ECLI:NL:GHAMS:2026:1997

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
7 juli 2026
Publicatiedatum
21 juli 2026
Zaaknummer
200.348.811/01
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep ongegrond verklaarde klacht tegen gerechtsdeurwaarder over informatieplicht en communicatie

Klager, als gemachtigde van een cliënt, diende een klacht in tegen een gerechtsdeurwaarder vanwege vermeende tekortkomingen in de informatieplicht en communicatie over wisselende beslagafdrachten. Eerder was een klacht deels gegrond verklaard wegens gebrekkige communicatie, maar in deze nieuwe procedure werd de klacht opnieuw beoordeeld.

Het hof stelde vast dat de gerechtsdeurwaarder regelmatig overzichten en toelichtingen had verstrekt over de fluctuaties in de afdrachten, inclusief verklaringen over afrondingen en timing van betalingen. Ook werd bevestigd dat de gerechtsdeurwaarder tijdig had gereageerd op e-mails van klager en dat de proceskostenvergoeding was voldaan.

De klacht over een geantedateerde e-mail werd eveneens ongegrond verklaard, omdat de gerechtsdeurwaarder een aannemelijke verklaring gaf voor de datumverschillen. Het hof benadrukte dat onenigheid over de hoogte en timing van afdrachten niet betekent dat de informatieplicht niet is nagekomen.

Ten slotte wees het hof erop dat in een tuchtprocedure geen ruimte is voor schadevergoeding. De beslissing van de kamer werd bevestigd en de klacht in alle onderdelen ongegrond verklaard.

Uitkomst: De klacht tegen de gerechtsdeurwaarder over informatieplicht en communicatie wordt ongegrond verklaard en de eerdere beslissing bevestigd.

Uitspraak

beslissing
___________________________________________________________________ _ _
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht
zaaknummer : 200.348.811/01 GDW
nummer eerste aanleg : C/13/737566 DW RK 23/272
beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 7 juli 2026
inzake
[appellant],
kantoorhoudend te [plaats 1] ,
appellant,
tegen
[geïntimeerde],
gerechtsdeurwaarder te [plaats 2] ,
geïntimeerde,
gemachtigde: mr. J.D. van Vlastuin.
Partijen worden hierna klager en de gerechtsdeurwaarder genoemd.

1.De zaak in het kort

Klager treedt in een geschil op als gemachtigde voor een cliënt. Op grond van een vonnis moet aan deze cliënt een geldbedrag worden betaald. Hiervoor is door de gerechtsdeurwaarder beslag gelegd. Omdat er meer beslagleggers zijn, is een coördinerend gerechtsdeurwaarder aangesteld, niet zijnde de gerechtsdeurwaarder. Van de coördinerend gerechtsdeurwaarder worden door de gerechtsdeurwaarder tussentijdse afdrachten ontvangen. Hierop wordt door de gerechtsdeurwaarder een deel als kosten ingehouden en het restant wordt doorbetaald aan klager. In 2023 is een eerdere klacht van klager tegen de gerechtsdeurwaarder deels gegrond verklaard, omdat de communicatie van (het kantoor van) de gerechtsdeurwaarder met klager over de variërende afdrachten niet goed was verlopen. In deze nieuwe tuchtzaak verwijt klager de gerechtsdeurwaarder opnieuw dat hij niet aan zijn informatieplicht voldoet met betrekking tot de variërende afdrachten. Ook reageert de gerechtsdeurwaarder niet tijdig op e-mails, aldus klager. De kamer heeft de klacht ongegrond verklaard. Het hof bevestigt deze beslissing.

2.Het geding in hoger beroep

2.1.
Klager heeft op 9 december 2024 een beroepschrift – met bijlagen – bij het hof ingediend tegen de beslissing van de kamer voor gerechtsdeurwaarders te Amsterdam (hierna: de kamer) van 11 november 2024 tussen partijen gegeven onder bovengenoemd nummer (ECLI:NL:TGDKG:2024:130).
2.2.
De gerechtsdeurwaarder heeft op 3 februari 2025 een verweerschrift – met bijlagen – bij het hof ingediend.
2.3.
Het hof heeft van de kamer de stukken van de eerste aanleg ontvangen.
2.4.
De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 13 mei 2026. Klager en de gerechtsdeurwaarder, vergezeld van zijn gemachtigde, zijn verschenen en hebben het woord gevoerd; klager aan de hand van een aan het hof overgelegde pleitnota.

3.Feiten

Het hof gaat uit van de volgende feiten, die tussen partijen niet in geschil zijn.
3.1.
Klager – handelend onder de naam Fight 4 your Right – treedt op als gemachtigde van [naam 1] inzake een vordering van [naam 1] op [naam 2] . Bij vonnis uit 2021 is [naam 2] veroordeeld om onder meer een bedrag van € 24.750,- aan [naam 1] te betalen. Voor dit bedrag is door de gerechtsdeurwaarder beslag gelegd. Omdat er meer beslagleggers zijn, is er een coördinerend gerechtsdeurwaarder aangesteld, niet zijnde (het kantoor van) de gerechtsdeurwaarder.
3.2.
Bij beslissing van 23 juni 2023 is een eerdere klacht van klager (van 11 april 2022, geregistreerd onder nummer C/13/716176 DW RK 22/142) door de kamer deels gegrond verklaard, omdat de communicatie van (het kantoor van) de gerechtsdeurwaarder met klager over de variërende afdrachten niet goed was verlopen. Hiervoor is aan de gerechtsdeurwaarder de maatregel van waarschuwing opgelegd. Ook is de gerechtsdeurwaarder veroordeeld om € 50,- aan griffierecht en € 50,- aan proceskosten aan klager te voldoen na het onherroepelijk worden van de beslissing.
3.3.
Bij e-mail van 31 mei 2023 heeft de gerechtsdeurwaarder klager een overzicht van de tussentijdse afdrachten gestuurd.
3.4.
Bij e-mail van 4 juli 2023 heeft klager de gerechtsdeurwaarder onder meer (nogmaals) verzocht om een inzichtelijke specificatie van de tussentijdse afdrachten.
3.5.
Bij e-mail van 5 juli 2023 heeft de gerechtsdeurwaarder klager een overzicht van de tussentijdse afdrachten gestuurd. Hierop heeft klager bij e-mail van 6 juli 2023 gereageerd.
3.6.
Bij e-mail van 28 (dan wel 29, zie hierna) juli 2023 heeft de gerechtsdeurwaarder klager geïnformeerd dat hij een financieel voorstel aan het uitwerken was om de lopende discussies te beëindigen en toekomstige discussies te voorkomen.
3.7.
Bij e-mail van 3 augustus 2023 heeft de gerechtsdeurwaarder klager een voorstel gedaan met betrekking tot de maandelijkse afdrachten. Klager heeft dit voorstel afgewezen.
3.8.
Bij e-mail van 9 augustus 2023 heeft de gerechtsdeurwaarder klager een overzicht van de tussentijdse afdracht gestuurd.
3.9.
Bij e-mail van 7 september 2023 heeft de gerechtsdeurwaarder als volgt geantwoord op vragen van klager:

Net als vorige maand hebben wij van de coördinerend deurwaarder op 31/8/2023 een tussentijdse afdracht van €775,- ontvangen. Wij houden daarop onze incassoprovisie in, reserveren zonodig een deel voor eventueel nog te maken kosten en storten het restant aan u door. De tussentijdse afdracht van deze maand beloopt €625,- en is gelijk aan die van vorige maand.
Let wel, wij ronden steeds af op de €25,-. Het kan daarom inderdaad zo zijn dat er maandelijks een klein verschil in de door u ontvangen tussentijdse afdracht ontstaat.
3.10.
Op 17 juni 2024 heeft de gerechtsdeurwaarder klager een eindafrekening gestuurd.

4.De klacht

Klager beklaagt zich er samengevat over:
dat de gerechtsdeurwaarder niet voldoet aan zijn actieve en passieve informatieplicht jegens klager. De overgelegde Excel-overzichten, die alleen zijn voorzien van ronde bedragen, dekken de informatiebehoefte van klager niet. De gerechtsdeurwaarder heeft nog steeds niet toegelicht waarom de tussentijdse afdrachten fluctueren;
dat de gerechtsdeurwaarder niet heeft gereageerd op de e-mails van klager van 4 en 6 juli 2023 en dat klager nog steeds niet het griffierecht van € 50,- (naar aanleiding van de beslissing van de kamer van 23 juni 2023) van de gerechtsdeurwaarder heeft ontvangen;
dat de e-mail van de gerechtsdeurwaarder met de datum van 28 juli 2023 is geantedateerd, omdat uit de kop van de e-mail blijkt dat het bericht op 29 juli 2023 is gestuurd.

5.Beoordeling

5.1.
De kamer heeft in de bestreden beslissing de klacht van klager tegen de gerechtsdeurwaarder op alle onderdelen ongegrond verklaard.
Verantwoordelijke gerechtsdeurwaarder
5.2.
Klager heeft zijn klacht ingediend tegen het kantoor van de gerechtsdeurwaarder ( [bedrijf] ). Evenals de kamer merkt het hof de in het kopje van deze beslissing vermelde gerechtsdeurwaarder als beklaagde aan.
Ter beoordeling voorliggende klacht
5.3.
Het hof behandelt een aan hem voorgelegde zaak opnieuw in volle omvang. Het gaat daarbij om de klacht zoals die oorspronkelijk bij de kamer is ingediend. Het hof zal daarom, net als de kamer, de ter zitting bij de kamer opgebrachte aanvullende klacht over de eindafrekening niet behandelen, nu dit punt geen onderdeel uitmaakt van de oorspronkelijke klacht.
Informatieplicht gerechtsdeurwaarder (klachtonderdeel a.)
5.4.
Het hof is, net als de kamer, van oordeel dat niet is gebleken dat de gerechtsdeurwaarder niet heeft voldaan aan zijn (actieve en passieve) informatieplicht. De gerechtsdeurwaarder heeft regelmatig een overzicht van de stand van zaken aan klager gestuurd. Ook heeft de gerechtsdeurwaarder aan klager uitgelegd waarom de afdrachten fluctueren en waarom er afgeronde bedragen worden betaald. Ter zitting in hoger beroep heeft de gerechtsdeurwaarder opnieuw een toelichting gegeven waarom de afdrachten niet altijd op hetzelfde moment aan klager werden doorbetaald, namelijk vanwege de ontvangst daarvan op wisselende data van de coördinerend gerechtsdeurwaarder en vanwege de eigen betaaldata van de gerechtsdeurwaarder. Het hof acht deze toelichting toereikend. Het hof sluit zich ten slotte aan bij de overweging van de kamer dat de enkele omstandigheid dat klager het niet eens is met de fluctuerende bedragen en de wisselende momenten waarop hij afdrachten ontvangt, niet betekent dat de gerechtsdeurwaarder niet heeft voldaan aan zijn informatieplicht.
5.5.
Ter zitting in hoger beroep heeft klager nog naar voren gebracht dat hij ook wilde weten wat het oorspronkelijke bedrag was dat de coördinerend gerechtsdeurwaarder uit het beslag ontving, zodat klager de door hem ontvangen afdrachten kon controleren. Het is het hof niet gebleken dat klager een dergelijke vraag al op een eerder moment aan de gerechtsdeurwaarder heeft gesteld. Voor de gerechtsdeurwaarder bestond ook geen aanleiding om dit uit zichzelf na te vragen bij de coördinerend gerechtsdeurwaarder. Het vorenstaande rechtvaardigt dus evenmin de conclusie dat de gerechtsdeurwaarder niet aan zijn informatieplicht jegens klager zou hebben voldaan.
5.6.
Op basis van het vorenstaande is het hof, net als de kamer, van oordeel dat klachtonderdeel a. ongegrond is.
Niet reageren op e-mails en betaling proceskostenvergoeding (klachtonderdeel b.)
5.7.
Met betrekking tot dit klachtonderdeel heeft de kamer overwogen dat uit de door klager aangeleverde stukken genoegzaam volgt dat de gerechtsdeurwaarder bij e-mail van 5 juli 2023 heeft gereageerd op de e-mail van 4 juli 2023 en op 28 (dan wel 29, zie hierna) juli 2023 heeft gereageerd op (onder meer) de e-mail van 6 juli 2023. Dat klager het niet eens is met de inhoud van deze reacties maakt dat volgens de kamer niet anders. Voorts heeft de kamer geconstateerd dat de betaling van het griffierecht inmiddels is afgerond.
5.8.
Het hof sluit zich aan bij deze overwegingen en het oordeel van de kamer en maakt die tot de zijne. Het beroepschrift van klager, het verweerschrift van de gerechtsdeurwaarder en de behandeling van de zaak ter zitting in hoger beroep hebben geen ander licht op de zaak geworpen en geven het hof geen aanleiding tot een andere beoordeling dan die van de kamer of tot een nadere motivering.
Datum e-mail (klachtonderdeel c.)
5.9.
Met betrekking tot dit klachtonderdeel sluit het hof zich aan bij het oordeel van de kamer dat de gerechtsdeurwaarder een aannemelijke verklaring heeft gegeven voor het voorkomen van twee data in hetzelfde e-mailbericht, zodat ook het hof klachtonderdeel c. ongegrond acht.
Conclusie
5.10.
Uit wat hiervoor is overwogen volgt dat het hof, net als de kamer, van oordeel is dat de klacht tegen de gerechtsdeurwaarder in al zijn onderdelen ongegrond is. Het hof zal de beslissing van de kamer daarom bevestigen.
Verzoek om schadevergoeding
5.11.
Ten slotte is – zoals ook ter zitting in hoger beroep aan klager is medegedeeld – in een tuchtprocedure als deze geen ruimte voor een eventuele veroordeling tot schadevergoeding, zoals klager wenst.

6.Beslissing

Het hof:
- bevestigt de bestreden beslissing.
Deze beslissing is gegeven door mrs. J.C.W. Rang, H.T.M. van der Meer en A.W. Jongbloed en in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2026 door de rolraadsheer.