ECLI:NL:GHAMS:2026:2006
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schorsingsverzoek gezagsbeschikking na echtscheiding
De vader is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam waarin het gezamenlijk gezag over de minderjarige is beëindigd en aan de moeder het eenhoofdig gezag is toegekend. Hij verzocht tevens om schorsing van de werking van deze beschikking, zodat de situatie voorafgaand aan de uitspraak gehandhaafd zou blijven.
Het hof overwoog dat de beschikking uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, waardoor deze ondanks het hoger beroep direct werking heeft. De vader stelde dat hij een zwaarwegend belang had bij schorsing om effectief te kunnen procederen en toegang te krijgen tot dossiers van professionals rondom de minderjarige. De moeder voerde verweer en stelde dat het belang van rust en stabiliteit voor haar en de minderjarige zwaarder weegt.
Het hof oordeelde dat het belang van de moeder en de minderjarige bij de uitvoerbaarheid van de beschikking zwaarder weegt dan het belang van de vader bij schorsing. Er was geen sprake van een kennelijke misslag in de beschikking. Het verzoek tot schorsing werd daarom afgewezen. De proceskosten werden ieder voor eigen rekening gelaten.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot schorsing van de beschikking af en laat de beschikking van de rechtbank Amsterdam uitvoerbaar bij voorraad.