was van een onafhankelijk (advocaat)onderzoeker, maar van een partijdige belangenbehartiger van EY .
interneberoepscommissie van EY is afgewacht.
“Ik heb immers zowel bijuw cliënte EY NL, als bij u en uw collega [geïntimeerde 1]als advocaten van EY NL, herhaalde malen aangegeven dat ik over een kopie van de gehele inhoud van de onderzoekrapportage dien te beschikken (…)”(onderstreping, hof).
“zonder rekening te houden met de gerechtvaardigde belangen van [appellanten] en zonder gebruikmaking van rechtmatige middelen”onderzoek te doen. Hoewel deze elementen niet of nauwelijks worden toegelicht, begrijpt het hof dat [appellanten] [geïntimeerde 2] in dit kader de volgende verwijten maken.
“Ik heb immers zowel bijuw cliënte EY NL, als bij u en uw collega [geïntimeerde 1] alsadvocaten van EY NL, herhaalde malen aangegeven dat ik over een kopie van de gehele inhoud van de onderzoekrapportage dien te beschikken (…)”(onderstreping, hof).
“Ik werk graag mee aan het onderzoek en ik zal naar mijn beste herinnering jullie vragen beantwoorden.”Gelet op het voorgaande is onvoldoende gesteld voor het oordeel dat [geïntimeerde 2] onrechtmatig heeft gehandeld, ook als juist is dat [appellant 1] niet expliciet bij aanvang van het onderzoek op het vrijwillige karakter van zijn medewerking is gewezen.
€ 3.225,00(tarief II, 2½ punten)