ECLI:NL:GHAMS:2026:1976
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging begeleide contactregeling tussen vader en minderjarige kinderen
De zaak betreft een geschil over de zorg- en omgangsregeling tussen de vader en zijn twee minderjarige kinderen, waarbij de moeder bezwaar maakt tegen een beschikking van de kinderrechter die begeleide omgang toestaat.
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van 18 maart 2026 en verzocht tevens om schorsing van de uitvoerbaarheid. Het hof oordeelt dat de moeder geen belang meer heeft bij schorsing en wijst dit verzoek af.
De moeder betoogt dat de gecertificeerde instelling (GI) niet-ontvankelijk had moeten worden verklaard en dat er onvoldoende onderzoek is gedaan naar de situatie van de vader, met name zijn middelengebruik en betrouwbaarheid. Het hof stelt vast dat sinds de eerdere beschikking van juli 2025 de situatie van de vader positief is veranderd, met ondersteuning van een vaste omgangsbegeleider.
Het hof benadrukt het belang van contact tussen kinderen en beide ouders, mits veilig en voorspelbaar. Gezien de positieve ontwikkelingen en de intensieve begeleiding acht het hof de begeleide omgang in het belang van de kinderen en bekrachtigt de bestreden beschikking. De moeder wordt aangespoord mee te werken aan de uitvoering van de regeling.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking van de kinderrechter die een begeleide contactregeling tussen de vader en de kinderen vaststelt.